id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.6 Rolnummer: C.21.0313.N Zaak: BOPLANT bv contra TREF EGO SUBSTRATES BELGIE bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 966 - laatst gezien 2026-06-17 17:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer binnen eenzelfde procesverhouding meerdere partijen door eenzelfde advocaat worden bijgestaan en de rechter de wederpartij in het ongelijk stelt, moet hij de rechtsplegingsvergoeding onder de in het gelijk gestelde partijen verdelen
(1).
(1)Cass. 16 oktober 2019, AR P.19.0718.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191016.3, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Eenzelfde procesverhouding - Meerdere partijen met eenzelfde advocaat - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding - 26-10-2007 - Art. 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0313.N BOPLANT bv, met zetel te 9340 Lede, Grote Steenweg 28, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0477.519.221, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- TREF EGO SUBSTRATES BELGIË bv, met zetel te 9080 Lochristi, Bedrijvenlaan 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.617.467, eerste verweerster,
- JIFFY PRODUCTS INTERNATIONAL bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 4782 PX Moerdijk (Nederland), Appelweg 3,
- AS TREFFEX, vennootschap naar Ests recht, met zetel te 86602 Paikuse (Estland), Pärnumaa Paid Mnt. 19 b,
- MS AMLIN INSURANCE se, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II laan 37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0644.921.425, tweede tot vierde verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de tweede tot vierde verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 februari
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding bepaalt dat de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding in de zin van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek worden vastgesteld per gerechtelijke band en ten aanzien van elke partij die door een advocaat wordt bijgestaan, met dien verstande dat, wanneer eenzelfde advocaat in eenzelfde gerechtelijke band verscheidene partijen bijstaat, de rechtsplegingsvergoeding onder hen wordt verdeeld. Uit deze bepaling volgt dat, wanneer binnen eenzelfde procesverhouding meerdere partijen door eenzelfde advocaat worden bijgestaan en de rechter de wederpartij in het ongelijk stelt, hij de rechtsplegingsvergoeding onder de in het gelijk gestelde partijen moet verdelen.
- In het niet-bestreden tussenarrest van 30 mei 2018 stellen de appelrechters vast dat: - de eiseres in eerste aanleg een hoofdvordering tot veroordeling instelde tegen de eerste en tweede verweersters; - de eerste verweerster enerzijds en de tweede verweerster anderzijds met hun respectieve advocaten afzonderlijk conclusie namen tot afwijzing van de tegen hen gerichte hoofdvordering van de eiseres; - de eerste verweerster zich bij wijze van tussenvordering tot vrijwaring richtte in hoofdorde tegen de tweede verweerster en in ondergeschikte orde tevens tegen de derde en vierde verweersters; - de tweede, derde en vierde verweersters samen met dezelfde advocaat conclusie namen tot afwijzing van de hoofdvordering van de eiseres en de tussenvordering tot vrijwaring van de eerste verweerster; - de eerste rechter de hoofdvordering van de eiseres heeft afgewezen als ongegrond, met veroordeling van de eiseres tot de gedingkosten aan de zijde van de eerste verweerster enerzijds en de tweede verweerster anderzijds; - de eerste rechter de tussenvordering tot vrijwaring zonder voorwerp heeft verklaard, waarbij elke partij haar eigen kosten diende te dragen; - de eiseres hoger beroep instelde met het oog op inwilliging van haar hoofdvordering tot veroordeling ditmaal niet alleen tegen de eerste en tweede verweersters maar bovendien tegen de derde en vierde verweersters; - de eerste verweerster conclusie nam in hoofdorde tot afwijzing van de tegen haar gerichte hoofdvordering van de eiseres, in ondergeschikte orde tot vrijwaring tegen de tweede verweerster en in meer ondergeschikte orde tevens tot vrijwaring tegen de derde en vierde verweersters; - de tweede, derde en vierde verweersters samen met dezelfde advocaat conclusie namen tot afwijzing van de hoofdvordering van de eiseres en de tussenvordering tot vrijwaring van de eerste verweerster. De appelrechters hebben zodoende vastgesteld dat in hoger beroep de tweede, derde en vierde verweersters binnen eenzelfde procesverhouding met de eiseres door eenzelfde advocaat worden bijgestaan.
- De appelrechters die in het bestreden eindarrest van 24 februari 2021 de tweede, derde en vierde verweersters in het gelijk stellen ten aanzien van de eiseres en deze laatste veroordeelt tot betaling aan de tweede, derde en vierde verweersters van drie afzonderlijke rechtsplegingsvergoedingen, schendt voormelde wetsbepaling. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het de eiseres veroordeelt tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep aan de tweede, derde en vierde verweersters ten bedrage van telkens 6.000 euro. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191016.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div