← België

Vlaamse Gewest c BS, MINISTER VAN DEFENSIE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.73 Rolnummer: F.19.0139.N Zaak: Vlaamse Gewest c BS, MINISTER VAN DEFENSIE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 1622 - laatst gezien 2026-06-18 13:30 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211125.1N.73 Fiche In afwijking van het principe van de belastingvrijdom van goederen van het openbaar domein van de Staat en die van het privaat domein die bestemd zijn voor een openbare dienst of voor het algemeen belang, zijn dergelijke goederen slechts vrijgesteld van de onroerende voorheffing wanneer aan de voorwaarden van artikel 253, eerste lid, 3°, WIB92 is voldaan, waaronder het onproductief zijn van de goederen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Belastingkrediet Vrije woorden: Onroerende voorheffing - Nationale domeingoederen - Vrijstellingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 253 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0139.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, die voor wat betreft de administratieve afhandeling woonplaats kiest bij de Vlaamse Belastingdienst, met kantoor te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie, met kantoor te 1140 Evere, Eversestraat 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Luc De Meyere, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan 165, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 december 2018 (rolnummer 2017/AR/939). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 18 oktober 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  1. De goederen van het openbaar domein van de Staat en die van het privaat domein die bestemd zijn voor een openbare dienst of voor het algemeen belang, zijn uit hun aard niet vatbaar voor belastingheffing. Hieruit volgt dat deze goederen enerzijds maar onderworpen zijn aan belasting wanneer een wettelijke bepaling daarin uitdrukkelijk voorziet en anderzijds dat de bepaling van artikel 172, tweede lid, Grondwet, krachtens hetwelk geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet, niet erop van toepassing is.
  2. Artikel 220, 1°, WIB92 bepaalt dat de Staat aan de rechtspersonenbelasting onderworpen is. Krachtens artikel 221 WIB92 zijn de aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen uitsluitend belastbaar ter zake van de in deze bepaling aangeduide inkomsten, waaronder het kadastraal inkomen van hun in België gelegen onroerende goederen, wanneer dit kadastraal inkomen niet van onroerende voorheffing is vrijgesteld ingevolge artikel 253 of ingevolge bijzondere wettelijke bepalingen. Krachtens artikel 253, eerste lid, 3°, zoals van toepassing in het Vlaams Gewest voor het aanslagjaar 2007, wordt van de onroerende voorheffing vrijgesteld het kadastraal inkomen van onroerende goederen die de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat, in afwijking van het principe van de belastingvrijdom van goederen van het openbaar domein van de Staat en die van het privaat domein die bestemd zijn voor een openbare dienst of voor het algemeen belang, dergelijke goederen slechts vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing wanneer aan de voorwaarden van artikel 253, eerste lid, 3°, WIB92 is voldaan, waaronder het onproductief zijn van de goederen.
  3. De appelrechter die oordeelt dat de percelen in kwestie vrijgesteld zijn van onroerende voorheffing, zonder na te gaan en vast te stellen dat is voldaan aan alle door artikel 253, eerste lid, 3°, WIB92 gestelde voorwaarden, inzonderheid de voorwaarde dat de goederen op zichzelf niets opbrengen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.73 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211125.1N.73 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241104.3F.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.