← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.2 Rolnummer: P.21.0888.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 4871 - laatst gezien 2026-06-19 02:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 9, § 1, Interneringswet kan het onderzoekgerecht of het vonnisgerecht de internering van een persoon maar bevelen indien die een misdaad of een wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt en uit de wetsgeschiedenis blijkt dat die wet tot doel heeft het toepassingsgebied van de interneringsmaatregel te beperken tot de enkele feiten die de fysieke of psychische integriteit van derden aantasten of bedreigen; door het begrip bedreiging in te voeren, heeft de wet de internering mogelijk willen maken voor feiten die wijzen op de gevaarlijkheid van de pleger, zelfs als hij de fysieke of psychische integriteit van derden niet daadwerkelijk heeft aangetast of geen enkel slachtoffer heeft gemaakt en de rechter oordeelt onaantastbaar of het gepleegde feit de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt waarbij het Hof enkel nagaat of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee in geen enkel verband staan of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord

(1).
(1)Cass. 10 oktober 2018, AR P.18.0724.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181010.7, AC 2018, nr. 542. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Artikel 9, § 1, Interneringswet - Aantasting of bedreiging van de fysische of psychische integriteit van derden - Doelstelling van de wet - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Internering - Artikel 9, § 1, Interneringswet - Aantasting of bedreiging van de fysische of psychische integriteit van derden - Doelstelling van de wet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 3 - 4 Krachtens artikel 9, § 2, Interneringswet beslist de rechter over de internering na uitvoering van het in artikel 5 bedoelde forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek en krachtens artikel 5, § 3, tweede lid, van die wet kan een actualisering van het deskundigenonderzoek worden gevraagd wanneer dit nodig wordt geacht; uit deze bepalingen en hun wetsgeschiedenis volgt niet dat de rechter telkens hij in een bepaalde strafprocedure overweegt een internering te bevelen in het kader van die strafprocedure steeds een deskundigenonderzoek moet bevelen of de actualisatie van een reeds in die procedure uitgevoerd deskundigenonderzoek en de rechter kan zich ook baseren op een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek dat is bevolen in een andere strafprocedure en de rechter beoordeelt de geestestoestand van een persoon wiens internering wordt gevorderd onaantastbaar op grond van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens, zonder dat hij door de besluiten van een forensisch psychiatrisch deskundigenverslag is gebonden
(1).
(1)Cass. 11 oktober 2017, AR P.17.0784.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8, AC 2017, nr. 550; K. HANOULLE, "Potpourri III als sluitstuk van de nieuwe interneringswetgeving", NC 2016/5,
  1. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Artikel 9, § 2, Interneringswet - Uitvoering van een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek - Forensisch psychiatrisch onderzoek bevolen in een andere strafprocedure - Draagwijdte - Gevolg - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 5 en 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Internering - Artikel 9, § 2, Interneringswet - Uitvoering van een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek - Forensisch psychiatrisch onderzoek bevolen in een andere strafprocedure - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 5 en 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0888.N M S, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Abderrahim Lahlali, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 731, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 1 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 9, § 1, eerste en tweede lid, Interneringswet, alsmede miskenning van het motiveringsbeginsel: het arrest oordeelt ten onrechte dat het bewezen verklaarde feit de fysieke en psychische integriteit van derden aantast; de bewezen verklaarde telastlegging laat geen ruimte voor enige aantasting of bedreiging van de fysieke of psychische integriteit; een daadwerkelijke aantasting of bedreiging had kunnen worden vervolgd en bestraft via een specifiek daarop gerichte telastlegging; de vermelde wetsbepaling vereist dat de aantasting of bedreiging van de fysieke of psychische integriteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden; het arrest beperkt zich tot een hypothetische schending van de fysieke of psychische integriteit van derden.
  4. Krachtens artikel 9, § 1, Interneringswet kan het onderzoekgerecht of het vonnisgerecht de internering van een persoon maar bevelen indien die een misdaad of een wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt.
  5. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat die wet tot doel heeft het toepassingsgebied van de interneringsmaatregel te beperken tot de enkele feiten die de fysieke of psychische integriteit van derden aantasten of bedreigen. Door het begrip bedreiging in te voeren, heeft de wet de internering mogelijk willen maken voor feiten die wijzen op de gevaarlijkheid van de pleger, zelfs als hij de fysieke of psychische integriteit van derden niet daadwerkelijk heeft aangetast of geen enkel slachtoffer heeft gemaakt.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar of het gepleegde feit de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee in geen enkel verband staan of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Het arrest oordeelt dat: - er geen twijfel kan bestaan dat het ten laste van de eiser bewezen gebleven feit de fysieke of psychische integriteit van derden heeft aangetast, zo niet heeft bedreigd; - op 19 augustus 2018 omstreeks 03.31 uur de politie wordt opgeroepen voor moeilijkheden in de dansgelegenheid Cuba Libré met een man die aan verscheidene bezoekers een mes heeft getoond; - de eiser in de zaak wordt aangetroffen aan de toog en een geopend vlindermes in de zak van zijn broek vooraan heeft; - het lemmet boven de zak van de broek uitsteekt; - op dat ogenblik de eiser met beide handen in een flessenkoeler zit, waarna de politie onmiddellijk zijn handen vastgrijpt; - het dragen van een vlindermes dat bovendien wordt getoond aan verschillende klanten in de dansgelegenheid Cubra Libré heeft geleid tot een tussenkomst van het Cops team van de politie. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat het dragen van een vlindermes dat bovendien wordt getoond aan verschillende klanten in een dansgelegenheid wel degelijk van aard is om de fysieke of psychische integriteit van deze klanten aan te tasten of te bedreigen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 9, § 1, eerste lid, 2° en § 2, Interneringswet: het arrest beslist tot de internering van de eiser door verwijzing naar de beoordeling van een geestesstoornis in een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 april 2020, dat verwijst naar drie jaar oude en toen al niet meer actuele deskundigenonderzoeken; het arrest stoelt deze beslissing niet op een in de huidige procedure uitgevoerd forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of op de actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek; een nieuw deskundigenonderzoek drong zich op omdat uit een definitief verslag van 14 juli 2021 van een door de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, op 7 juli 2020 aangesteld college van deskundigen blijkt dat de eiser op het ogenblik van de feiten en op het ogenblik van het deskundigenonderzoek niet lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet heeft gedaan of ernstig heeft aangetast; bijgevolg zal de eiser op datum van het thans bestreden arrest niet hebben geleden aan een geestesstoornis, die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet heeft gedaan of ernstig heeft aangetast.
  10. In zoverre het middel aanvoert dat een recent uitgevoerd forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek besluit dat de eiser niet lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft teniet gedaan of ernstig heeft aangetast, komt het op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het niet ontvankelijk.
  11. Krachtens artikel 9, § 2, Interneringswet beslist de rechter over de internering na uitvoering van het in artikel 5 bedoelde forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek. Krachtens artikel 5, § 3, tweede lid, van die wet kan een actualisering van het deskundigenonderzoek worden gevraagd wanneer dit nodig wordt geacht.
  12. Uit deze bepalingen en hun wetsgeschiedenis volgt niet dat de rechter telkens hij in een bepaalde strafprocedure overweegt een internering te bevelen in het kader van die strafprocedure steeds een deskundigenonderzoek moet bevelen of de actualisatie van een reeds in die procedure uitgevoerd deskundigenonderzoek. De rechter kan zich ook baseren op een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek dat is bevolen in een andere strafprocedure.
  13. De rechter beoordeelt de geestestoestand van een persoon wiens internering wordt gevorderd onaantastbaar op grond van de regelmatig tijdens het debat overgelegde gegevens, zonder dat hij door de besluiten van een forensisch psychiatrisch deskundigenverslag is gebonden.
  14. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  15. Het arrest oordeelt dat de gegevens van het strafdossier samen gelezen en begrepen met het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 april 2020, waarbij de internering werd gelast, alsook met de door het openbaar ministerie gevoegde deskundigenverslagen van dr. Ph. Van Peteghem van 30 mei 2017 en dr. F. Demeulemeester van 28 augustus 2017, het besluit wettigen de internering te bevelen. Aldus verantwoordt het die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181010.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.