← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.21 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.21 Rolnummer: P.21.1319.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-11-23 Raadplegingen: 668 - laatst gezien 2026-06-19 10:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de lastens de eiser uitgesproken veroordeling op de strafvordering kracht van gewijsde heeft verkregen, bevindt de eiser zich niet langer onder het stelsel van de voorlopige hechtenis en hebben het door de eiser op grond van artikel 27, § 1, 2°, Voorlopige Hechteniswet ingediende verzoek tot voorlopige invrijheidstelling en bijgevolg het in het kader van die procedure ingestelde cassatieberoep niet langer een bestaansreden; de omstandigheid dat de eiser een kennelijk onontvankelijk verzet heeft aangetekend tegen het op tegenspraak gewezen arrest van het hof van beroep over de strafvordering, kan niets daaraan veranderen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Procedure voor het vonnisgerecht - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Veroordelende beslissing die kracht van gewijsde heeft gekregen - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 2° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Voorlopige invrijheidstelling - Procedure voor het vonnisgerecht - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Veroordelende beslissing die kracht van gewijsde heeft gekregen - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 2° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1319.N E. A. N., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 oktober 2021, gewezen op verwijzing ingevolge het arrest van het Hof van 5 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Bij beschikking van 29 oktober 2021 heeft het Hof het cassatieberoep van de eiser tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 oktober 2021 niet toelaatbaar verklaard. Op basis daarvan heeft de advocaat-generaal op de rechtszitting van 9 november 2021 geconcludeerd het cassatieberoep van de eiser tegen het arrest van 14 oktober 2021 dat uitspraak doet over zijn verzoek tot voorlopige invrijheidstelling te verwerpen aangezien dit cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.
  3. De eiser heeft als reactie op deze conclusie en met verwijzing naar het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces verzocht inzage te krijgen van het volledige strafdossier en een volledige inventaris van het dossier en van de overtuigingsstukken te laten opstellen, zoals hij reeds eerder in de procedure heeft gevraagd. Hij heeft verder wat betreft het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 oktober 2021 aangevoerd dat hij tegen dit arrest op 7 oktober 2021 verzet heeft aangetekend waarvan hij op 18 oktober 2021 afstand heeft gedaan en hij op 20 oktober 2021 opnieuw verzet heeft aangetekend tegen het arrest van 6 oktober 2021 waarover nog geen uitspraak is gedaan, zodat het arrest van 6 oktober 2021 niet definitief is. De eiser doet in zijn op de rechtszitting van 16 november 2021 neergelegd geschrift tevens verhaal op de rechter en incidentele aangifte van misdrijven die zouden zijn gepleegd door leden van het hof van beroep te Antwerpen.
  4. Het Hof heeft thans enkel te oordelen over het cassatieberoep van de eiser ingesteld tegen het arrest van 14 oktober 2021 dat uitspraak doet over zijn verzoek tot voorlopige invrijheidstelling en de vraag of dit cassatieberoep nog wel een bestaansreden heeft gelet op de beschikking van niet-toelaatbaarheid van 29 oktober
  5. Die procedure vereist niet dat de eiser inzage krijgt van het gehele strafdossier en dat hem een inventaris zou worden bezorgd van het dossier en de overtuigingsstukken. De eiser heeft kennis kunnen nemen van alle relevante procedurestukken betreffende de thans te beoordelen rechtspleging, waardoor zijn recht van verdediging is gewaarborgd.
  6. Uit de beschikking van niet-toelaatbaarheid van 29 oktober 2021 betreffende het op tegenspraak gewezen arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 oktober 2021 volgt dat de lastens de eiser uitgesproken veroordeling op de strafvordering kracht van gewijsde heeft verkregen en de eiser zich niet langer bevindt onder het stelsel van de voorlopige hechtenis. Het door de eiser op grond van artikel 27, § 1, 2°, Voorlopige Hechteniswet ingediende verzoek tot voorlopige invrijheidstelling en bijgevolg het in het kader van die procedure ingestelde cassatieberoep hebben dan ook niet langer een bestaansreden. De omstandigheid dat de eiser een kennelijk onontvankelijk verzet heeft aangetekend tegen het op tegenspraak gewezen arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 oktober 2021 kan niets daaraan veranderen.
  7. Het Hof dient gelet op dat oordeel niet in te gaan op de overige in het kader van deze procedure door de eiser geformuleerde verzoeken. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 16 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.