← België

BS, MIN FINANCIEN c ICL Belgium Sales

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.2 Rolnummer: F.20.0094.N Zaak: BS, MIN FINANCIEN c ICL Belgium Sales Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 1678 - laatst gezien 2026-06-18 21:04 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211125.1N.2 Fiches 1 - 2 Er wordt enkel maar een algemeen Europeesrechtelijk beginsel van het verbod van rechtsmisbruik onderkend in zoverre een belastingplichtige zich abusief onder de formele voorwaarden van een bepaling van het Unierecht brengt ter verkrijging van een voordeel van het Unierecht; tevens wordt van dit beginsel toepassing gemaakt in gevallen waar een lidstaat een nationale bepaling hanteert die tot doel heeft fiscaal rechtsmisbruik te beteugelen en de vraag rijst of die nationale bepaling de Europese fundamentele vrijheden respecteert; het Hof van Justitie van de Europese Unie onderkent geen algemeen Europeesrechtelijk beginsel van verbod van fiscaal rechtsmisbruik met algemene strekking, dat zowel in een Europeesrechtelijke als een louter nationaalrechtelijke context van toepassing is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Allerlei Vrije woorden: Europeesrechtelijk beginsel van verbod van fiscaal rechtsmisbruik Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Europeesrechtelijk beginsel van verbod van fiscaal rechtsmisbruik - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. F.20.0094.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de gewestelijke directie BBI Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg (Gent), Gaston Crommenlaan 6, bus 801, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ICL BELGIUM (SALES) nv, met zetel te 2280 Grobbendonk, Industrieweg 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0828.364.756, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 maart 2020 (rolnummer 2019/AR/994). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 18 oktober 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF (…) Vierde onderdeel
  1. Het onderdeel voert in essentie miskenning aan van het algemeen Europeesrechtelijk beginsel van het verbod van fiscaal rechtsmisbruik.
  2. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat het Hof een dergelijk beginsel onderkent, maar enkel in zoverre een belastingplichtige zich abusief onder de formele voorwaarden van een bepaling van het Unierecht brengt ter verkrijging van een voordeel van het Unierecht. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt voorts dat dit Hof ook toepassing maakt van het beginsel van het verbod van fiscaal rechtsmisbruik in gevallen waar een lidstaat een nationale bepaling hanteert die tot doel heeft fiscaal rechtsmisbruik te beteugelen en de vraag rijst of die nationale bepaling de Europese fundamentele vrijheden respecteert.
  3. Anders dan het onderdeel aanvoert, onderkent het Hof van Justitie van de Europese Unie geen algemeen Europeesrechtelijk beginsel van verbod van fiscaal rechtsmisbruik met algemene strekking, dat zowel in een Europeesrechtelijke als een louter nationaalrechtelijke context van toepassing is. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  4. Krachtens artikel 6.1 Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt, laten de lidstaten voor de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting een constructie of een reeks van constructies buiten beschouwing die is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen een belastingvoordeel te verkrijgen dat het doel of de toepassing van het toepasselijke belastingrecht ondermijnt, en die, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, kunstmatig is. Een constructie kan uit verscheidene stappen of onderdelen bestaan. Krachtens artikel 11.1 van diezelfde Richtlijn stellen de lidstaten uiterlijk op 31 december 2018 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee. Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 januari
  5. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat de door de eiser gewraakte constructie werd opgezet in 2010 en dat de betwisting betrekking heeft op het aanslagjaar
  6. Derhalve is artikel 6.1 van de Richtlijn niet op die constructie van toepassing.
  7. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 6.1 van de Richtlijn (EU) 2016/1164, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 510,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211125.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.