← België

BNP Paribas Fortis contra E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.5 Rolnummer: C.21.0159.N Zaak: BNP Paribas Fortis contra E. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 794 - laatst gezien 2026-06-16 04:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche Gelden verkregen in het raam van een contractuele bezetting van een onroerend goed worden, net zoals huur- en pachtgelden, vanaf het beslagexploot voor onroerend gehouden om, samen met de prijs van het onroerend goed, volgens de rang van de hypotheken te worden verdeeld, ook indien de schuldenaar het voorwerp wordt van een faillissement. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEVOORRECHTE EN HYPOTHECAIRE SCHULDEISERS Vrije woorden: Faillissement - Contractuele bezettingsvergoeding - Bestemming Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1576, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten en hypotheken. - Hypotheekwet - 16-12-1851 - Art. 45, 2°, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0159.N BNP PARIBAS FORTIS nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.199.702, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen Vic ENGELEN, advocaat, met kantoor te 3530 Houthalen-Helchteren, Herebaan-Oost 3, bus 1, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van DAMOTEC nv, met zetel te 3590 Diepenbeek, Demerstraat 13, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.535.920, en in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van EMO nv, met zetel te 3590 Diepenbeek, Demerstraat 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0426.938.471, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 maart

  1. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 1190, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, mag de curator van het faillissement de onroerende goederen die tot een failliete boedel behoren, niet verkopen dan nadat hij aan de rechter-commissaris machtiging heeft gevraagd; indien de rechter machtiging verleent, wijst hij tegelijk een notaris aan, door wiens ambtelijke tussenkomst de openbare verkoop zal geschieden. Artikel 1193ter Gerechtelijk Wetboek, in de hier toepasselijke versie, bepaalt dat in het geval van artikel 1190 de curator bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan de rechtbank machtiging kan vragen om uit de hand te verkopen.
  3. Krachtens artikel 1326, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, in zijn toepasselijke versie, brengen de verkopen uit de hand, gemachtigd overeenkomstig de artikelen 1193bis, 1193ter, 1580bis en 1580ter, ten aanzien van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers die overeenkomstig deze bepalingen tijdens de procedure van machtiging werden gehoord of behoorlijk werden opgeroepen, van rechtswege overwijzing mee van de prijs.
  4. Door het faillissement verliest de gefailleerde de beschikkingsbevoegdheid over zijn vermogen en worden zijn schulden opeisbaar. Het faillissement doet geen afbreuk aan het recht van de houders van zakelijke zekerheden op hun recht van voorrang op de verkoopopbrengst van hun onderpand.
  5. Krachtens artikel 45, 2° , tweede lid, Hypotheekwet strekt de hypotheek zich uit tot alle toebehoren van de zaak in zoverre zij onroerend zijn geworden. De huur- en pachtgelden worden volgens artikel 1576, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek vanaf het beslagexploot voor onroerend gehouden om, samen met de prijs van het onroerend goed, volgens de rang van de hypotheken te worden verdeeld. Dit geldt ook voor gelden verkregen in het raam van een contractuele bezetting van het goed. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing indien de schuldenaar het voorwerp wordt van een faillissement.
  6. De appelrechters stellen vast dat: - bij vonnissen van 24 oktober 2013 van de rechtbank van koophandel te Hasselt het faillissement werd uitgesproken van DAMOTEC nv en EMO nv; - de verweerder, in het kader van de afwikkeling van het faillissement, een overeenkomst van bezetting ter bede heeft gesloten met GePeGoed nv, op grond waarvan deze laatste, in afwachting van de verkoop, de onroerende goederen die zich in de gefailleerde vennootschappen bevonden, mocht gebruiken tegen betaling van een bezettingsvergoeding; - de verweerder de onroerende goederen op grond van artikel 1193ter Gerechtelijk Wetboek onderhands heeft verkocht; - de eiseres van oordeel is dat de bezettingsvergoeding deel uitmaakt van het netto-actief van de onroerende boedel en tegenspraak heeft geformuleerd op het proces-verbaal van rangregeling.
  7. De appelrechter die oordeelt dat de bezettingsvergoeding wegens de afwezigheid van beslag niet als toebehoren van het onroerend goed kan worden beschouwd en deel uitmaakt van het “in het kader van het faillissement gerealiseerd actief en in het kader daarvan [zal] verdeeld worden bij afsluiting van het faillissement”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.