← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.3 Rolnummer: P.21.0570.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-23 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-06-14 11:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de samenlezing van de artikelen 65.4 en 65.6 Wegverkeersreglement, en de artikelen 6.8 en 9.9.3° MB van 11 oktober 1976, volgt dat artikel 9.9.3° MB 11 oktober 1976 dat voorziet in de verplichting een onderbord type I a (blauw onderbord met witte cijfers/letters dat een afstand aangeeft) aan te brengen, niet van toepassing is als de snelheidsbeperking ingevolge de aanwezige verkeersborden enkel betrekking heeft op de uitrit die rechts van de rijbaan ligt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 65 Vrije woorden: Artikel 65.6 - Verkeerstekens - Onderborden - Snelheidsbeperking buiten bebouwde kom - Afmetingen en bijzondere plaatsingsvoorwaarden - Verplichting tot gebruik van een onderbord type I a - Snelheidsbeperking die slechts betrekking heeft op de uitrit rechts van de baan - Wijze Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Artt. 65.4 en 65.6 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 MB 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald - 11-10-1976 - Artt. 6.8 en 9.9.3° - 30 ELI link Pub nr 1976101105 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0570.N T. J. J. V. D. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2800 Mechelen, Edgard Tinellaan 6c, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 15 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 5, 65.4, 65.6 en 68.2 Wegverkeersreglement en artikel 9.9.3° van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald (hierna MB 11 oktober 1976): het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord; het oordeelt ten onrechte dat de verplichting van artikel 9.9.3° MB 11 oktober 1976 niet van toepassing is op een verkeersbord met een beperkte draagwijdte zoals in artikel 65.5 Wegverkeersreglement is bepaald en dat de snelheidsbeperking in die omstandigheden aldus niet moet worden aangeduid; indien het verschil tussen de maximaal toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u bedraagt, heeft de overheid de verplichting het verkeersbord eerst aan te kondigen, zonder dat zij over enige appreciatiemogelijkheid beschikt, zelfs wanneer het verkeersbord betrekking heeft op een uitrit rechts van een rijbaan die in rijstroken is verdeeld en is aangevuld met een onderbord zoals bepaald in artikel 65.6 Wegverkeersreglement; het oordeelt eveneens ten onrechte dat de plaatsing van de verkeersborden correct is geweest en steunt zich hierop om te oordelen dat de eiser reeds twee duidelijke verkeersborden voorbij was gereden op het moment van de inbreuk en aldus schuldig is aan het ten laste gelegde feit.
  3. Artikel 65.4 Wegverkeersreglement bepaalt: “65.4 Rijstrooksignalisatie en signalisatie van toepassing op delen van de openbare weg. Wanneer een gevaarsbord, een verkeersbord betreffende de voorrang, een verbodsbord, een gebodsbord of een aanwijzingsbord geplaatst is boven een rijstrook of een ander deel van de openbare weg, of wanneer gebruik is gemaakt van verkeersborden F89 en F91, geldt de aanwijzing die door het bord gegeven wordt alleen voor die rijstrook of voor het betrokken gedeelte van de openbare weg.”
  4. Artikel 65.6 Wegverkeersreglement bepaalt dat wanneer een verkeersbord slechts betrekking heeft op een uitrit rechts van een rijbaan die in rijstroken is verdeeld, het wordt aangevuld met een onderbord volgens het in deze bepaling aangeduid model.
  5. Artikel 6.8 MB 11 oktober 1976 bepaalt betreffende de beperking van de draagwijdte van de verkeersborden dat het onderbord voorgeschreven in artikel 65.6 Wegverkeersreglement slechts mag worden gebruikt voor rijbanen met meerdere rijstroken in dezelfde rijrichting en indien het verkeersbord slechts van toepassing is op de uitrit die rechts van de rijbaan ligt.
  6. Artikel 9.9.3° MB 11 oktober 1976 bepaalt: “Wanneer een snelheidsbeperking wordt opgelegd buiten de bebouwde kom, moet het eerste verkeersbord C43 aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord, aangevuld met een onderbord van het type I a van bijlage 2 tot dit besluit, indien het verschil tussen de maximale toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u bedraagt.”
  7. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat artikel 9.9.3° MB 11 oktober 1976 dat voorziet in de verplichting een onderbord type I a (blauw onderbord met witte cijfers/letters dat een afstand aangeeft) aan te brengen, niet van toepassing is als de snelheidsbeperking ingevolge de aanwezige verkeersborden enkel betrekking heeft op de uitrit die rechts van de rijbaan ligt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het bestreden vonnis dat aldus oordeelt, verantwoordt eisers schuldigverklaring naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.