← België

FLINTERSTAR III bv contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.3 Rolnummer: C.21.0052.N Zaak: FLINTERSTAR III bv contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 1018 - laatst gezien 2026-06-19 05:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De vernietiging in cassatie leidt tot de vernietiging van al de uitvoeringshandelingen die op de vernietigde beslissing zijn gesteund zodat er restitutie plaatsvindt van al hetgeen krachtens die beslissing werd betaald; indien de veroordeling echter betrekking heeft op een verbintenis iets te doen of niet te doen, levert het cassatie-arrest geen titel tot restitutie op en dient de bodemrechter de omvang van de restitutie te bepalen. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Algemeen Vrije woorden: Gevolgen - Uitvoerbare titel - Restitutie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1494 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De beslagrechter beschikt over de rechtsmacht om te oordelen over de rechtsgeldigheid van een bevel tot betalen en hetgeen krachtens een dergelijk bevel werd betaald. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Vrije woorden: Beslagrechter - Rechtsmacht - Bevel tot betalen - Rechtsgeldigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid, en 1498 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 6, p. 222-

  1. - CLAUS, Lauranne; Noot'Het cassatiearrest vormt niet langer de titel tot terugvordering bij een verbintenis om (niet) te doen' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0052.N
  2. FLINTERSTAR III bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 2993 LV Barendrecht (Nederland), Krakau 3,
  3. Kees VAN DEN BERG, met kantoor te 3072 DE Rotterdam (Nederland), Wilhelminaplein 16, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van FLINTER SHIPPING bv,
  4. Kees VAN DEN BERG, met kantoor te 3072 DE Rotterdam (Nederland), Wilhelminaplein 16, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van FLINTER GROUP, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  5. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie en Noordzee, met kabinet te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50/65, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerder woonplaats kiest,
  6. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0220.819.807,
  7. VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Binnenlands bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen, met kabinet te 1000 Brussel, Arenbergstraat 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0316.380.841, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 oktober
  8. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - op 6 oktober 2015 het MS FLINTERSTAR van de eisers na een aanvaring gezonken is in de Belgische territoriale wateren ter hoogte van Zeebrugge; - de eerste verweerder aan de eisers het bevel heeft gegeven om het schip te bergen; - dit bevel werd bevestigd door het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 februari 2016 dat de eisers veroordeelde om over te gaan tot berging en daartoe een overeenkomst te sluiten met een bergingsfirma onder verbeurte van een dwangsom; - de eisers dit arrest hebben uitgevoerd door het sluiten van een overeenkomst met gespecialiseerde ondernemingen die tot berging zijn overgegaan voor de prijs van 14.800.000 euro; - het arrest van 22 februari 2016 werd vernietigd door het arrest van het Hof van 13 januari 2017; - de eisers aanspraak maken op de terugbetaling door de verweerders van de bergingskosten ten belope van 14.800.000 euro; - de eisers hiertoe op 19 december 2019 een bevel tot betalen lieten betekenen; - de verweerders hiertegen in verzet kwamen voor de beslagrechter; - het bestreden arrest dit verzet gegrond heeft verklaard. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  9. Krachtens artikel 1494 Gerechtelijk Wetboek kan geen uitvoerend beslag worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken.
  10. De vernietiging in cassatie leidt tot de vernietiging van al de uitvoeringshandelingen die op de vernietigde beslissing zijn gesteund zodat er restitutie plaatsvindt van al hetgeen krachtens die beslissing werd betaald. Het cassatie-arrest levert aldus een titel op voor de terugvordering van hetgeen krachtens de vernietigde beslissing werd betaald zonder dat het cassatiearrest deze terugbetaling dient te bevelen. Indien de veroordeling echter geen betrekking heeft op de betaling van een geldsom of op de afgifte van een zaak, maar op een verbintenis iets te doen of iets niet te doen, levert het cassatiearrest geen dergelijke titel op en dient de bodemrechter de omvang van de restitutieplicht te bepalen. Hieraan doet niet af dat voor de uitvoering van de veroordeling een betaling werd gedaan aan een derde. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  11. Gelet op het antwoord op het eerste onderdeel, vertoont het onderdeel geen belang. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 396,53 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.