id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 2257
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Betalingsverbintenissen zijn vanaf hun ontstaan onmiddellijk opeisbaar, zodat betaling in beginsel onmiddellijk dient te geschieden en de verjaring van de rechtsvordering loopt vanaf dat ogenblik. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Rechtsvordering gegrond op een betalingsverbintenis - Aanvang van de verjaringstermijn Wettelijke bepalingen: oud
Art. 2257
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Betalingsverbintenis - Opeisbaarheid - Tijdstip - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud
Art. 2257- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.21.0075.N
- A. S.,
- M. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen J. S., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 november
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 2262bis, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek verjaren alle persoonlijke rechtsvorderingen door verloop van tien jaar. Overeenkomstig artikel 2257 Oud Burgerlijk Wetboek loopt de verjaring niet ten aanzien van een schuldvordering die van een voorwaarde afhangt, zolang die voorwaarde niet is vervuld, ten aanzien van een vordering tot vrijwaring, zolang de uitwinning niet heeft plaatsgehad, ten aanzien van een schuldvordering die op een bepaalde dag vervalt, zolang die dag niet verschenen is. Uit voormeld artikel 2257 Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat de verjaring, die een verweer vormt tegen een te laat ingestelde vordering in rechte, niet kan beginnen lopen vóór het ontstaan van de rechtsvordering. De rechtsvordering die op een verbintenis is gegrond, ontstaat in de regel op de datum waarop die verbintenis moet worden nagekomen. De verjaring ervan loopt bijgevolg vanaf dat ogenblik.
- Verbintenissen moeten in beginsel worden nagekomen zodra ze opeisbaar zijn. Verbintenissen zijn vanaf hun ontstaan opeisbaar, zodat betaling onmiddellijk dient te geschieden, behoudens andersluidende bepaling in de wet of de overeenkomst.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eisers in het document van 1 maart 2004 hebben verklaard dat zij aan de verweerder een bedrag van 450.000 euro verschuldigd zijn; - in dit document niets werd bepaald met betrekking tot het ogenblik waarop betaling door de eisers verschuldigd is; - wanneer geen tijdstip is vastgesteld voor de betaling, de verplichting van de schuldenaar opeisbaar wordt op het ogenblik waarop de schuldeiser te kennen geeft dat hij betaling wil ontvangen en bijgevolg de uitvoering wil van de door de eisers opgenomen eenzijdige verbintenis tot betalen; - een eerste verzoek tot betaling door de verweerder werd verricht op 30 augustus 2013 en de dagvaarding dateert van 20 juli 2018, zodat er sinds de ingebrekestelling geen tien jaar verstreken is.
- De appelrechter die aldus oordeelt dat de door de eisers opgenomen eenzijdige verbintenis tot betalen pas opeisbaar is op het ogenblik dat de verweerder te kennen geeft dat hij de uitvoering wil van deze verbintenis en op grond daarvan beslist dat de vordering van de verweerder tot hoofdelijke veroordeling van de eisers tot betaling van een bedrag van 450.000 euro meer interest niet verjaard is, aangezien er tussen het eerste betalingsverzoek van de verweerder van 30 juli 2013 en de dagvaarding van 20 juli 2018 geen tien jaar is verstreken, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211209.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div