← België

W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 61q

uinquies, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 127

, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 61q

uinquies, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 127

, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Vrije woorden: Termijn voor inzage in het strafdossier en het indienen van een verzoek tot aanvullend onderzoek - Bepalen van de termijn door de onderzoeksrechter of voorzitter van de raadkamer - Onmiddellijk cassatieberoep - Geschil inzake bevoegdheid - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 61q

uinquies, § 4 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 127

, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420, tweede lid, 1° - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Fiches 5 - 7 Er kan geen geschil inzake bevoegdheid bestaan tussen een rechter en een griffier, noch tussen griffiers onderling; het cassatieberoep gericht tegen de beslissing van een rechter of griffier om de termijn te bepalen voor het vragen van bijkomende onderzoekshandelingen ter gelegenheid van de rechtspleging is voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Termijn voor inzage in het strafdossier en het indienen van een verzoek tot aanvullend onderzoek - Bepalen van de termijn door een rechter of griffier - Onmiddellijk cassatieberoep - Toelaatbaarheid Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Vrije woorden: Termijn voor inzage in het strafdossier en het indienen van een verzoek tot aanvullend onderzoek - Bepalen van de termijn door een rechter of griffier - Onmiddellijk cassatieberoep - Geschil inzake bevoegdheid - Toelaatbaarheid Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Vrije woorden: Strafzaken - Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de rechtspleging - Termijn voor inzage in het strafdossier en het indienen van een verzoek tot aanvullend onderzoek - Bepalen van de termijn door een rechter of griffier - Onmiddellijk cassatieberoep - Geschil inzake bevoegdheid - Toelaatbaarheid Tekst van de beslissing Nr. P.21.1165.N B. G. H. W., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Bart Coopman, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 augustus

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet met toepassing van artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering bevat geen eindbeslissing noch een uitspraak in één der gevallen bedoeld in artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Bijgevolg staat tegen een dergelijke beslissing geen onmiddellijk cassatieberoep open.
  3. De eiser voert aan dat zijn cassatieberoep tegen het arrest, dat uitspraak doet met toepassing van de artikelen 61quinquies en 127, § 3, Wetboek van Strafvordering, toch ontvankelijk is omdat dit arrest tevens uitspraak doet over een bevoegdheidsgeschil als bedoeld in artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering. Het arrest beslist namelijk over de in eisers appelconclusie opgeworpen rechtsvraag welke rechter, de voorzitter van de raadkamer of de onderzoeksrechter, dan wel welke griffier bevoegd is om de termijn te bepalen voor het vragen van bijkomende onderzoekshandelingen ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging. Het arrest beslist dat die termijn is vastgesteld op het kabinet van de onderzoeksrechter in samenspraak met de voorzitter van de raadkamer. Het cassatieberoep is gericht tegen die beslissing.
  4. Er bestaat slechts een geschil inzake bevoegdheid in de zin van artikel 420, tweede lid, 1°, Wetboek van Strafvordering, wanneer de rechter die kennis neemt van de strafvordering zich de bevoegdheid van een andere rechter toe-eigent dan wel zich onbevoegd verklaart, waardoor een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld.
  5. De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling over de rechtsvraag of het aan de onderzoeksrechter dan wel aan de voorzitter van de raadkamer staat om de termijn bedoeld in artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering te bepalen, is geen beslissing over een bevoegdheidsgeschil waartegen onmiddellijk cassatieberoep openstaat. Deze rechtsvraag kan immers geen aanleiding geven tot een geschil over rechtsmacht zoals hier bedoeld, maar enkel tot een beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, die daarover in hoger beroep te oordelen heeft overeenkomstig haar bevoegdheid bepaald in artikel 61quinquies, § 4, Wetboek van Strafvordering. Tegen die laatste beslissing staat enkel cassatieberoep open binnen de termijn voor het instellen van cassatieberoep tegen de eindbeslissing over de strafvordering.
  6. Er kan geen geschil inzake bevoegdheid bestaan tussen een rechter en een griffier, noch tussen griffiers onderling.
  7. Het cassatieberoep is voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middelen
  8. De middelen behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 30 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.13 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060321.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071114.7 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100420.2 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131105.14 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170215.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.