id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.18 Rolnummer: P.21.1410.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-23 Raadplegingen: 1553 - laatst gezien 2026-06-19 03:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Onder het begrip wapens in artikel 271 Strafwetboek vallen alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te verwonden of te slaan, zelfs indien men er geen gebruik heeft van gemaakt en dit overeenkomstig de omschrijving van artikel 135 Strafwetboek; het betreft een zeer brede definitie die ook slaat op tuigen die niet vallen onder de Wapenwet en een wagen waarmee de bestuurder in de richting rijdt van politieambtenaren die een stopteken hebben gegeven, kan wel degelijk een wapen zijn in de zin van de artikelen 135 en 271 Strafwetboek
(1).
(1)Zie DE NAUW, A. en KUTY, F., Manuel de droit pénal spécial, Kluwer, 2018, nr.
- Thesaurus CAS: WEERSPANNIGHEID Vrije woorden: Verzwarende omstandigheid - Wapen - Begrip - Voertuig - Toepassing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 135 en 271 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Vrije woorden: Verzwarende omstandigheden - Weerspannigheid - Wapen - Begrip - Voertuig - Toepassing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 135 en 271 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2021, nr. 440, p.
- - VASSEUR, Roeland; Noot'Cassatie bevestigt: voertuig kan wel degelijk wapen zijn' Tekst van de beslissing Nr. P.21.1410.N W. V.D., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Peter De Lange, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1030 Schaarbeek, Lacomblélaan 59-61 bus 5, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest heft de voorlopige hechtenis op voor wat betreft de telastlegging D. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 269 en 271 Strafwetboek, alsmede miskenning van de bewijskracht van akten: het arrest neemt ten onrechte aan dat een voertuig een wapen is; het loutere feit dat de eiser met zijn voertuig is ingereden op het politievoertuig kan niet worden gelijkgesteld met weerspannigheid met wapens; een voertuig wordt niet als wapen vermeld in de Wapenwet; uit geen enkel element van het strafdossier blijkt dat de eiser de intentie had om in te rijden op de agenten; het arrest miskent de bevindingen in het fotodossier waaruit blijkt dat er amper tot geen zichtbare schade aan het voertuig is.
- Onder het begrip wapens in artikel 271 Strafwetboek vallen alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te verwonden of te slaan, zelfs indien men er geen gebruik heeft van gemaakt en dit overeenkomstig de omschrijving van artikel 135 Strafwetboek. Het betreft een zeer brede definitie die ook slaat op tuigen die niet vallen onder de Wapenwet. Een wagen waarmee de bestuurder in de richting rijdt van politieambtenaren die een stopteken hebben gegeven, kan wel degelijk een wapen zijn in de zin van de artikelen 135 en 271 Strafwetboek.
- Een grief houdende miskenning van de bewijskracht van een akte bestaat erin een geschrift aan te wijzen waarnaar de bestreden beslissing uitdrukkelijk verwijst en die beslissing te verwijten aan dit geschrift een vermelding toe te schrijven die niet erin voorkomt dan wel te verklaren dat dit geschrift een vermelding niet bevat die wel erin voorkomt, of met andere woorden van het geschrift een uitlegging te geven die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan en dus het geschrift doet liegen.
- De miskenning van de bewijskracht van een fotodossier, los van de desgevallend bij de foto’s behorende tekst, is niet mogelijk, aangezien foto’s geen geschriften zijn.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Verder voert het middel niet aan dat het arrest de bewoordingen van de vermelde processen-verbaal onjuist weergeeft, maar enkel dat de appelrechters uit die processen-verbaal een gevolg afleiden dat zij niet eruit konden afleiden. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling over de feiten door de appelrechters. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest laat na eisers conclusie te beantwoorden betreffende de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding en de verwijzing in dat bevel naar het feit van vereniging; het arrest is ook tegenstrijdig gemotiveerd; het arrest heft enerzijds de voorlopige hechtenis op wat betreft de telastlegging D (deelname aan een vereniging opgericht om wanbedrijven te plegen op personen of eigendommen) en stelt dus dat er voor deze telastlegging geen ernstige aanwijzingen van schuld zijn, maar het handhaaft anderzijds wel de voorlopige hechtenis voor de telastlegging A waarbij de vereniging een bestanddeel is.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten inzake voorlopige hechtenis.
- Het appelgerecht moet niet antwoorden op een voor de eerste rechter genomen conclusie.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser in hoger beroep een conclusie heeft ingediend. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Het arrest oordeelt niet dat er voor de telastlegging D geen ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, maar wel dat het aanhoudingsmandaat voor dat feit moet worden opgeheven omdat de eiser door de Nederlandse gerechtelijke autoriteiten daarvoor niet werd overgeleverd. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- De aangevoerde tegenstrijdigheid is afgeleid uit die onjuiste lezing. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231128.2N.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div