← België

V. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.11 Rolnummer: P.21.0742.N Zaak: V. contra L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 676 - laatst gezien 2026-06-18 14:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de artikelen 1, eerste lid, Wegverkeersreglement en 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet volgt dat de inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement slechts strafbaar is overeenkomstig deze bepalingen indien de feiten plaatsvinden op de openbare weg; een openbare weg is een weg open voor het verkeer, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht en het eigendomsrecht, waar het publiek in het algemeen toegelaten is om er te komen of er minstens wordt geduld

(1).
(1)Cass. 7 januari 1992, AR 4898, AC 1991-92, 400, RW 1991-92,
  1. Zie ook P. ARNOU en M. DE BUSSCHER, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer, 1999, 1-2; S. VEREECKEN, “Het belang van de kwalificatie als openbare weg, openbare plaats of privéterrein”, RABG 2006, 1427-1431; G. MEYNS, “De ene weg is de andere niet: openbare weg versus private weg”, in Verkeer, Aansprakelijkheid, Verzekering, Kluwer, 2008, 177-179; F. GLORIEUX en S. SLACHMUYLDERS, “Openbare weg”, in Larcier wet en duiding. Wegverkeer, Larcier, 2016,
  2. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 1 Vrije woorden: Openbare weg - Begrip Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 8.3, tweede lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 2 In de regel staat de oprit tot een privé-woning niet open voor het publiek in het algemeen en dit ongeacht de afwezigheid van een afsluiting of de aanduiding aan de oprit; de rechter oordeelt evenwel onaantastbaar of in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak een oprit openstaat voor het publiek in het algemeen en dus een openbare weg is; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen
(1).
(1)Cass. 17 november 2020, AR P.20.0868.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.10, AC 2020, nr. 703, RW 2020-21, 1666, T. Pol. 2021,
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 1 Vrije woorden: Openbare weg - Oprit tot een private woning - Beoordeling Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0742.N S. V. L., burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Senne Meeus, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen A. J. L., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 29 april
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 137, 138, 6°, en 174 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis is niet naar recht verantwoord; de appelrechters verklaren zich ten onrechte onbevoegd om kennis te nemen van het geschil omdat het schadegeval zich voordeed op privaat terrein, met name de oprit van een privéwoning die niet toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen; bij gebrek aan enige afsluiting of aanduiding aan de opritten waar het ongeval heeft plaatsgevonden, dient te worden aangenomen dat het publiek er op zijn minst wordt geduld, bijvoorbeeld om te keren of om kort stil te staan; zonder verder onderzoek van het voorgaande, konden de appelrechters uit het louter privaat karakter van het terrein niet afleiden dat de regels van het Wegverkeersreglement niet van toepassing zijn.
  4. Een inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement is strafbaar overeenkomstig artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet.
  5. Artikel 1, eerste lid, Wegverkeerswet (lees: Wegverkeersreglement) bepaalt dat dit reglement geldt voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek-, last- of rijdieren en vee.
  6. Daaruit volgt dat de inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeerswet (lees: wegverkeersreglement) slechts strafbaar is overeenkomstig deze bepalingen indien de feiten plaatsvinden op de openbare weg.
  7. Een openbare weg is een weg open voor het verkeer, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht en het eigendomsrecht, waar het publiek in het algemeen toegelaten is om er te komen of er minstens wordt geduld.
  8. In de regel staat de oprit tot een privé-woning niet open voor het publiek in het algemeen en dit ongeacht de afwezigheid van een afsluiting of de aanduiding aan de oprit.
  9. De rechter oordeelt evenwel onaantastbaar of in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak een oprit openstaat voor het publiek in het algemeen en dus een openbare weg is. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  11. Het bestreden vonnis stelt vast wat volgt: - de partijen wonen naast elkaar en hun respectieve opritten grenzen aan elkaar; - volgens de eiseres reed de verweerder bij het oprijden van zijn oprit tegen haar voertuig; - er werd een aanrijdingsformulier ingevuld waarin onder meer werd vermeld dat het ongeval zich voordeed op de oprit (privéterrein).
  12. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - de partijen betwisten de toepasselijkheid van het Wegverkeersreglement; - een openbare weg wordt omschreven als zijnde elke weg waarop het publiek wordt toegelaten of geduld en zich verplaatst, met andere woorden elke weg die feitelijk voor het verkeer openstaat of door het publiek voor verplaatsingen wordt gebruikt; - de bodemrechter bepaalt soeverein of er sprake is van een openbare weg of niet; - in casu deed het schadegeval zich voor op privaat terrein, namelijk de oprit van een privé-woning; - deze oprit is niet toegankelijk voor het publiek of voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat artikel 1 Wegverkeersreglement niet van toepassing is op de oprit waar het ongeval plaatsvond en geeft het te kennen dat er geen inbreuk is gepleegd op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  13. In zoverre gericht tegen de beslissing van onbevoegdverklaring kan het middel niet leiden tot cassatie en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis laat na het in de appelconclusie van de eiseres aangevoerde verweer te beantwoorden dat de oprit te allen tijde toegankelijk was en er geen verkeersbeperkend element was aangebracht, aangezien er geen naamplaatje of verbodsbord hing en er geen bijzondere wegbekleding, omheining of afsluiting was aangebracht.
  15. Met de in het antwoord op het eerste middel vermelde redenen beantwoordt en verwerpt het bestreden vonnis het bedoelde verweer over de draagwijdte van het begrip openbare weg, zonder dat het diende te antwoorden op de argumenten die slechts tot staving van dit verweer werden aangevoerd zonder evenwel een zelfstandig verweer te vormen. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 30 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.