← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.20 Rolnummer: P.21.1370.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-16 Raadplegingen: 1063 - laatst gezien 2026-06-16 23:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of de voorwaarden voor het uitvoeren van een huiszoeking in een woning op basis van de vaststelling van heterdaad vervuld zijn; de omstandigheid dat de politie de bewoner van de woning voorafgaandelijk heeft gevraagd of hij toestemming wilde verlenen voor het uitvoeren van een huiszoeking of dat de politieambtenaren zelf twijfels zouden hebben gehad over het verenigd zijn van de voorwaarden voor de toepassing van de heterdaadprocedure zijn voor de door het onderzoeksgerecht te verrichten beoordeling niet relevant

(1).
(1)Over de voorwaarden van een huiszoeking op heterdaad Cass. 18 juni 2019, AR P.18.0588.N, AC 2019, nr. 378, NC 2021, 32 noot L. ARNOU; Cass. 23 januari 2019, AR P.18.0826.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190123.13, AC 2019, nr. 42; Cass. 7 februari 2018, AR P.18.0100.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180207.2, AC 2018, nr. 82, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas.. Zie ook R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu, 2012, 380-381; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2021, 1119-11120; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 510-513. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Vrije woorden: Huiszoeking - Weigering van een huiszoeking met toestemming - Huiszoeking verricht wegens heterdaad na die weigering - Toelaatbaarheid van het bewijs - Beoordeling door het onderzoeksgerecht Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 36, 37 en 41 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Regelmatigheid van de onderzoekshandelingen - Huiszoeking - Weigering van een huiszoeking met toestemming - Huiszoeking verricht wegens heterdaad na die weigering - Toelaatbaarheid van het bewijs Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 36, 37 en 41 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Artikel 6bis, derde lid, Drugwet bepaalt dat de officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe aangewezen door de Koning, te allen tijde de lokalen mogen bezoeken welke dienen voor onder meer het bewaren of het opslaan van de in de Drugwet genoemde stoffen; uit die bepaling volgt dat een bevoegd opsporingsambtenaar een huiszoeking mag uitvoeren in een woning zo hij voorafgaandelijk beschikt over ernstige en objectieve aanwijzingen dat die woning wordt gebruikt voor het bewaren of het opslaan van in de Drugwet genoemde stoffen
(1), of met andere woorden voor het bezit van dergelijke stoffen
(2).
(1)Cass. 2 maart 2021, AR P.21.0250.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210302.2N.21, AC 2021, nr. 153; Cass. 19 november 2019, AR P.19.1107.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.14, AC 2019, nr. 611; Cass. 18 juni 2019, AR P.19.0588.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.4, AC 2019, nr. 378, NC 2021, 32 noot L. ARNOU; Cass. 7 februari 2018, AR P.18.0100.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180207.2, AC 2018, nr. 82, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas.; Cass. 11 maart 2014, AR P.14.0382.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.8, AC 2014, nr. 196, NC 2016, 153; Cass. 3 december 2013, AR P.13.1859.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131203.6, AC 2013, nr. 656, NC 2016, 141 noot H. BERKMOES en F. GOOSSENS; Cass. 4 januari 2006, AR P.05.1417.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060104.1, AC 2006, nr. 6 met concl. van advocaat-generaal. D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.. Zie ook F. VANNESTE, “De huiszoeking bij ontdekking op heterdaad en op grond van de drugwet”, RW 2008-09, 838-840; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina, 2021, 971 en 1119.
(2)Cass. 7 februari 2018, AR P.18.0100.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180207.2, AC 2018, nr. 82, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE op datum in Pas.. Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Huiszoeking in een lokaal bestemd voor het bewaren van verdovende middelen - Aanwijzingen van bezit van verdovende middelen in een woning - Regelmatigheid van de huiszoeking Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 6bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Vrije woorden: Huiszoeking - Huiszoeking in een lokaal bestemd voor het bewaren van verdovende middelen - Aanwijzingen van bezit van verdovende middelen in een woning - Regelmatigheid van de huiszoeking Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 6bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1370.N M B, inverdenkinggstelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Kristof Lauwens, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 8 EVRM, artikel 17 IVBPR en de artikelen 15 en 22 Grondwet: de motivering van het arrest betreffende de regelmatigheid van de huiszoeking is strijdig met de elementen van het strafdossier; de gerechtsdeurwaarder kan onmogelijk hebben gezien dat de zak die de eiser zou hebben gedragen bij het eerste contact zakjes cannabis bevatte, aangezien het een stoffen en dus een ondoorzichtbare zak betrof; het arrest is ook tegenstrijdig gemotiveerd: het oordeelt enerzijds dat de vaststelling van heterdaad aan de huiszoeking moet voorafgaan en het stelt anderzijds vast dat de stoffen zak met inhoud slechts werd aangetroffen bij het uitvoeren van de huiszoeking.
  3. In zoverre het onderdeel verplicht tot een onderzoek van feiten of opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het onderzoeksgerecht, is het niet ontvankelijk.
  4. Het arrest (p. 2, laatste alinea) stelt vast dat de gerechtsdeurwaarder die was vergezeld van een slotenmaker en een politieambtenaar, bij het zich aanbieden aan het pand 1853 Grimbergen, Grote Winkellaan 132/001 de eiser heeft aangetroffen, de eiser vanachter het gebouw kwam gelopen, hij in zijn hand een grote witte zak van Action had, de gerechtsdeurwaarder terwijl de eiser haar aansprak een sterke cannabisgeur heeft opgemerkt en de gerechtsdeurwaarder heeft gezien dat er in die grote zak die de eiser vasthield drie plastieken zakjes zaten met cannabis.
  5. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de grote witte zak van Action met de drie zakjes cannabis slechts voor het eerst werd opgemerkt tijdens het uitvoeren van de huiszoeking, berust het op een onjuiste lezing van het arrest. De aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat bijgevolg niet. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 41, 46 en 49 Wetboek van Strafvordering en artikel 6bis Drugwet: uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de politie, vooraleer een huiszoeking bij heterdaad uit te voeren, de eiser heeft verzocht om toestemming te verlenen voor een huiszoeking, waaruit blijkt dat de politie zelf van oordeel was dat de voorwaarden voor heterdaad niet waren vervuld; het arrest is dan ook niet naar recht verantwoord.
  7. Het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of de voorwaarden voor het uitvoeren van een huiszoeking in een woning op basis van de vaststelling van heterdaad vervuld zijn. De omstandigheid dat de politie de bewoner van de woning voorafgaandelijk heeft gevraagd of hij toestemming wilde verlenen voor het uitvoeren van een huiszoeking of dat de politieambtenaren zelf twijfels zouden hebben gehad over het verenigd zijn van de voorwaarden voor de toepassing van de heterdaadprocedure zijn voor de door het onderzoeksgerecht te verrichten beoordeling niet relevant. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6bis Drugwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat een zoeking op grond van deze bepaling mogelijk is; een dergelijke zoeking is niet mogelijk voor het loutere bezit van drugs.
  9. Artikel 6bis, derde lid, Drugwet bepaalt dat de officieren van gerechtelijke politie en de ambtenaren of beambten, daartoe aangewezen door de Koning, te allen tijde de lokalen mogen bezoeken welke dienen voor onder meer het bewaren of het opslaan van de in de Drugwet genoemde stoffen.
  10. Uit die bepaling volgt dat een bevoegd opsporingsambtenaar een huiszoeking mag uitvoeren in een woning zo hij voorafgaandelijk beschikt over ernstige en objectieve aanwijzingen dat die woning wordt gebruikt voor het bewaren of het opslaan van in de Drugwet genoemde stoffen, of met andere woorden voor het bezit van dergelijke stoffen. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAK.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060104.1 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131203.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.8 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180207.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190123.13 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.14 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210302.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.