id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.8 Rolnummer: P.21.1019.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-23 Raadplegingen: 728 - laatst gezien 2026-06-17 19:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen enkele bepaling verhindert de rechter die over de als witwas ten laste gelegde feiten oordeelt, het basismisdrijf vast te stellen op grond van de aan tegenspraak onderworpen gegevens van het strafdossier en dat misdrijf in zijn motivering ook te omschrijven; daarmee doet de rechter geen uitspraak over niet bij hem aanhangige zaken. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Witwassen - Wederrechtelijke herkomst of oorsprong van de zaken - Beoordeling van de als witwas ten laste gelegde feiten - Vaststelling van het basismisdrijf - Motivering - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 505 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: Witwassen - Wederrechtelijke herkomst of oorsprong van de zaken - Beoordeling van de als witwas ten laste gelegde feiten - Vaststelling van het basismisdrijf - Motivering - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 505 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Het is van algemene bekendheid dat bankbiljetten van 500,00 euro beperkt in omloop zijn; de rechter mag een dergelijk gegeven bij zijn beoordeling betrekken zonder dat dit blijkt uit de dossierstukken of zonder de partijen uit te nodigen ter zake verweer te voeren. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Tegenspraak - Feit van algemene bekendheid - Bankbiljetten van 500 euro - Toepassing Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Tegenspraak - Feit van algemene bekendheid - Bankbiljetten van 500 euro - Toepassing - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.1019.N I S. A., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Johan Vangenechten, advocaat bij de balie Antwerpen. II M. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I en II zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 juni
- De eiseres I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen van de eiser II Eerste middel Eerste en tweede onderdeel
- De onderdelen voeren schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 182 Wetboek van Strafvordering: door bij hun motivering over eisers schuld aan de feiten van de telastlegging D.3 (witwas) te oordelen dat de eiser II op systematische wijze misbruik van vertrouwen pleegde, nemen de appelrechters kennis van niet-aanhangige feiten (eerste onderdeel) en hebben zij belet dat de eiser II daarover verweer heeft kunnen voeren (tweede onderdeel).
- De witwasmisdrijven bedoeld in artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek betreffen de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek, meer bepaald de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit een misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen.
- Om iemand schuldig te verklaren aan de overtreding van artikel 505, eerste lid, 3° en 4°, Strafwetboek is vereist dat de wederrechtelijke herkomst of oorsprong van de zaken is bewezen. Het is niet vereist dat de rechter het precieze voorafgaand misdrijf kent, op voorwaarde dat hij op grond van de feitelijke gegevens elke rechtmatige herkomst of oorsprong kan uitsluiten.
- Geen enkele bepaling verhindert de rechter die over de als witwas ten laste gelegde feiten oordeelt, het basismisdrijf vast te stellen op grond van de aan tegenspraak onderworpen gegevens van het strafdossier en dat misdrijf in zijn motivering ook te omschrijven. Daarmee doet de rechter geen uitspraak over niet bij hem aanhangige zaken.
- Het recht van verdediging van een beklaagde wordt niet miskend wanneer een rechter zijn beslissing steunt op elementen waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, de aard van het ten laste gelegde misdrijf en de gegevens van het strafdossier, mochten verwachten dat de rechter deze in zijn oordeel zou betrekken en waarover zij tegenspraak hebben kunnen voeren.
- In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen zij naar recht.
- Het arrest (p. 47-48) oordeelt onder meer: “Welk fiscaal regime van toepassing zou zijn geweest op de vennootschappen in het kader waarvan de vishandels werden gevoerd, is van geen belang bij de beoordeling van het aan de orde zijnde basismisdrijf misbruik van vertrouwen. Er is in casu immers op zijn minst sprake van het systematisch plegen van misbruik van vertrouwen in de zin van artikel 491 Strafwetboek door [de eiser II]. Het onderscheid tussen het vermogen van de vennootschappen en het privévermogen van de feitelijke zaakvoerder ervan, werd in deze in geen enkel opzicht gerespecteerd.” Vervolgens concretiseert het arrest (p. 48) de constitutieve bestanddelen van het misdrijf misbruik van vertrouwen met feitelijke gegevens die op de eiser II betrekking hebben. Door op grond van die redenen te oordelen dat de op privébankrekeningen gestorte cashgelden van illegale herkomst waren en daardoor het voorwerp van witwashandelingen, verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat biljetten van 500,00 euro in de praktijk een zeer beperkte circulatie kennen, zodat een omwisseling van spaargeld in dergelijke biljetten “bij zowat iedereen” een onzinnige bewering betreft; de bedoelde beperkte circulatie kan echter niet worden aangemerkt als een algemeen bekend of ervaren feit, zodat de rechter op basis van persoonlijke kennis heeft geoordeeld; aldus werd aan de eiser II de mogelijkheid ontnomen daarover verweer te voeren.
- Het is van algemene bekendheid dat bankbiljetten van 500,00 euro beperkt in omloop zijn. De rechter mag een dergelijk gegeven bij zijn beoordeling betrekken zonder dat dit blijkt uit de dossierstukken of zonder de partijen uit te nodigen ter zake verweer te voeren. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest stelt vast dat de herleiding door de eerste rechter van de telastlegging D.3 tot een voor de eiser II bewezen verklaard bedrag aan witwashandelingen van 397.933,89 euro vaststaat; gezien de in het arrest besliste heromschrijving van de telastlegging D.3 en door geen rekening te houden met de door de eiser II aangereikte legale inkomsten, werden de aangenomen geldbedragen niet afzonderlijk berekend en gemotiveerd.
- Met de algemene overwegingen die het bevat onder de rubriek c.1 “Algemeen” (p. 38-39) en met de onder rubriek c.2 “De witwashandelingen en de illegale herkomst van de cashgelden voorwerp van de witwashandelingen” (p. 39-52) vermelde redenen, beoordeelt, beantwoordt en verwerpt het arrest het met betrekking tot de telastlegging D.3 ontwikkelde verweer. Met het geheel van die redenen verantwoordt het bovendien de schuldigverklaring van de eiser II aan deze telastlegging naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep II, verkrijgt het arrest voor de eiser II kracht van gewijsde. In zoverre zijn cassatieberoep ook gericht is tegen de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, heeft het bijgevolg geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen I en II. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 330,61 euro, waarvan de eiseres I 165,30 euro is verschuldigd en de eiser II 165,31 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211116.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div