← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.18 Rolnummer: P.21.1398.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 843 - laatst gezien 2026-06-19 00:22 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht aan de veroordeelde wordt toegekend voor zover er geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; de tegenaanwijzingen zijn op limitatieve wijze in deze bepaling opgesomd: 1) de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde; 2) het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten; 3) het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen; 4) de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid; 5) de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met zijn vermogenssituatie zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij is veroordeeld; de strafuitvoeringsrechtbank kan de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht voor een veroordeelde die aan de vorm- en tijdsvoorwaarden voldoet enkel afwijzen indien zij ondubbelzinnig het bestaan vaststelt van één of meerdere van deze tegenaanwijzingen

(1); de strafuitvoeringsrechtbank kan bij de beoordeling van de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht in aanmerking nemen of de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie gunstig is verlopen
(2); die beoordelingsbevoegdheid ontslaat de strafuitvoeringsrechtbank evenwel niet van de verplichting aan te geven op grond van welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen het verzoek om elektronisch toezicht wordt afgewezen en op welke feitelijke elementen zij daarvoor steunt.
(1)Cass. 9 november 2021, AR P.21.1290.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.15; Cass. 9 maart 2021, AR P.21.0225.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.12; Cass. 5 maart 2019, AR P.19.0138.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190305.4, AC 2019, nr. 142; Cass. 5 februari 2014, AR P.14.0058.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140205.3, AC 2014, nr. 96; Cass. 15 oktober 2013, AR P.13.1575.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131015.8, AC 2013, nr. 524; Cass. 13 september 2011, AR P.11.1510.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110913.6, AC 2011, nr. 466, RABG 2012, 89 noot F. VAN VOLSEM; Cass. 26 augustus 2008, AR P.08.1251.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080826.1, AC 2008, nr. 435, RABG 2009, 10 noot Y. VAN DEN BERGE.
(2)Cass. 29 december 2020, AR P.20.1226.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.10, AC 2020, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteit - Modaliteit van elektronisch toezicht - Weigering - Limitatieve lijst van tegenaanwijzingen - Gunstig verloop van de modaliteit van beperkte detentie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteit - Modaliteit van elektronisch toezicht - Weigering - Limitatieve lijst van tegenaanwijzingen - Gunstig verloop van de modaliteit van beperkte detentie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1398.N W. M., veroordeelde tot vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Boris Reynaerts, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 2 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank wijst eisers verzoek tot elektronisch toezicht af op andere gronden dan die welke op limitatieve wijze zijn vastgelegd in de vermelde bepaling.
  4. Artikel 47 § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht aan de veroordeelde wordt toegekend voor zover er geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
  5. Die tegenaanwijzingen zijn op limitatieve wijze in deze bepaling opgesomd: 1) de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde; 2) het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten; 3) het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen; 4) de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid; 5) de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met zijn vermogenssituatie zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij is veroordeeld.
  6. De strafuitvoeringsrechtbank kan de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht voor een veroordeelde die aan de vorm- en tijdsvoorwaarden voldoet enkel afwijzen indien zij ondubbelzinnig het bestaan vaststelt van één of meerdere van deze tegenaanwijzingen.
  7. De strafuitvoeringsrechtbank kan bij de beoordeling van de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht in aanmerking nemen of de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie gunstig is verlopen. Die beoordelingsbevoegdheid ontslaat de strafuitvoeringsrechtbank evenwel niet van de verplichting aan te geven op grond van welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen het verzoek om elektronisch toezicht wordt afgewezen en op welke feitelijke elementen zij daarvoor steunt.
  8. De strafuitvoeringsrechtbank wijst het verzoek om elektronisch toezicht af op de volgende gronden: “Ondanks de positieve adviezen van zowel de justitieassistent, de gevangenisdirectie als het Openbaar Ministerie, acht de rechtbank de toekenning van het elektronisch toezicht voorbarig. De beperkte detentie dient over een langere periode geëvalueerd te worden gezien het geleidelijk re-integratietraject dat is vooropgesteld. Enerzijds is er vooralsnog onvoldoende stabiliteit op het vlak van dagbesteding – u bent pas sinds 19 juli ll., dus een drietal maanden, aan de slag bij de huidige werkgever –, anderzijds loopt de maatregel beperkte detentie an sich slechts tweeënhalf maanden daar u koos om in strafonderbreking Covid 19 geplaatst te worden. De naleving van de voorwaarden zoals opgelegd tijdens de beperkte detentie werd tijdens deze periode niet actief opgevolgd en gecontroleerd door de justitieassistent.” Aldus stelt de strafuitvoeringsrechtbank niet ondubbelzinnig vast welke van de in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht belet. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de weigeringsbeslissing elektronisch toezicht toe te kennen, leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het vonnis gelet op het nauw verband met die eerste beslissing. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 30 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080826.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110913.6 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131015.8 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140205.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190305.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.10 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.12 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.