id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek opgestart op basis van inlichtingen van een buitenlandse politiedienst - Aanvoering dat de inlichtingen onregelmatig zijn verkregen - Opdracht van het onderzoeksgerecht - Onderzoek prima facie van de opgeworpen onregelmatigheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Gerechtelijk onderzoek opgestart op basis van inlichtingen van een buitenlandse politiedienst - Aanvoering dat de inlichtingen onregelmatig zijn verkregen - Opdracht van het onderzoeksgerecht - Onderzoek prima facie van de opgeworpen onregelmatigheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek opgestart op basis van inlichtingen van een buitenlandse politiedienst - Aanvoering dat de inlichtingen onregelmatig zijn verkregen - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Opdracht van het onderzoeksgerecht - Onderzoek prima facie van de opgeworpen onregelmatigheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Gerechtelijk onderzoek opgestart op basis van inlichtingen van een buitenlandse politiedienst - Aanvoering dat de inlichtingen onregelmatig zijn verkregen - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Opdracht van het onderzoeksgerecht - Onderzoek prima facie van de opgeworpen onregelmatigheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.1408.N F V V O, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Len Augustyns, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 30 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest neemt ten onrechte het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld aan; de strafvordering is onontvankelijk, minstens hadden de appelrechters de nietigheid van het onregelmatig verkregen bewijs moeten vaststellen; de aanwijzingen van schuld zijn niet wettelijk verkregen; de feiten zijn uitgelokt door de Amerikaanse politiediensten.
- Wanneer een inverdenkinggestelde de onontvankelijkheid van de strafvordering of de nietigheid van een onderzoekverrichting of van een ingezameld element en de daaruit voortvloeiende rechtspleging aanvoert om het bestaan te betwisten van ernstige aanwijzingen van schuld die de voorlopige hechtenis rechtvaardigen, dient het onderzoeksgerecht dat niet optreedt met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, een prima facie onderzoek van de opgeworpen onregelmatigheid uit te voeren.
- Indien een in België gevoerd strafonderzoek is opgestart op basis van inlichtingen die zijn bezorgd door een buitenlandse politiedienst waarbij die inlichtingen enkel worden gebruikt om verder in België op autonome wijze bewijzen te verzamelen, dan staat het aan het onderzoeksgerecht in het kader van de beoordeling van de handhaving van de voorlopige hechtenis prima facie te onderzoeken of de inverdenkinggestelde aannemelijk maakt dat die inlichtingen onregelmatig zijn verkregen en in bevestigend geval of het gebruik van die onregelmatig verkregen inlichtingen niet strijdig is met het recht op een eerlijk proces van de inverdenkinggestelde dan wel indien die inlichtingen zijn verkregen in overeenstemming met het recht van die buitenlandse staat het gebruik ervan niet strijdig is met het recht op een eerlijk proces.
- De eiser heeft voor het onderzoeksgerecht onder meer aangevoerd dat hij niet zou zijn overgegaan tot de hem verweten feiten indien die niet initieel zouden zijn uitgelokt door de politiediensten van de Verenigde Staten van Amerika (VSA).
- Het arrest beantwoordt dit verweer onder meer met de vaststelling dat de van de Amerikaanse politiediensten afkomstige informatie slechts geldt ten titel van inlichtingen, op basis waarvan in België verder onderzoek werd gevoerd. Aldus stelt het arrest vast dat de door de Amerikaanse politiediensten aan België bezorgde informatie niet in aanmerking wordt genomen als zelfstandige ernstige aanwijzingen van schuld voor de aan de eiser verweten feiten, maar louter als inlichtingen die hebben toegelaten verder op autonome wijze bewijzen te verzamelen.
- Het arrest oordeelt vervolgens dat uit niets blijkt dat de buitenlandse justitiële overheid – met name de bevoegde overheid van de VSA – hierbij niet zou hebben gehandeld overeenkomstig de in de VSA geldende wettelijke bepalingen. Daarmee onderzoekt de kamer van inbeschuldigingstelling evenwel niet, ook niet prima facie, of het gebruik in België van de door de VSA verstrekte inlichtingen het recht van de inverdenkinggestelde op een eerlijk proces niet miskent. Bijgevolg is de beslissing dat het bevel tot aanhouding regelmatig is, welke mede is gesteund op dat oordeel, niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 173,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.33 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090505.16 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150121.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170418.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div