id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.3 Rolnummer: P.21.1142.N Zaak: P. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 834 - laatst gezien 2026-06-19 02:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Artikel 41 Wegverkeerswet bepaalt dat in de gevallen waarin de rechter bij toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1, Probatiewet een effectief gedeelte moet opleggen van minstens acht dagen; uit die bepaling volgt dat indien de rechter krachtens de Wegverkeerswet een verval van het recht tot sturen uitspreekt van acht dagen, hij geen uitstel van tenuitvoerlegging kan verlenen
(1).
(1)Cass. 7 januari 2014, AR P.13.1716.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140107.2, AC 2014, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 41 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Uitstel van de tenuitvoerlegging - Artikel 8, § 1, Probatiewet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 41 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 41 - Verval van het recht tot sturen - Uitstel van de tenuitvoerlegging - Artikel 8, § 1, Probatiewet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 41 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1142.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Mechelen, eiser, tegen D W D B, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 25 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 41 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verleent in strijd met deze bepaling uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar voor het uitgesproken verval van het recht motorvoertuigen te besturen voor een periode van acht dagen.
- Artikel 41 Wegverkeerswet bepaalt dat in de gevallen waarin de rechter bij toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1, Probatiewet een effectief gedeelte moet opleggen van minstens acht dagen. Uit deze bepaling volgt dat indien de rechter krachtens de Wegverkeerswet een verval van het recht tot sturen uitspreekt van acht dagen, hij geen uitstel van tenuitvoerlegging kan verlenen.
- Het bestreden vonnis legt door bevestiging van het beroepen vonnis de verweerder op grond van artikel 38, § 1, 2°, Wegverkeerswet een verval op van het recht tot het besturen van alle motorvoertuigen van 8 dagen. Het verleent voor dit verval uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar. Aldus schendt het bestreden vonnis de vermelde bepaling van de Wegverkeerswet. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De onwettigheid van de beslissing tot uitstel als maatregel die de tenuitvoerlegging van de bijkomende straf van het verval van het recht tot sturen treft, brengt de vernietiging mee van de beslissing over die bijkomende straf zelf, gelet op het verband tussen de maatregel en die straf. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het aan de verweerder een verval van het recht tot sturen oplegt met inbegrip van de maatregel van het uitstel van tenuitvoerlegging voor die bijkomende straf. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat vier vijfden van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 288,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.082 precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140107.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div