id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211216.1N.6 Rolnummer: C.18.0060.N Zaak: D. contra J. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 1312 - laatst gezien 2026-06-19 13:41 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211216.1N.6 Fiches 1 - 2 De rechter kan na de beëindiging van de wettelijke samenwoning geen dringende en voorlopige maatregel opleggen die gesteund is op de hulpplicht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTELIJKE SAMENWONING Vrije woorden: Beëindiging - Dringende en voorlopige maatregelen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1477, §§ 2 en 3, en 1479, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Vrije woorden: Wettelijke samenwoning - Beëindiging - Dringende en voorlopige maatregelen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1477, §§ 2 en 3, en 1479, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Wanneer een partij in hoger beroep aangeeft het niet eens te zijn met de, in overeenstemming met het voorstel van de andere partij, in eerste aanleg aangewezen notaris oordeelt de rechter onaantastbaar over de aanwijzing van de notaris, met in achtneming van de belangen van de partijen en de vereisten van onpartijdigheid en objectiviteit van de notaris
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Gevorderde boedelbeschrijving - Aanstelling door de eerste rechter van de door een partij voorgestelde notaris - Geen akkoord van de tegenpartij - Taak van de rechter in hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1178 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 11, p. 419-
- - VAN DEN BROECK, Ariadne; Noot'Onderhoudsuitkering na wettelijke samenwoning' T.Fam.-Tijdschrift voor familierecht - 2023, nr. 5, p. 133-
- - DE SCHRUJVER, Lynn; Noot'Partneralimentatie als dringende (voorlopige) maatregel na beëindiging van de wettelijke samenwoning' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0060.N M. D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen T. J., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 maart
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 9 november 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Overeenkomstig artikel 1477, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 215, 220, § 1, en 224, § 1, 1, van overeenkomstige toepassing op de wettelijke samenwoning. Volgens artikel 1477, § 3, Oud Burgerlijk Wetboek dragen de wettelijk samenwonenden bij in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun mogelijkheden. Krachtens artikel 213 Oud Burgerlijk Wetboek zijn echtgenoten elkaar zowel hulp als bijstand verschuldigd. Artikel 1479, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat na de beëindiging van het wettelijk samenwonen en voor zover de vordering binnen drie maanden na die beëindiging is ingesteld, de rechtbank de dringende en voorlopige maatregelen gelast die ingevolge de beëindiging gerechtvaardigd zijn. Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat tijdens de wettelijke samenwoning tussen de samenwonenden een bijdrageplicht bestaat, maar geen hulpplicht. Hierdoor zijn wettelijk samenwonenden tijdens de samenwoning niet gehouden elkaar in hun levensstandaard te laten delen. Hieruit volgt dat de rechter, na beëindiging van de wettelijke samenwoning, geen dringende en voorlopige maatregel kan opleggen die gesteund is op een hulpplicht.
- De appelrechter die een persoonlijk onderhoudsgeld toekent aan de verweerster die gebaseerd is op de wederzijdse hulpplicht van de partijen en de mogelijkheid voor de uitkeringsgerechtigde om een levensstandaard aan te houden die zij zou gehad hebben indien er geen ‘scheiding’ was geweest, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
- Krachtens artikel 1178 Gerechtelijk Wetboek behoort het recht om de notaris te kiezen aan de personen samen, die de boedelbeschrijving vorderen. Komen zij niet tot een overeenstemming dan wijst de rechter de notaris aan. Indien de rechter het bevel of machtiging tot boedelbeschrijving geeft, wijst hij de notaris aan die ze zal opmaken. Uit deze wetsbepaling volgt dat de rechter de notaris aanwijst indien de partijen die de boedelbeschrijving vorderen geen overeenstemming bereiken omtrent de aan te wijzen notaris. Dit is ook het geval wanneer een partij in hoger beroep aangeeft het niet eens te zijn met de, in overeenstemming met het voorstel van de andere partij, in eerste aanleg aangewezen notaris. De rechter oordeelt dan onaantastbare over de aanwijzing van de notaris, met in achtneming van de belangen van de partijen en de vereisten van onpartijdigheid en objectiviteit van de notaris.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eiser zich in zijn verzoekschrift tot hoger beroep verzette tegen de aanwijzing, conform de keuze van de verweerster in het inleidend verzoekschrift, van notaris De Wispelaere te Merksem en vorderde een andere notaris aan te wijzen tot het opstellen van een getrouwe inventaris van alle tussen partijen onverdeelde goederen, baten en lasten.
- De appelrechter die vaststelt en oordeelt dat de eiser onvoldoende redenen opgeeft waarom een andere notaris dient te worden aangewezen, verantwoordt met die reden wettig zijn beslissing om het beroepen vonnis dat notaris De Wispelaere belast met het opstellen van een getrouwe inventaris, te bevestigen. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 1210, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, dat een andere rechtspleging betreft, is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de door de verweerster gevorderde persoonlijke onderhoudsuitkeringen en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 16 december 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211216.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211216.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div