id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211206.3N.6 Rolnummer: C.21.0146.N Zaak: Stad Antwerpen c. Landsbond der Christelijke Mutualitei Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-11 Raadplegingen: 1398 - laatst gezien 2026-06-19 05:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde gevallen schade kan veroorzaken
(1).
(1)Cass. 8 maart 2018, AR C.17.0248.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.2, AC 2018, nr. 162; Cass. 4 januari 2016, AR C.15.0191.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160104.1, AC 2016, nr. 1; Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0284.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.6, AC 2015, nr. 193; Cass. 31 oktober 2013, AR C.12.0628.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.2, AC 2013, nr. 570. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Zaken Vrije woorden: Gebrek van de zaak - Begrip Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1384, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Het is niet voldoende om een zaak als gebrekkig te beschouwen dat aan de zaak iets wordt toegevoegd waardoor schade ontstaat; vereist is dat de zaak in haar geheel een abnormaal kenmerk vertoont; het abnormaal kenmerk moet geen intrinsiek kenmerk betreffen of een blijvend element zijn dat inherent is aan de zaak
(1).
(1)Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0284.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.6, AC 2015, nr. 193; Cass. 31 oktober 2013, AR C.12.0628.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.2, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Zaken Vrije woorden: Gebrek van de zaak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1384, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0146.N STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoren te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.500.123, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579, bus 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.702.543, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 juni
- De zaak is bij beschikking van sectievoorzitter Christian Storck van 12 november 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde gevallen schade kan veroorzaken. Het is niet voldoende om een zaak als gebrekkig te beschouwen dat aan de zaak iets wordt toegevoegd waardoor schade ontstaat. Vereist is dat de zaak in haar geheel een abnormaal kenmerk vertoont. Het abnormaal kenmerk moet geen intrinsiek kenmerk betreffen of een blijvend element zijn dat inherent is aan de zaak.
- Hoewel de rechter onaantastbaar in feite oordeelt of de zaak een gebrek vertoont en of hetgeen toegevoegd wordt deel uitmaakt van dit geheel, gaat het Hof na of de rechter die beslissingen wettig uit zijn vaststellingen heeft kunnen afleiden.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de Vogelenmarkt als een zaak in de zin van artikel 1384, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek is aan te merken; - de markt bestaat uit kramen die op een marktplein staan opgesteld en die samen een geheel vormt dat in aanmerking komt voor bewaring en bewaking door de eiseres; - de eiseres haar recht van bewaring en bewaking onder meer uitoefent door het uitvaardigen van een politiereglement op de openbare markten en door het uitoefenen van ambtelijk en politioneel toezicht en als enige de bevoegdheid heeft om de kramen te betreden, de installaties in de kramen op veiligheid te controleren en, bij inbreuken, een kraam van de markt te verwijderen. - de markt voor een welbepaald gebruik aangewend wordt en bij de bezoekers duidelijke verwachtingen creëert met betrekking tot de geschiktheid van de markt voor dit gebruik; - de maatschappelijke verwachting is dat de markt een plaats is voor gezellige drukte waarbij bezoekers bestaande uit volwassenen en kinderen zich ten volle kunnen concentreren op uitgestalde koopwaar in de diverse kramen zonder dat zij zich dienen te bekommeren om de veiligheid van de technische installaties in elk van de kramen; - de bezoekers van de markt in hun rechtmatige verwachtingen worden bedrogen wanneer er op de markt verdoken gasflessen staan die door de wijze waarop zij gevuld zijn een zeer groot ontploffingsgevaar betekenen en die zich pal naast een warmtebron bevinden; - de omstandigheid dat op een markt ook marktkramers aanwezig zijn die diverse diensten verstrekken, niets wijzigt aan het bestaan van het gebrek in de samengestelde zaak op zichzelf, een gebrek dat enkel volgt uit de aanwezigheid van onveilige gasflessen en het daaraan verbonden ontploffingsgevaar.
- De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat “de markt waar bezoekers op een dergelijke wijze in hun normale verwachtingen worden verschalkt, als gebrekkig is aan te merken in de zin van artikel 1384, lid 1 B.W.”, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot betaling van 122.444,74 euro in hoofdsom en het oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en raadsheer Bart Wylleman, en in openbare terechtzitting van 6 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211206.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2023:ARR.20231109.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131031.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160104.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180308.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div