← België

ETHIAS nv c. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211108.3N.1 Rolnummer: C.21.0011.N Zaak: ETHIAS nv c. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2021-12-14 Raadplegingen: 788 - laatst gezien 2026-06-17 11:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De artikelen 34, §2, en 35, §4 Wet Landverzekeringsovereenkomst zijn van dwingend recht ter bescherming van de belangen van de benadeelde; hieruit volgt dat de stuiting van de verjaring slechts eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar zijn wil om de schade te vergoeden duidelijk en ondubbelzinnig ter kennis brengt van de benadeelde

(1).
(1)Zie Cass. 18 juni 2012, AR C.11.0399.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120618.3, AC 2012, nr. 394. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Eigen vordering van de getroffene tegen de verzekeraar - Verjaringstermijn - Stuiting - Verzekeraar - Beslissing om te vergoeden of weigering - Ogenblik Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Artt. 34, § 2, en 35, § 4 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Fiche 2 Hoewel de rechter onaantastbaar de feiten vaststelt waaruit hij afleidt of de verzekeraar zijn wil om de schade te vergoeden duidelijk en ondubbelzinnig ter kennis heeft gebracht van de benadeelde, gaat het Hof niettemin na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht zijn beslissing heeft kunnen afleiden
(1).
(1)Zie Cass. 18 juni 2012, AR C.11.0399.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120618.3, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Eigen vordering van de getroffene tegen de verzekeraar - Verjaringstermijn - Stuiting - Verzekeraar - Beslissing om te vergoeden of weigering - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Artt. 34, § 2, en 35, § 4 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Annotaties Publicaties: RDC-Revue de droit commercial belge - 2022, n° 9/10, p. 1164-
  2. - TOUSSAINT, Béatrice; Note'La fin de l'interruption de la prescription de l'action directe contre l'assureur' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0011.N ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS vzw, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0409.280.711, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 9 maart
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 22 juni 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. Artikel 34, § 2, Wet Landsverzekeringsovereenkomst, zoals hier van toepassing, bepaalt dat, onder voorbehoud van bijzondere wettelijke bepalingen, de vordering die voortvloeit uit het eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft krachtens artikel 86 verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd. Artikel 35, § 4, van diezelfde wet bepaalt dat de verjaring van de vordering, bedoeld in artikel 34, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om een vergoeding te bekomen voor de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.
  5. Deze wetsbepalingen zijn van dwingend recht ter bescherming van de belangen van de benadeelde. Hieruit volgt dat de stuiting van de verjaring slechts eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar zijn wil om de schade te vergoeden duidelijk en ondubbelzinnig ter kennis brengt van de benadeelde. Hoewel de rechter onaantastbaar de feiten vaststelt waaruit hij afleidt of de verzekeraar zijn wil om de schade te vergoeden duidelijk en ondubbelzinnig ter kennis heeft gebracht van de benadeelde, gaat het Hof niettemin na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht zijn beslissing heeft kunnen afleiden.
  6. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de verweerster op 8 oktober 2013 de besluiten van haar raadsarts aan de eiseres bezorgde en haar vroeg om een becijferde en gedetailleerde vordering; - de verweerster op 3 januari 2014 nogmaals de besluiten van haar raadsarts aan de eiseres bezorgde met de vraag om haar eis conform die besluiten aan te passen alsook meer te preciseren.
  7. Door op grond van deze stukken te oordelen dat de verweerster haar wil om te vergoeden duidelijk en ondubbelzinnig ter kennis heeft gebracht van de eiseres, verantwoordt de politierechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de politierechtbank Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 8 november 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211108.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120618.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.