id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 856
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: Schenkingen - Inbreng - Inbreng in waarde - Interesten Wettelijke bepalingen: oud
Art. 856
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 De rechter die de genotswaarde en de opbrengstwaarde van het goed evalueert, bepaalt de eventuele vergoeding die bijkomend moet worden ingebracht; de omstandigheid dat de inbrengwaarde van het goed zelf wordt bepaald dan wel geactualiseerd naar het tijdstip van de verdeling van de nalatenschap, sluit niet uit dat bijkomend een vergoeding moet worden ingebracht van hetzij de genotswaarde, hetzij de opbrengstwaarde van het goed voor de periode vanaf het overlijden van de erflater tot de verdeling van diens nalatenschap
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Waardering geschonken goed Wettelijke bepalingen: oud
Art. 856
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Vrije woorden: – Vergoeding van genotswaarde of opbrengstwaarde geschonken goed Wettelijke bepalingen: oud
Art. 856
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2022, nr. 461, p. 373-
- - BLOMME, Céline; Noot'Schenking onroerend goed als voorschot op erfdeel met vrijstelling van inbreng in natura' Tekst van de beslissing Arrest Nr. C.20.0555.N
- W. H.,
- G. D.,
- A.-M. D.,
- C. D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen M. H., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 mei
- Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 11 oktober 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 843 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, moet iedere erfgenaam die tot een erfenis komt, aan zijn mede-erfgenamen inbreng doen van al hetgeen hij van de overledene, bij schenking onder de levenden, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft ontvangen. Hij mag de schenking niet behouden, tenzij zij hem uitdrukkelijk is gedaan bij vooruitmaking en buiten erfdeel of met vrijstelling van inbreng. Krachtens artikel 856 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, zijn de vruchten en interest van aan inbreng onderworpen zaken eerst verschuldigd te rekenen van de dag dat de erfenis is opengevallen.
- Wanneer de erflater een onroerend goed heeft geschonken met vrijstelling van inbreng in natura en de begiftigde erfgenaam bijgevolg het goed in waarde moet inbrengen, kunnen op grond van voormeld artikel 856 Oud Burgerlijk Wetboek op het in te brengen bedrag, dat in de plaats komt van de inbreng in natura, ‘vruchten’ dan wel ‘interest’ worden toegekend. Die vruchten dan wel de interest strekken tot vergoeding van hetzij de genotswaarde, hetzij de opbrengstwaarde van het goed voor de periode vanaf het overlijden van de erflater tot de verdeling van diens nalatenschap. De rechter, die de genotswaarde en de opbrengstwaarde van het goed evalueert, bepaalt de eventuele vergoeding die bijkomend moet worden ingebracht. De omstandigheid dat de inbrengwaarde van het goed zelf wordt bepaald dan wel geactualiseerd naar het tijdstip van de verdeling van de nalatenschap, sluit niet uit dat bijkomend een vergoeding moet worden ingebracht van hetzij de genotswaarde, hetzij de opbrengstwaarde van het goed voor de periode vanaf het overlijden van de erflater tot de verdeling van diens nalatenschap.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het bedoelde onroerend goed volgens de schenkingsakte van 29 november 1977 door de schenkers aan de verweerder, een van hun drie kinderen, is geschonken als voorschot op erfenis maar met ontslag van inbreng in de nalatenschappen, die jaren later en meer precies in 1982 en 2007 zijn opengevallen; - de notaris-vereffenaar tot het besluit komt dat de schenkers bedoelden te schenken als voorschot op erfdeel met vrijstelling van inbreng in natura; - tegen de kwalificatie van een schenking als voorschot op erfdeel met vrijstelling van inbreng in natura geen bezwaar meer bestaat; - als relevante inbrengwaarde de waarde op het ogenblik van de verdeling in aanmerking moet worden genomen; - mogelijk, gelet op de verlopen tijd, een actualisering aan de orde is; - de inbrengverplichting, mede gelet op de bijzondere bepaling in de schenkingsakte, betrekking heeft op een geldelijk bedrag ten belope van de actuele waarde van het onroerend goed ten tijde van de verdeling derwijze dat geen verdere interest in de zin van artikel 856 Oud Burgerlijk Wetboek moet worden aangerekend; - dit overeenkomt met de bedoeling van de ouders om twee van hun drie kinderen, waaronder de verweerder, gelijk te begiftigen, waarbij aan een ander kind een bepaalde geldsom werd geschonken met het oog op het verwerven van een onroerend goed; - de andere erfgenamen door de waardering van het onroerend goed op het ogenblik van de verdeling krijgen wat hen toekomt.
- De appelrechter die op grond van voormelde redenen beslist dat geen vruchten of interest in de zin van artikel 856 Oud Burgerlijk Wetboek moeten worden aangerekend en zodoende uitsluit dat, naast de inbrengwaarde van het goed zelf zoals bepaald dan wel geactualiseerd naar het tijdstip van de verdeling van de nalatenschap, bijkomend een vergoeding moet worden ingebracht van hetzij de genotswaarde hetzij de opbrengstwaarde van het goed in de periode vanaf het overlijden van de erflater tot de verdeling van diens nalatenschap, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over het bezwaar met betrekking tot de inbrengwaarde van het geschonken onroerend goed en de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 2 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211202.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div