id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211122.3N.13 Rolnummer: C.21.0046.N Zaak: C. contra AD&L vof Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-10 Raadplegingen: 1573 - laatst gezien 2026-06-19 02:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Inzake overeenkomsten blijft de oude wet van toepassing, tenzij de nieuwe wet van openbare orde is of uitdrukkelijk de toepassing ervan voorschrijft op de lopende overeenkomsten; indien de geldigheid van de overeenkomst dient te worden beoordeeld op grond van de op het ogenblik van haar totstandkoming toepasselijke wet, dan is de uitvoering ervan slechts mogelijk binnen de perken gesteld door een latere dwingende wet; indien een latere wet de geldigheidsvoorwaarden van de vroegere wet afschaft of versoepelt, dan kan de nietigheid op grond van de vroegere wet niet meer worden gevorderd
(1).
(1)Zie Cass. 17 september 2004, AR C.02.0282.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040919.1, AC 2004, nr.
- Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Werking in de tijd - Overeenkomst - Nieuwe wet Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN Vrije woorden: Geldigheid - Nieuwe wet Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 16, p. 623-
- - VANCOPPERNOLLE, Thijs; Noot'Het Hof van Cassatie stelt de grondregels van het intertemporeel contractenrecht (gedeeltelijk) bij' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0046.N
- J.C.,
- V.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- AD&L vof, met zetel te 8647 Lo-Reninge, Breydelstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0890.é.831,
- A.D.L.,
- L.D.L., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 oktober
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 2 november 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 2 Oud Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toekomende, zij heeft geen terugwerkende kracht. Een nieuwe wet is in beginsel niet enkel van toepassing op de toestanden die na haar inwerkingtreden zijn ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden, die zich voordoen of die voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. Inzake overeenkomsten blijft de oude wet van toepassing, tenzij de nieuwe wet van openbare orde is of uitdrukkelijk de toepassing ervan voorschrijft op de lopende overeenkomsten. Indien de geldigheid van de overeenkomst dient te worden beoordeeld op grond van de op het ogenblik van haar totstandkoming toepasselijke wet, dan is de uitvoering ervan slechts mogelijk binnen de perken gesteld door een latere dwingende wet. Indien een latere wet de geldigheidsvoorwaarden van de vroegere wet afschaft of versoepelt, dan kan de nietigheid op grond van de vroegere wet niet meer worden gevorderd.
- De appelrechter die oordeelt dat de nietigheid van de overeenkomst op grond van de niet-naleving van het koninklijk besluit van 29 januari 2007 niet meer kan worden gevorderd aangezien dit besluit achteraf werd opgeheven door het besluit van de Vlaamse regering van 19 oktober 2018, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 703,98 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 22 november 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211122.3N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040919.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div