id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.6 Rolnummer: P.21.0489.N Zaak: V. contra Belgische Rode Kruis Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-12-21 Raadplegingen: 905 - laatst gezien 2026-06-19 00:00 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De strafrechter voldoet aan zijn motiveringsverplichting wanneer hij het misdrijf bewezen verklaart in al zijn wettelijke bestanddelen en die bestanddelen uit zijn beslissing blijken en dit is het geval wanneer de beslissing melding maakt van de bewoordingen van de strafwet waarin die bestanddelen zijn opgenomen of van evenwaardige vermeldingen die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, dan wel wanneer die bewoordingen of vermeldingen voorkomen in een stuk van het strafdossier waarnaar de beslissing verwijst; het arrest dat opgave doet van de letterlijke bewoordingen van de artikelen 2, eerste lid, en 22 Bloedwet, verwijst naar de appelconclusie van de beklaagde en vermeldingen bevat die evenwaardig zijn aan de bewoordingen van de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, voldoet aldus aan de motiveringsverplichting en laat het Hof toe zijn wettigheidscontrole uit te oefenen. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Gezondheidspolitie over de mens - Bloedwet - Artikelen 2 en 22 - Bloed-KB - Artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7° - Vermeldingen die evenwaardig zijn aan de bewoordingen van het Bloed-KB - Wettigheidscontrole van het Hof - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 2, eerste lid - 45 ELI link Pub nr 1994025254 Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 22 - 45 ELI link Pub nr 1994025254 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3novies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3terdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3quaterdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11B - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11G - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 12.II.B, 7° - 45 ELI link Pub nr 1997022729 Thesaurus CAS: GEZONDHEIDSPOLITIE - OVER DE MENS Vrije woorden: Bloedwet - Artikelen 2 en 22 - Bloed-KB - Artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7° - Vermeldingen die evenwaardig zijn aan de bewoordingen van het Bloed-KB - Wettigheidscontrole van het Hof - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 2, eerste lid - 45 ELI link Pub nr 1994025254 Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 22 - 45 ELI link Pub nr 1994025254 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3novies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3terdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3quaterdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11B - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11G - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 12.II.B, 7° - 45 ELI link Pub nr 1997022729 Fiches 3 - 4 Uit de bepalingen van de Bloedwet en het Bloed-KB en uit de wetsgeschiedenis van die bepalingen, alsmede uit de aanhef van het Bloed-KB volgt dat overtredingen van artikel 2 Bloedwet en de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, strafbaar gesteld in artikel 22 Bloedwet, strafrechtelijk niet enkel kunnen worden toegerekend aan een bloedinstelling in de zin van artikel 1, 1°, Bloed-KB, maar ook aan de natuurlijke persoon die deze misdrijven materieel heeft verricht. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Vrije woorden: Gezondheidspolitie over de mens - Bloedwet - Artikelen 2 en 22 - Bloed-KB - Artikelen 1, 1°, 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7° - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 2, eerste lid - 45 ELI link Pub nr 1994025254 Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 22 - 45 ELI link Pub nr 1994025254 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3novies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3terdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3quaterdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11B - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11G - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 12.II.B, 7° - 45 ELI link Pub nr 1997022729 Thesaurus CAS: GEZONDHEIDSPOLITIE - OVER DE MENS Vrije woorden: Bloedwet - Artikelen 2 en 22 - Bloed-KB - Artikelen 1, 1°, 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7° - Toerekening van de misdrijven aan een natuurlijke persoon - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 2, eerste lid - 45 ELI link Pub nr 1994025254 Wet 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 05-07-1994 - Art. 22 - 45 ELI link Pub nr 1994025254 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3novies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3terdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 3quaterdecies - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11B - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 11G - 45 ELI link Pub nr 1997022729 KB 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong - 04-04-1996 - Art. 12.II.B, 7° - 45 ELI link Pub nr 1997022729 Fiches 5 - 7 De legaliteit van een strafbepaling vereist dat ze voldoende toegankelijk is en als dusdanig of in samenhang met andere bepalingen gelezen, op voldoende precieze wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft, zodat de draagwijdte ervan redelijk voorzienbaar is en aan het vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan wanneer het voor de persoon op wie de strafbepaling van toepassing is, mogelijk is om op grond van de strafbepaling en zo nodig met behulp van de uitlegging ervan gegeven door de rechtspraak, de handelingen en verzuimen te kennen die zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid kunnen meebrengen, waarbij onder meer rekening dient te worden gehouden met de interpretatie van de strafbepaling in het licht van de doelstellingen van de wetgever, de wetsgeschiedenis en de door de rechtspraak gegeven interpretatie van de strafbepaling. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Legaliteitsbeginsel - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 7 Vrije woorden: Legaliteitsbeginsel - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 15 - Artikel 15.1 - Legaliteitsbeginsel - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.21.0489.N A M J V B, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Joost Huysmans, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen BELGISCHE RODE KRUIS ion, met zetel te 1180 Brussel, Stallestraat 96, burgerlijke partij, verweerster, met als raadslieden mr. Hans Van Bavel en mr. Elisabeth Baeyens, advocaten bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 10 maart 2021. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiseres voor het overtreden van artikel 2 van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong (hierna Bloedwet) en de artikelen 3terdecies, in combinatie met 11B en 11G, 3quaterdecies, in combinatie met 12.II.B, 7°, en 3novies van het koninklijk besluit van 4 april 1996 betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong (hierna Bloed-KB), maar stelt niet alle constitutieve bestanddelen van die wetsovertredingen vast; aldus kan het Hof zijn wettigheidscontrole niet uitoefenen. 2. De strafrechter voldoet aan zijn motiveringsverplichting wanneer hij het misdrijf bewezen verklaart in al zijn wettelijke bestanddelen en die bestanddelen uit zijn beslissing blijken. Dit is het geval wanneer de beslissing melding maakt van de bewoordingen van de strafwet waarin die bestanddelen zijn opgenomen of van evenwaardige vermeldingen die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, dan wel wanneer die bewoordingen of vermeldingen voorkomen in een stuk van het strafdossier waarnaar de beslissing verwijst. 3. Het arrest verklaart, na heromschrijving van de feiten, de eiseres schuldig aan de telastleggingen B.I, B.II en B.III, voor zover het inbreuken betreft op artikel 2 Bloedwet en de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, strafbaar gesteld in artikel 22 Bloedwet, erin bestaande dat zij in strijd met de voorwaarden opgelegd bij de Bloedwet en het Bloed-KB, bloed of bloedderivaten heeft afgenomen, bereid, ingevoerd, bewaard, verdeeld, ter hand gesteld, afgeleverd en gebruikt, namelijk door de veiligheidsprocedure voor het bestralen en vrijgeven van de bloedeenheden niet te hebben nageleefd, door het niet documenteren van de bestraling van de bloedeenheden, door het niet gebruiken van de bestraler volgens de gevalideerde procedure en door een foutieve etikettering van de bloedeenheden. 4. De vermelde artikelen bepalen: - Artikel 2 Bloedwet: “Het bloed of de bloedderivaten mogen niet worden afgenomen, bereid, ingevoerd, bewaard, verdeeld, ter hand gesteld, afgeleverd en gebruikt dan met inachtneming van de voorwaarden, die bij deze wet en bij de door de Koning genomen uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd. (…)”; - Artikel 22 Bloedwet: “Onverminderd het bepaalde in artikel 85 van het Strafwetboek, worden de overtredingen van de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan gestraft met geldboete van 200 euro tot 1.000.000 euro of met gevangenisstraf van een maand tot een jaar, of met één van deze straffen alleen. (…)”; - Artikel 3novies Bloed-KB: “§ 1. Onverminderd artikel 3, § 1, 11°, van dit besluit worden er documenten bewaard en bijgehouden met de specificaties, procedures en registraties betreffende elke door de bloedinstelling verrichte activiteit. § 2. De gegevens worden op leesbare wijze geregistreerd; zij kunnen met de hand geschreven zijn, op een andere drager zoals microfilm worden overgebracht of in een computersysteem worden opgenomen. § 3. Alle belangrijke veranderingen in documenten worden onmiddellijk verwerkt en worden door een daartoe bevoegde persoon gecontroleerd, gedateerd en ondertekend.” - Artikel 3terdecies Bloed-KB: “§ 1. De bewerking van bloedbestanddelen gebeurt met behulp van geschikte, gevalideerde schriftelijke procedures, met inbegrip van maatregelen om het risico van verontreiniging en groei van micro-organismen in de bereide bloedbestanddelen te vermijden. § 2. Alle apparatuur en technische voorzieningen worden gebruikt volgens gevalideerde schriftelijke procedures.” - Artikel 3quaterdecies Bloed-KB: “§ 1. Alle recipiënten zijn in alle stadia voorzien van etiketten met relevante gegevens over hun identiteit. Bij ontbreken van een gevalideerd computersysteem voor statuscontrole wordt in de etikettering duidelijk onderscheid gemaakt tussen vrijgegeven en niet-vrijgegeven eenheden bloed en bloedbestanddelen. § 2. Het etiketteringssysteem voor ingezameld bloed, intermediaire en bereide bloedbestanddelen en monsters zorgt voor ondubbelzinnige identificatie van de aard van de inhoud en is in overeenstemming met de etiketterings- en traceerbaarheidsvoorschriften zoals bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 2°bis, 4bis, 4ter en 13quater tot en met 13septies van dit besluit. Het etiket voor het uiteindelijke bloedbestanddeel voldoet aan de voorschriften van artikel 12 van dit besluit. § 3. Bij autoloog bloed en autologe bloedbestanddelen is het etiket in overeenstemming met de voorschriften van artikel 13 van dit besluit.” - Artikel 11 Bloed-KB: “Menselijk volbloed en zijn derivaten moeten aan onderstaande vereisten voldoen: B. Erytrocytenconcentraat. 1° Eenheid type “volwassene”:
- a)Het erytrocytenconcentraat voor volwassenen wordt verkregen door centrifugatie van menselijk vol bloed, afgenomen door middel van een gesloten systeem met meerdere zakken. Dit erytrocytenconcentraat mag, zonodig, worden gewassen; het kan ook verkregen worden door aferese;
- b)De suspensie mag geen enkele antiseptische, bactericiede of bacteriostatische stof bevatten;
- c)Aan het einde van de bewaartermijn dient minder dan 0,8 % van de erytrocytenmassa gehemolyseerd te zijn. Zij mag noch klonters noch geagglutineerde rode bloedcellen bevatten;
- d)De eenheid dient minimaal 45 g hemoglobine te bevatten of minimaal 43 g hemoglobine indien de buffy coat van de erytrocyten verwijderd werd. Voor de autologe donatie is de hoeveelheid van 45 g slechts een aanbeveling;
- e)De vereiste bemonsteringsfrequentie wordt met behulp van statistische procesbeheersing vastgesteld. 2° Eenheid type “zuigeling”:
- a)Het erytrocytenconcentraat voor zuigelingen moet beantwoorden aan de normen voor het erytrocytenconcentraat voor volwassenen rekening houdend met het aanvangsvolume;
- b)De eenheid voor de zuigeling wordt verkregen op basis van een aanvangsvolume van 90 ml tot 100 ml menselijk vol bloed. G. Bestraalde bloedproducten: 1° Het erytrocytenconcentraat zoals bepaald bij de punten B, 1°, B, 2°, C en D evenals de bloedplaatjesconcentraten zoals bepaald bij de punten E, 1° tot E, 5° mogen een bestraling ondergaan van 2.500 tot 5.000 rad ofwel 25 tot 50 gray; 2° De normen waaraan deze producten moeten beantwoorden, zijn identiek aan deze van de beginconcentraten.” - Artikel 12 Bloed-KB: “Op elk recipiënt, dat menselijk vol bloed of één van zijn derivaten bevat en klaar is voor gebruik, moet een etiket zijn aangebracht waarop de hierna opgesomde algemene gegevens en bijzonderheden staan vermeld: II. BIJZONDERE VERMELDINGEN. B. Voor het erythrocytenconcentraat: 7° Indien bestraald, de vermelding “bestraald”.” 5. Het arrest: - haalt de artikelen 2, eerste lid, en 22 Bloedwet letterlijk aan; - omschrijft de materiële handelingen van de eiseres en stelt vast dat de eiseres deze handelingen niet betwist; - vermeldt dat die handelingen in essentie bestaan uit het niet volgen van de voorgeschreven procedures voor de bestraling van bloedplaatjesconcentraten, het registreren van zakjes met bloedplaatjesconcentraten vóór de bestraling ervan en het uitprinten van etiketten met status bestraald voor niet of nog niet bestraalde producten; - verwijst naar de omstandige bespreking van de bepalingen van het Bloed-KB in de appelconclusie van de eiseres. Het arrest oordeelt verder onder meer als volgt: - de artikelen van het Bloed-KB vermeld in de heromschreven telastlegging bevatten voorwaarden voor onder meer de bereiding, bewaring en aflevering van bloed en bloedderivaten bepaald in artikel 2 Bloedwet en zijn uitvoeringsbepalingen van de artikelen 2 en 22 Bloedwet. Al die artikelen houden de strafbaarstelling en de bestraffing van het handelen van de eiseres in; - de feitelijke handeling van “bestraling” van bloedplaatjesconcentraat (erythrocytenconcentraat) valt onder de gebruikelijk taalkundige betekenis van de niet nader in de wet omschreven term “bereiding”, zodat een overtreding van voorwaarden die eventueel worden verbonden aan deze bestraling of de “bewaring” van bestraald bloedplaatjesconcentraat daarom mogelijk ook een strafbaar gestelde handeling inhoudt, terwijl de feitelijke handeling van “vrijgeven” van de bloedeenheden valt onder de gebruikelijk taalkundige betekenis van de niet nader in de wet omschreven termen “verdelen”, “ter hand stellen” en “afleveren”; - de artikelen 3novies, 3terdecies en 3quaterdecies Bloed-KB bevatten samengevat de volgende respectieve geboden: - dat documenten moeten worden bewaard en bijgehouden met specificaties, procedures en registraties betreffende “elke door de bloedinstelling verrichte activiteit”; - dat de bewerking van bloedbestanddelen gebeurt met hulp van ge¬schikte, gevalideerde schriftelijke procedures en het gebruik van alle apparatuur en technische voorzieningen volgens die procedures; - dat er voor alle recipiënten in alle stadia een etikettering moet zijn met duidelijk onderscheid tussen vrijgegeven en niet-vrijgegeven eenheden van bloed en bloedderivaten; - de artikelen 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB bevatten samengevat voorwaarden voor: - de bereiding en samenstelling voor bloedplaatjesconcentraten (11B) en specifiek voor de bestraling daarvan (11G); - de etikettering van elk recipiënt dat menselijk vol bloed of één van zijn derivaten bevat en klaar is voor gebruik (specifiek wat de bestralingsstatus betreft) (12.II.B, 7°); - de artikelen 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB bevatten de concrete bepalingen van wat aan de eiseres wordt verweten, namelijk haar concrete gebruik van het bestralingsapparaat en de concreet door haar toegepaste etikettering; - de artikelen 11B en 11G Bloed-KB bepalen duidelijk aan welke vereisten de bloedplaatjesconcentraten en de bestraling ervan moeten voldoen. Uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en deze artikelen van het Bloed-KB moest het voor de eiseres ook duidelijk zijn dat zij geen handelingen mocht stellen met de bloedplaatjesconcentraten waardoor deze niet aan de in de artikelen 11B en 11G Bloed-KB bepaalde vereisten voor bestraling zouden voldoen; - het diende voor de eiseres eveneens duidelijk te zijn dat zij om dit te vermijden niet mocht verzuimen de gevalideerde schriftelijke procedures voor bewerking bedoeld in artikel 3terdecies Bloed-KB correct na te leven en alle apparatuur en technische voorzieningen diende te gebruiken volgens deze procedures; - artikel 12.II.B, 7°, Bloed-KB bepaalt dat op elk recipiënt, dat menselijk vol bloed of één van zijn derivaten bevat en klaar is voor gebruik, een etiket moet zijn aangebracht waarop o.a., indien bestraald, de vermelding “bestraald” moet worden aangebracht. Uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en dit artikel van het Bloed-KB moest het voor de eiseres ook duidelijk zijn dat zij geen handelingen mocht stellen met de bloedplaatjesconcentraten die ervoor zouden kunnen zorgen dat (nog) niet-bestraalde concentraten toch de vermelding “bestraald” bevatten; - het diende voor de eiseres eveneens duidelijk te zijn dat zij, bij niet-naleving van deze voorwaarde, ook verzuimde om het etiketteringssysteem van artikel 3quaterdecies Bloed-KB correct na te leven (waarvan § 2 overigens expliciet bepaalt dat het etiket voor het uiteindelijke bloedbestanddeel moet voldoen aan de voorschriften van artikel 12 Bloed-KB); - artikel 3novies Bloed-KB schrijft duidelijk voor dat er documenten moeten worden bewaard en bijgehouden met de specificaties, procedures en registraties betreffende elke door de bloedinstelling verrichte activiteit. Uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en dit artikel van het Bloed-KB moest het voor de eiseres ook duidelijk zijn dat zij geen handelingen mocht stellen die deze documentering onmogelijk zouden maken; - de beperkende opsomming van potentieel strafbare handelingen in artikel 2 Bloedwet in samenlezing met artikel 22 Bloedwet, gecombineerd met de duidelijke voorwaarden uit het Bloed-KB, kunnen niet worden gezien als “open gedragingen”, zoals de eiseres opwerpt, maar bakenen net duidelijk het strafbaar gestelde gedrag af; - als strafbepaling die wordt opgenomen in een wet die niet hoofdzakelijk strafbepalingen bevat, volstaat het onachtzaam te zijn om strafbaar te kunnen worden gesteld, terwijl de eiseres hier opzettelijk heeft gehandeld. Verder bevat de appelconclusie van de eiseres (p. 42-43) citaten van de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies en 3octiesdecies Bloed-KB en een bespreking van hier toepasselijke artikelen van dat KB. Het arrest dat aldus opgave doet van de letterlijke bewoordingen van de artikelen 2, eerste lid, en 22 Bloedwet, verwijst naar de appelconclusie van de eiseres en vermeldingen bevat die evenwaardig zijn aan de bewoordingen van de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, voldoet aan de motiveringsverplichting vervat in de als geschonden aangewezen bepalingen en laat het Hof toe zijn wettigheidscontrole uit te oefenen. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel 6. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1, 1°, 17° en 18°, 3ter, 3terdecies, 3quaterdecies, 3novies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB: het arrest oordeelt dat de eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van de artikelen 3terdecies, 3quaterdecies, 3novies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, zonder vast te stellen dat wat haar betreft voldaan is aan de definitie van een “bloedinstelling” in de zin van artikel 1, 1°, Bloed-KB; nochtans leggen de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB enkel verplichtingen op aan een “bloedinstelling” in de zin van artikel 1, 1°, Bloed-KB. 7. Het arrest verklaart, na heromschrijving van de feiten, de eiseres schuldig aan de telastleggingen B.I, B.II en B.III voor zover het inbreuken betreft op artikel 2 Bloedwet en de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, strafbaar gesteld in artikel 22 Bloedwet, erin bestaande dat zij in strijd met de voorwaarden opgelegd bij de Bloedwet en het Bloed-KB, bloed of bloedderivaten heeft afgenomen, bereid, ingevoerd, bewaard, verdeeld, ter hand gesteld, afgeleverd en gebruikt, namelijk door de veiligheidsprocedure voor het bestralen en vrijgeven van de bloedeenheden niet te hebben nageleefd, door het niet documenteren van de bestraling van de bloedeenheden, door het niet gebruiken van de bestraler volgens de gevalideerde procedure en door een foutieve etikettering van de bloedeenheden. 8. Uit de bepalingen van de Bloedwet en het Bloed-KB en uit de wetsgeschiedenis van die bepalingen, alsmede uit de aanhef van het Bloed-KB volgt dat overtredingen van artikel 2 Bloedwet en de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, strafbaar gesteld in artikel 22 Bloedwet, strafrechtelijk niet enkel kunnen worden toegerekend aan een bloedinstelling in de zin van artikel 1, 1°, Bloed-KB, maar ook aan de natuurlijke persoon die deze misdrijven materieel heeft verricht. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel 9. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 105, 108 en 159 Grondwet en de artikelen 2, 4 en 22 Bloedwet: het arrest baseert de schuldigverklaring van de eiseres aan de telastleggingen B.I, B.II en B.III, zoals heromschreven, ten onrechte op het oordeel dat de minimumvoorschriften van het Bloed-KB ook minimumvoorschriften bevatten voor de werknemers van een bloedinstelling en dat de Koning daarmee niet de grenzen van zijn uitvoeringsbevoegdheid te buiten is gegaan, zodat het Bloed-KB niet buiten toepassing dient te worden gelaten; noch artikel 105 Grondwet in samenhang gelezen met de artikelen 2 en 4 Bloedwet, noch artikel 108 Grondwet machtigen de Koning immers om in uitvoering van de Bloedwet ten aanzien van andere rechtssubjecten dan bloedinstellingen minimumvoorwaarden te bepalen voor de afneming, de bereiding, de bewaring en de distributie van bloed en labiele bloedderivaten. 10. Het onderdeel, dat in zijn geheel is afgeleid uit de vergeefs in het eerste onderdeel aangevoerde onwettigheid, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel 11. Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 15.1 IVBPR, artikel 49 Handvest Grondrechten Europese Unie en de artikelen 12 en 14 Grondwet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het legaliteitsbeginsel in strafzaken: het arrest verklaart de eiseres schuldig aan de telastleggingen B.I, B.II en B.III en oordeelt dat het legaliteitsbeginsel niet is miskend, terwijl de bewoordingen en de structuur van het Bloed-KB redelijkerwijs alleen tot de opvatting leiden dat het Bloed-KB enkel gericht is tot de bloedinstellingen zelf en terwijl het voor de eiseres onvoldoende duidelijk en voorzienbaar was dat de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB rechtstreeks toepassing vinden op werknemers van een bloedinstelling, gelet op de bewoordingen en de structuur van het Bloed-KB, de afwezigheid van enige rechtspraak die het Bloed-KB toepast op werknemers van een bloedinstelling dan wel enige indicatie van het tegendeel in de wetsgeschiedenis. 12. In zoverre het middel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel van het tweede middel vergeefs aangevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk. 13. De legaliteit van een strafbepaling vereist dat ze voldoende toegankelijk is en als dusdanig of in samenhang met andere bepalingen gelezen, op voldoende precieze wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft, zodat de draagwijdte ervan redelijk voorzienbaar is. Aan het vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan wanneer het voor de persoon op wie de strafbepaling van toepassing is, mogelijk is om op grond van de strafbepaling en zo nodig met behulp van de uitlegging ervan gegeven door de rechtspraak, de handelingen en verzuimen te kennen die zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid kunnen meebrengen. Daarbij dient onder meer rekening te worden gehouden met de interpretatie van de strafbepaling in het licht van de doelstellingen van de wetgever, de wetsgeschiedenis en de door de rechtspraak gegeven interpretatie van de strafbepaling. 14. Het arrest oordeelt onder meer dat: - artikel 22 Bloedwet geen beperkingen bevat wat de toerekenbaarheid van dit misdrijf betreft en uit de wetsgeschiedenis van dit artikel ook niet blijkt dat dergelijke beperking van het toepassingsgebied ratione personae de bedoeling zou zijn geweest van de wetgever; - artikel 2 Bloedwet, dat op een beperkende wijze een aantal materiële handelingen opsomt die strafrechtelijk beteugelbaar zijn en waarin de feitelijke handelingen in de omschrijving van de telastleggingen B.I, B.II en B.III kunnen worden ondergebracht, evenmin een beperking van het toepassingsgebied ratione personae bevat; - de hoofdstukken II, III en IIIbis Bloed-KB, waaronder de artikelen vermeld in de omschrijving van de telastleggingen B vallen, niet enkel uitvoering geven aan de artikelen 4 en 4/1 Bloedwet; uit de samenhang van deze bepalingen en de aanhef van het Bloed-KB blijkt dat hiermee ook uitvoering wordt gegeven aan artikel 2 Bloedwet; dit blijkt overigens ook uit de ontstaansgeschiedenis van de Bloedwet; uit de tekst zelf van artikel 2 Bloedwet blijkt dat de wetgever de voorwaarden verbonden aan het afnemen, bereiden, invoeren, bewaren, verdelen, ter hand stellen, afleveren of gebruik van bloed en bloedderivaten nog steeds bij uitvoeringsbesluiten wenste te regelen; - een lezing van de bepalingen van het Bloed-KB die ressorteren onder de hoofdstukken II, III en IIIbis, die niet enkel erkenningsvoorwaarden voor de instellingen bevatten maar ook voorwaarden verbonden aan het afnemen, bereiden, invoeren, bewaren, verdelen, ter hand stellen, afleveren of gebruik van bloed en bloedderivaten zoals bedoeld in artikel 2 Bloedwet, geen bevoegdheidsoverschrijding van de Koning impliceert die de toepassing van artikel 159 Grondwet zou rechtvaardigen; - de geboden in de artikelen 3novies, 3terdecies en 3quaterdecies Bloed-KB en de artikelen 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB kunnen worden beschouwd als voorwaarden verbonden aan het afnemen, bereiden, invoeren, bewaren, verdelen, ter hand stellen, afleveren of gebruik van bloed en bloedderivaten zoals bedoeld in artikel 2 Bloedwet en ratione personae een algemene draagwijdte hebben, zodat het niet naleven van deze voorwaarden bij de bereiding of bewaring van bloed en bloedderivaten ook voor de eiseres een strafbare handeling kan uitmaken; het gegeven dat de instelling kan worden gesanctioneerd bij niet-naleving van deze bepalingen doet daaraan geen afbreuk; - de in de telastleggingen B vermelde artikelen 2 en 22 Bloedwet en de daarin vermelde artikelen uit het Bloed-KB bijgevolg wel degelijk aan de eiseres bepaalde geboden kunnen opleggen waarvan de overtreding voor haar mogelijk een strafrechtelijke aansprakelijkheid tot gevolg heeft; - de eiseres in ondergeschikte orde, voor zover zij wordt beschouwd als “normadressant” van de wetsbepalingen vermeld in de telastleggingen B, opwerpt dat deze wetsbepalingen het legaliteitsbeginsel miskennen; - artikel 22 Bloedwet evenwel alleszins toepasselijk is op de eiseres, gelet op de algemene draagwijdte ervan; - de gebruikte termen voor de in artikel 2 Bloedwet bedoelde handelingen die met bloed en bloedderivaten kunnen worden gesteld, duidelijk zijn en in hun gangbaar taalkundige betekenis kunnen worden begrepen. Deze bepaling verwijst ook duidelijk naar voorwaarden die door de Koning kunnen worden verbonden aan het stellen van deze handelingen; - uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en de artikelen 11B en 11G Bloed-KB volgt dat het voor de eiseres duidelijk moest zijn dat zij geen handelingen mocht stellen met de bloedplaatjesconcentraten waardoor deze niet aan de in de artikelen 11B en 11G Bloed-KB bepaalde vereisten voor bestraling zouden voldoen; - uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en de artikelen 3terdecies en 12.II.B, 7°, Bloed-KB volgt dat het voor de eiseres duidelijk moest zijn dat zij geen handelingen mocht stellen met de bloedplaatjesconcentraten die ervoor zouden kunnen zorgen dat (nog) niet-bestraalde concentraten toch de vermelding “bestraald” bevatten; - het voor de eiseres eveneens duidelijk diende te zijn dat zij, bij niet-naleving van deze voorwaarde, ook verzuimde om het etiketteringssysteem van artikel 3quaterdecies Bloed-KB, waarvan § 2 overigens expliciet bepaalt dat het etiket voor het uiteindelijke bloedbestanddeel moet voldoen aan de voorschriften van artikel 12 Bloed-KB, correct na te leven; - uit de samenlezing van de artikelen 2 en 22 Bloedwet en artikel 3novies Bloed-KB volgt dat het voor de eiseres duidelijk moest zijn dat zij geen handelingen mocht stellen die de documentering waarvan sprake in dit artikel van het Bloed-KB, onmogelijk zouden maken; - geen enkele van de vermelde bepalingen verdere interpretatie behoeft. Dat er geen gekende of gepubliceerde rechtspraak zou bestaan over de strafrechtelijke toepassing van de Bloedwet, zoals de eiseres opwerpt, is daarom ook irrelevant; - de beperkende opsomming van potentieel strafbare handelingen in artikel 2 in samenlezing met artikel 22 Bloedwet, gecombineerd met de eerder vermelde duidelijke voorwaarden uit het Bloed-KB, duidelijk het strafbaar gestelde gedrag afbakenen; - als strafbepaling die wordt opgenomen in een wet die niet hoofzakelijk strafbepalingen bevat, het volstaat onachtzaam te zijn om strafbaar te kunnen worden gesteld, terwijl de eiseres hier opzettelijk heeft gehandeld. Het arrest dat met deze redenen tot het besluit komt dat de artikelen 2 en 22 Bloedwet en de artikelen 3novies, 3terdecies, 3quaterdecies, 11B, 11G en 12.II.B, 7°, Bloed-KB, zoals vermeld in de telastleggingen B.I, B.II en B.III, het legaliteitsbeginsel niet miskennen, verantwoordt deze beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 153,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 14 december 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.6 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231219.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div