id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.8 Rolnummer: P.21.0882.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-12-14 Raadplegingen: 549 - laatst gezien 2026-06-15 05:51 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vermelding in het overeenkomstig artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet opgesteld proces-verbaal dat artikel 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen werd geëerbiedigd, geldt als bewijs van het feit en de inhoud van de aan de betrokkene gedane verwittiging van zijn recht om een tweede ademanalyse te vragen, tenzij hij het tegendeel aannemelijk maakt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - ALGEMEEN Vrije woorden: Ademanalyse - Uitleg om tweede ademanalyse te vragen - Vermeldingen in het proces-verbaal - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Wegverkeer - Ademanalyse - Uitleg om tweede ademanalyse te vragen - Vermeldingen in het proces-verbaal - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0882.N K G M C, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Jan Van den Noortgate, advocaat bij de balie Oudenaarde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 28 mei
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis spreekt de eiseres vrij voor de feiten van de telastlegging A. In zoverre ook gericht tegen deze beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 26 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen (hierna KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de enkele expliciete vermelding van de voormelde wetsbepaling in het aan de eiseres toegezonden proces-verbaal, volstaat als bewijs van het feit en de inhoud van de gedane verwittiging van haar recht om een tweede ademanalyse te vragen.
- Krachtens artikel 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen moet de betrokkene onder meer worden uitgelegd dat hij een tweede ademanalyse mag vragen.
- De vermelding in het overeenkomstig artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet opgesteld proces-verbaal dat artikel 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen werd geëerbiedigd, geldt als bewijs van het feit en de inhoud van de aan de betrokkene gedane verwittiging van zijn recht om een tweede ademanalyse te vragen, tenzij hij het tegendeel aannemelijk maakt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat volgens het proces-verbaal nr. 400734/19 van 18 maart 2019 dat de vaststellingen ten aanzien van de eiseres bevat, de voorschriften van de artikelen 7, 24, 25 en 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen werden geëerbiedigd. Het oordeelt dat uit dit proces-verbaal aldus afdoende blijkt dat aan de eiseres wel degelijk de mededelingen van artikel 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen werden gedaan en dat gezien geen tweede ademanalyse werd uitgevoerd, de eiseres aan haar mogelijkheid hiertoe heeft verzaakt zodat de eerste analyse dienstig is als bewijs van de strafbare graad van intoxicatie. Aldus is de beslissing van schuldigverklaring van de eiseres aan de telastlegging B naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 7 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div