id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211118.1N.4 Rolnummer: C.21.0039.N Zaak: V. contra VIVAQUA cvba Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-11-29 Raadplegingen: 882 - laatst gezien 2026-06-19 05:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de rechter het tijdsverloop van de rechtspleging bepaalt en de partijen hiervan in onderlinge overeenstemming afwijken, kan de rechter die kennis heeft van dit akkoord, geen conclusie uit het debat weren zonder dit akkoord in aanmerking te nemen. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Door de rechter bepaalde conclusietermijnen - Afwijking door partijen - Kennis door de rechter van dit akkoord - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 747, §§ 1, 2 en 4 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 5, p. 393-
- - MAES, Bruno; Noot'Het evenwicht tussen de rechter en de partijen bij de naleving van het tijdsverloop van de rechtspleging' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0039.N M. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- VIVAQUA cv, met zetel te 1000 Brussel, Keizerinlaan 17-19, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0202.962.701, verweerster,
- TERWELANDT nv, met zetel te 2890 Puurs-Sint-Amands, Larendries 51, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0438.763.761, partij opgeroepen tot gemeenverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het vierde kanton Brussel, van 3 juni
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 747, § 1, Gerechtelijk Wetboek kunnen de partijen in onderlinge overeenstemming en in samenspraak met de rechter met het oog op het tijdsverloop van de rechtspleging een agenda bepalen met conclusietermijnen en een rechtsdag. Krachtens artikel 747, § 2, Gerechtelijk Wetboek bepaalt de rechter, bij gebrek aan een minnelijk bepaalde agenda, met inachtneming van de eventuele opmerkingen van de partijen, zelf het tijdsverloop van de rechtspleging. Krachtens artikel 747, § 4, Gerechtelijk Wetboek worden, onverminderd de toepassing van de in artikel 748, § 1 en § 2, bedoelde uitzonderingen of van de mogelijkheid van de partijen om in onderlinge overeenstemming van het overeengekomen of door de rechter bepaalde tijdsverloop van de rechtspleging af te wijken, de conclusies die na het verstrijken van de termijnen ter griffie worden neergelegd of aan de tegenpartij gezonden, ambtshalve uit het debat geweerd en kan op de rechtsdag de meest gerede partij een vonnis vorderen, dat in ieder geval op tegenspraak wordt gewezen.
- Wanneer de rechter het tijdsverloop van de rechtspleging bepaalt en de partijen hiervan in onderlinge overeenstemming afwijken, kan de rechter die kennis heeft van dit akkoord, geen conclusie uit het debat weren zonder dit akkoord in aanmerking te nemen.
- Uit de stukken waarop het hof kan acht slaan, blijkt dat: - de rechter bij beschikking van 9 oktober 2019 overeenkomstig artikel 747 Gerechtelijk Wetboek het tijdsverloop van de rechtspleging bepaalde; - gelet op die beschikking de verweerster, de eiseres en de tot gemeenverklaring opgeroepen partij hun syntheseconclusies dienden neer te leggen op res-pectievelijk 2 december 2019, 3 januari 2020 en 20 januari 2020; - de verweerster, de eiseres en de tot gemeenverklaring opgeroepen partij hun syntheseconclusies neerlegden ter griffie op respectievelijk 10 december 2019, 13 januari 2020 en 3 februari 2020, telkens met uitdrukkelijke verwijzing naar het akkoord van de partijen om af te wijken van de door de rechter bepaalde conclusietermijnen.
- De rechter die voormelde conclusies, waaronder de conclusie van de eiseres van 13 januari 2020, uit het debat weert, zonder het akkoord van de partijen om af te wijken van de door de rechter bepaalde conclusietermijnen in aanmerking te nemen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de vrederechter van het eerste kanton Leuven. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 november 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211118.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2025:ARR.20251215.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div