id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.4 Rolnummer: C.19.0428.N Zaak: G. contra A. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 794 - laatst gezien 2026-06-17 02:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een verzoek tot uitlegging bij de rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, kan niet meer worden toegelaten indien de beslagrechter die beslissing in het kader van een uitvoeringsgeschil op datzelfde punt reeds heeft uitgelegd
(1).
(1)Zie Cass. 14 juni 2019, AR C.18.0517.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Interpretatie - Toelaatbaarheid verzoekschrift tot uitlegging duidelijke of dubbelzinnige beslissing - Eerdere uitlegging door beslagrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 793, 796 en 1395 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0428.N M. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C. A. C., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 februari
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 793, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, die uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Krachtens artikel 796, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan het verzoekschrift tot uitlegging alleen worden ingediend als de beslissing niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitlegging, rechtzetting of herstel van een omissie. Krachtens artikel 1395 Gerechtelijk Wetboek neemt de beslagrechter kennis van de vorderingen die betrekking hebben op de bewarende beslagen en de middelen tot tenuitvoerlegging.
- Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat een verzoek tot uitlegging bij de rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen niet meer kan worden toegelaten indien de beslagrechter in het kader van een uitvoeringsgeschil die beslissing op datzelfde punt reeds heeft uitgelegd.
- Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de verweerster bij het hof van beroep te Antwerpen een verzoekschrift indiende tot uitlegging van zijn arrest van 23 januari 2018 teneinde te zeggen voor recht dat de haardtoelage deel uitmaakt van de Europese kinderbijslag die haar bij dit arrest werd toegekend; - de eiser bij appelconclusie aanvoerde dat deze door de verweerster gevorderde uitlegging “ontoelaatbaar, onontvankelijk […] minstens ongegrond” is, aangezien in het kader van het geschil nopens de uitvoering van het arrest van 23 januari 2018 door de beslagrechter reeds werd geoordeeld dat in dat arrest niet werd beslist dat de haardtoelage aan de verweerster toekomt en de verweerster op de haardtoelage bijgevolg geen aanspraak kan maken, zodat “reeds een beslissing is genomen omtrent de uitlegging van het arrest van het hof van beroep dd. 23/1/2018” en thans “niet opnieuw daaromtrent een beslissing kan genomen worden”.
- De appelrechter oordeelt dat “het loutere feit dat de beslagrechter in een uitvoeringsgeschil reeds uitlegging heeft gegeven aan het arrest dat als titel van de uitvoering diende, […] niet [belet] dat de rechter ten gronde geldig gevat kan worden van een vordering tot uitlegging van zijn beslissing” en dat “de rechter ten gronde niet gebonden [is] door de uitlegging die de beslagrechter eventueel reeds maakte in het kader van de uitvoeringsprocedure”. De appelrechter die op die gronden de vordering van de verweerster tot uitlegging van het arrest van 23 januari 2018 ontvankelijk en gegrond verklaart en zodoende zegt voor recht dat de haardtoelage deel uitmaakt van de bij dit arrest aan haar toegekende Europese kinderbijslag, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div