← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.2 Rolnummer: P.21.0801.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-12-21 Raadplegingen: 574 - laatst gezien 2026-06-16 02:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche Indien het onderzoeksgerecht met aanneming van verzachtende omstandigheden een beklaagde verwijst naar de correctionele rechtbank voor een aldus gecorrectionaliseerde misdaad, dan kan de correctionele rechtbank en in hoger beroep de correctionele kamer van het hof van beroep voor dit feit niet nogmaals verzachtende omstandigheden aannemen

(1).
(1)Cass. 4 juni 1973, AC 1973,
  1. Thesaurus CAS: STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN Vrije woorden: Verzachtende omstandigheden - Correctionaliseerbare misdaad - Verwijzing door het onderzoeksgerecht naar de correctionele rechtbank mits aanneming van verzachtende omstandigheden - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.0801.N J E, alias A E B, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert miskenning aan van de motiveringsverplichting: het arrest is gebrekkig gemotiveerd; het laat na de aangevoerde verzachtende omstandigheden inhoudelijk te bespreken; het vermeldt niet welke verzachtende omstandigheden werden aangenomen; op geen enkele wijze wordt op een afdoende en geïndividualiseerde wijze gemotiveerd waarom geen rekening wordt gehouden met de aangevoerde verzachtende omstandigheden; het arrest vermeldt dat rekening wordt gehouden met de persoon van de eiser, maar dit wordt niet gespecificeerd; daar waar een strafverzwaring een afdoende motivering vereist, verwijst het arrest enkel naar het strafrechtelijk verleden van de eiser en laat het alle overige argumenten links liggen.
  4. Indien het onderzoeksgerecht met aanneming van verzachtende omstandigheden een beklaagde verwijst naar de correctionele rechtbank voor een aldus gecorrectionaliseerde misdaad, dan kan de correctionele rechtbank en in hoger beroep de correctionele kamer van het hof van beroep voor dit feit niet nogmaals verzachtende omstandigheden aannemen.
  5. Uit artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat ingevolge artikel 211 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de hoven van beroep, volgt voor de strafrechter de verplichting om, zo de wet die aan zijn vrije beoordeling overlaat, de keuze van de straffen en de maat ervan nauwkeurig te motiveren, zij het dat die motivering beknopt mag zijn.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Het arrest motiveert de keuze voor de opgelegde straffen en de maat ervan als volgt: - bij het bepalen van de aard en de omvang van de bestraffing wordt rekening gehouden met de duur, de aard, de veelheid en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waarin ze werden gepleegd, de gevolgen van die feiten voor het slachtoffer en de kinderen van de eiser, de persoonlijkheid van de eiser zoals die blijkt uit het strafdossier, het advies van de psychiater, de behandeling ter rechtszitting en de door de raadsman van de eiser verstrekte toelichting; - de bewezen verklaarde feiten zijn bijzonder ernstig en worden gekenmerkt door een opvallende escalatie van geweld, waarbij de eiser uiteindelijk zover ging dat hij opzettelijk en met voorbedachtheid trachtte zijn partner, de moeder van zijn kinderen, te doden; - die feiten geven blijk van een bijzondere agressie en een absoluut gebrek aan respect voor de fysieke integriteit van zijn partner; - de eiser zorgde ervoor dat zijn echtgenote en zijn kinderen gedurende jaren in grote angst leefden; - gedurende acht jaar heeft de eiser zijn partner op een mensonterende wijze behandeld, waardoor hij haar waardigheid ernstig heeft aangetast; - de eiser beknotte haar leven, controleerde haar en isoleerde haar zodat zij van hem afhankelijk werd. Zij kreeg van hem slagen en werd met de dood bedreigd. Hij hanteerde een schrikbewind tegenover zijn vrouw en kinderen, stelde zich bijzonder agressief op en negeerde de opgelegde huis- en contactverboden; - zijn agressie escaleerde toen hij met een keukenmes probeerde zijn vrouw te vermoorden terwijl drie van zijn vier kinderen thuis aanwezig waren; - de feiten zijn voor de kinderen bijzonder traumatiserend; - uit het verslag van de psychiater blijkt dat de eiser een man is met een beperkt intellectueel vermogen, die niet aanvaardt dat zijn vrouw van hem wil scheiden en de kinderen haar worden toegewezen. Hij wordt beschreven als een gevaarlijke man die krenkingen niet vergeeft, voor wie de vergelding van het gekrenkte centraal staat en die niet nadenkt over de eventuele gevolgen van zijn daden voor anderen; - de eiser is reeds veroordeeld voor diefstal en drugs; - de eiser had voor de feiten wel stabiel werk, wat hem toeliet zijn gezin finan¬cieel te onderhouden en waardoor hij ook bijdroeg aan de maatschappij; - als antwoord op deze gewelddadige feiten en ter bescherming van de maatschappij is een zwaardere effectieve bestraffing gepast. Een zeer ernstig signaal is nodig om de eiser het onaanvaardbare van zijn handelingen te doen inzien; - gelet op de omvang van de opgelegde gevangenisstraf kan geen uitstel van tenuitvoerlegging worden verleend en de bijzondere ernst van de bewezen verklaarde feiten en de persoonlijkheid van de eiser maakt dat het niet gepast is een straf op te leggen die probatie-uitstel zou toelaten. Dit zou leiden tot onvoldoende bewustwording van de ernst van de feiten bij de eiser; - gelet op het bijzonder gewelddadig en langdurig karakter van de door de eiser begane geweldplegingen, alsook uit zijn uit het strafdossier blijkende persoonlijkheid, is de bijkomende straf van terbeschikkingstelling van de straf¬uitvoeringsrechtbank gedurende tien jaar gepast. Hij werd immers schuldig verklaard aan ernstige misdrijven die de integriteit van personen aantasten en die een belangrijke en een voortdurende bedreiging betekenen voor de maatschappij. De noodzaak de openbare veiligheid te waarborgen verantwoordt de duur van deze bijkomende straf; - de argumenten die de eiser in hoger beroep heeft aangevoerd doen daaraan geen afbreuk. Een mildere straf is geen gepast antwoord op de bijzonder zwaarwichtige feiten. De omstandigheid dat de eiser een uithuiszetting moeilijk kon plaatsen, is niet een dergelijke omstandigheid. Het feit dat de echtgenote van de eiser en zijn kinderen hem, naar wordt beweerd, komen bezoeken in de gevangenis belet niet dat de feiten bijzonder ernstig zijn en te hunner bescherming een gepaste bestraffing noodzakelijk is; - er wordt niet aannemelijk gemaakt dat de opgelegde bestraffing, die niet de maximumbestraffing is, een miskenning zou inhouden van de fundamentele rechten en vrijheden van de eiser, zoals beschermd door het EVRM.
  8. Aldus - motiveert het arrest op nauwkeurige wijze de keuze voor de opgelegde straffen en de maat ervan, zonder gebruik te maken van vage of algemene formuleringen, maar is de redengeving integendeel geïndividualiseerd; - vermeldt het arrest wel degelijk waarom de door de eiser in zijn voordeel aangevoerde omstandigheden, voor zover die aanvoering blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet tot een mildere bestraffing kunnen leiden; - maakt het arrest wel degelijk melding van de persoonskenmerken van de eiser die de bestraffing hebben beïnvloed; - vermeldt het waarom een zwaardere bestraffing dan die welke is opgelegd door de eerste rechter is vereist, waarbij niet enkel wordt verwezen naar het strafrechtelijk verleden van de eiser. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 december 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.