id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.5 Rolnummer: P.21.0740.N Zaak: HS-TRADING B.V.B.A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-12-14 Raadplegingen: 887 - laatst gezien 2026-06-18 23:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer een beklaagde die hoger beroep instelt in zijn grievenformulier vermeldt dat hij de beslissing over de schuld betwist, geeft hij aan dat hij alle bestanddelen van de beslissing over de schuld aanvecht, wat inhoudt dat hij daarmee ook de bewijsgegevens die een schuldigverklaring kunnen ondersteunen en bijgevolg ook de wettigheid en regelmatigheid van de bewijsvoering bedoelt, zonder dat hij hierover een afzonderlijke grief moet vermelden
(1); de omstandigheid dat de beklaagde uit de volgens hem gebleken onregelmatigheid van het bewijs heeft afgeleid dat de strafvordering niet ontvankelijk is, doet hieraan geen afbreuk en heeft niet tot gevolg dat hij hierover een afzonderlijke procedurele grief dient aan te voeren.
(1)Cass. 27 februari 2018, AR P.17.1039.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.9, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Grievenformulier - Betwisting van de schuld - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2022, nr. 442, p.
- - VASSEUR, Roeland; Noot'Ieder huisje zijn kruisje: Cassatie spreekt zich (opnieuw) uit over draagwijdte grievenformulier' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0740.N HS-TRADING bv, met zetel te 3960 Bree (Opitter), Ziepstraat 1 bus 2, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Sam Vanparijs, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 17 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat het in de conclusie van de eiseres ontwikkelde verweer met betrekking tot de onontvankelijkheid van de strafvordering een procedureel argument betreft waarvoor geen grief werd aangeduid op het grievenformulier en bijgevolg geen deel uitmaakt van de saisine in hoger beroep, verantwoorden de appelrechters de beslissing niet naar recht; door in het grievenformulier onder de rubriek “schuld” een grief te formuleren, gaf de eiseres te kennen alle bestanddelen van de beslissing over de schuld te willen aanvechten, waaronder ook de wettigheid en regelmatigheid van de bewijsgegevens.
- Volgens artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering dient de appellant op straffe van verval van het hoger beroep binnen de beroepstermijn ter griffie een verzoekschrift in te dienen dat nauwkeurig de grieven bepaalt die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven. Krachtens artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, kan de beroepsrechter, behalve de in die bepaling vermelde grieven van openbare orde die hij ambtshalve dient op te werpen, slechts kennis nemen van de grieven die werden opgeworpen zoals bepaald in artikel
- Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt. Het is niet vereist dat de appellant de redenen vermeldt waarom die beslissing volgens hem moet worden hervormd.
- Wanneer een beklaagde die hoger beroep instelt in zijn grievenformulier vermeldt dat hij de beslissing over de schuld betwist, geeft hij aan dat hij alle bestanddelen van de beslissing over de schuld aanvecht. Dit houdt in dat hij daarmee ook de bewijsgegevens die een schuldigverklaring kunnen ondersteunen en bijgevolg ook de wettigheid en regelmatigheid van de bewijsvoering bedoelt, zonder dat hij hierover een afzonderlijke grief moet vermelden. De omstandigheid dat de beklaagde uit de volgens hem gebleken onregelmatigheid van het bewijs heeft afgeleid dat de strafvordering niet ontvankelijk is, doet hieraan geen afbreuk en heeft niet tot gevolg dat hij hierover een afzonderlijke procedurele grief dient aan te voeren.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres in haar grievenschrift grieven heeft aangevoerd onder de rubriek “schuld” en onder de rubriek “straf en/of maatregel”, waarbij de grief onder de rubriek “schuld” als volgt werd verduidelijkt: “hoger beroep tegen de tenlastelegging D met samenhorende geldboete en kosten wegens onterecht veroordeeld”. Hieruit volgt dat de eiseres ook de regelmatigheid van de bewijsvoering aanvecht, zodat dit aspect tot de saisine van de appelrechters behoort, ook al heeft de eiseres hieruit de onontvankelijkheid van de strafvordering afgeleid. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk verklaart. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep Bepaalt de kosten op 185,19 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 7 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div