← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.23 Rolnummer: P.21.1483.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-12-06 Raadplegingen: 907 - laatst gezien 2026-06-18 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Er staat geen rechtsmiddel open tegen de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij de modaliteit van het elektronisch toezicht van een bevel tot gevangenneming, uitgevaardigd tegen een inverdenkinggestelde die naar het hof van assisen is verwezen, wordt omgezet naar de modaliteit van uitvoering in de gevangenis wegens nieuwe omstandigheden die voldoende ernstig en noodzakelijk zijn; bijgevolg is het cassatieberoep ertegen niet-ontvankelijk. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP Vrije woorden: Bevel tot gevangenneming - Modaliteit van elektronisch toezicht - Omzetting naar de modaliteit van uitvoering in de gevangenis - Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot gevangenneming - Modaliteit van elektronisch toezicht - Omzetting naar de modaliteit van uitvoering in de gevangenis Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 24bis - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 26, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1483.N M. C. B., beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 november

  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Art. 24bis Voorlopige Hechteniswet bepaalt: - in § 1, eerste lid: “De onderzoeksrechter kan in elke stand van het geding, ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking beslissen dat het bevel tot aanhouding of de beschikking of het arrest tot handhaving van de voorlopige hechtenis uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, vanaf dat moment ten uitvoer zal worden gelegd in de gevangenis, indien: (…) 4° nieuwe en ernstige omstandigheden dit noodzakelijk maken.” - in § 1, derde lid: “Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open. (…).” - in § 3: “Ingeval van handhaving van een hechtenis onder elektronisch toezicht overeenkomstig artikel 26, § 3, tweede lid, worden de bevoegdheden bedoeld in de paragrafen 1 en 2, uitsluitend op vordering van het openbaar ministerie, uitgeoefend door de in artikel 27, § 1, bedoelde rechtsinstanties. (…).” Artikel 26, § 3, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: “Indien de verdachte in hechtenis onder elektronisch toezicht staat, kan de raadkamer bij een met redenen omklede beslissing de hechtenis onder elektronisch toezicht handhaven.”
  3. Het arrest stelt vast dat de kamer van inbeschuldigingstelling: - de eiser op 27 december 2019 heeft verwezen naar het hof van assisen en op dezelfde dag de beschikking tot gevangenneming met onmiddellijke tenuitvoerlegging heeft bevestigd, met de wijziging dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging werd bevolen in de gevangenis; - bij arresten van 16 juli 2020 en 8 februari 2021 heeft geoordeeld dat de voorlopige hechtenis kon worden ondergaan onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
  4. Het arrest oordeelt verder dat zich nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan die voldoende ernstig en noodzakelijk zijn om de voorlopige hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht om te zetten naar een voorlopige hechtenis uit te voeren in de gevangenis.
  5. Die beslissing valt onder het toepassingsgebied van artikel 24bis, § 1, derde lid, Voorlopige Hechteniswet. Bijgevolg is het cassatieberoep ertegen niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 30 november 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.23 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAC.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.