id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.3 Rolnummer: P.21.1091.N Zaak: P. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-12-14 Raadplegingen: 840 - laatst gezien 2026-06-15 09:23 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211207.2N.3 Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of de titularis van de nummerplaat van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, erin slaagt het op hem op grond van het hier toepasselijke artikel 67bis Wegverkeerswet rustende vermoeden te weerleggen; hij kan daartoe alle feitelijke gegevens in aanmerking nemen waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt, waaronder de omstandigheid dat de titularis van de nummerplaat vóór de dagvaarding niet in kennis werd gesteld van de hem ten laste gelegde verkeersinbreuken, hij aldus niet in staat was de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten kenbaar te maken en dit, gelet op het tijdsverloop, thans niet meer redelijkerwijze van hem kan worden verwacht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Vrije woorden: Weerlegbaar vermoeden - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 67bis - Weerlegbaar vermoeden - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 4 Tenzij in het hier niet toepasselijke geval dat het proces-verbaal met de vastgestelde verkeersinbreuken zelf vermeldt wanneer het werd verzonden, beoordeelt de rechter eveneens onaantastbaar op basis van de stukken van het strafdossier, die aan de rechter werden voorgelegd en vatbaar zijn voor tegenspraak, of en wanneer dit proces-verbaal naar de titularis van de nummerplaat werd verzonden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Toezending van het proces-verbaal aan de overtreder of titularis van de nummerplaat - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 62 - Toezending van het proces-verbaal aan de overtreder of titularis van de nummerplaat - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1091.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, eiser, tegen S M K, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 28 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft op 18 november 2021 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Op de openbare rechtszitting van 7 december 2021 heeft raadsheer Ilse Couwenberg verslag uitgebracht een heeft de vermelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 62, eerste en achtste lid, en 65 Wegverkeerswet en artikel 11 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake wegverkeer: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat uit niets blijkt dat de verweerster in kennis werd gesteld van de haar ten laste gelegde verkeersinbreuken; uit de stukken van het strafdossier blijkt dat, met toepassing van de zogenaamde “procedure crossborder”, zowel het proces-verbaal, de onmiddellijke inning als de minnelijke schikking door Bpost zijn verzonden naar de verweerster; volgens de gegevens van het MaCHsysteem is bij geen van deze verzendingen de post “retour zending” ingevuld, waaruit volgt dat de zendingen wel degelijk aan de bestemmeling werden afgeleverd; in de onmiddellijke inning wordt verduidelijkt dat een geverbaliseerde die de boete wil betwisten via de website www.verkeersboetes.be of het daarin vermelde callcenter een betwistingsformulier kan opvragen, waarin hij desgevallend de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten kenbaar kan maken; gelet op deze mogelijkheid tot betwisting of aanvulling, is het niet noodzakelijk dat het afschrift van het proces-verbaal met antwoordformulier aan de overtreder wordt verzonden noch dat de titularis van de nummerplaat wordt uitgenodigd voor verhoor; door te eisen dat de kennisgeving van de overtreding anders dan door de verzending van de voormelde stukken moet gebeuren, een afzonderlijk antwoordformulier moet worden verzonden en de beweerde overtreder moet worden uitgenodigd voor verhoor, voegen de appelrechters ten onrechte voorwaarden toe aan de in het middel vermelde wetsbepalingen; door zelf niet aan te geven hoe het bewijs van de kennisgeving dan wel moet worden geleverd, miskennen zij tevens hun motiveringsplicht.
- In zoverre het middel aanvoert dat de in het middel vermelde stukken, met name de aan de verweerster overgemaakte onmiddellijke inning en minnelijke schikking, alsook de schermafschriften met de gegevens over de verwerking van deze briefwisseling in MaCH, deel uitmaken van het strafdossier, vereist het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk.
- Artikel 67bis Wegverkeerswet, zoals hier van toepassing, bepaalt: “Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.”
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de titularis van de nummerplaat van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, erin slaagt het op hem op grond van het hier toepasselijke artikel 67bis Wegverkeerswet rustende vermoeden te weerleggen. Hij kan daartoe alle feitelijke gegevens in aanmerking nemen waarvan hij de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt, waaronder de omstandigheid dat de titularis van de nummerplaat vóór de dagvaarding niet in kennis werd gesteld van de hem ten laste gelegde verkeersinbreuken, hij aldus niet in staat was de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten kenbaar te maken en dit, gelet op het tijdsverloop, thans niet meer redelijkerwijze van hem kan worden verwacht.
- Tenzij in het hier niet toepasselijke geval dat het proces-verbaal met de vastgestelde verkeersinbreuken zelf vermeldt wanneer het werd verzonden, beoordeelt de rechter eveneens onaantastbaar op basis van de stukken van het strafdossier, die aan de rechter werden voorgelegd en vatbaar zijn voor tegenspraak, of en wanneer dit proces-verbaal naar de titularis van de nummerplaat werd verzonden.
- In zoverre het middel opkomt tegen deze feitelijke beoordelingen, is het niet ontvankelijk.
- Artikel 149 Grondwet vereist niet dat de rechter die oordeelt dat het bewijs van de kennisgeving aan de titularis van de nummerplaat van de hem ten laste gelegde verkeersinbreuken niet voorligt, zelf aangeeft hoe dit bewijs moet worden geleverd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De appelrechters oordelen niet dat de titularis van de nummerplaat moet worden uitgenodigd voor verhoor noch dat aan deze een afzonderlijk antwoordformulier moet worden verzonden, alvorens hem te kunnen veroordelen voor de hem ten laste gelegde verkeersinbreuken. Wel oordelen zij dat de verweerster erin slaagt het op haar rustende vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet te weerleggen bij gebreke van bewijs van een verzonden afschrift van het aanvankelijk proces-verbaal met antwoordformulier en bij gebreke van verhoor dan wel uitnodiging tot verhoor. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 26,40 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 7 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211207.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div