id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.10 Rolnummer: S.21.0041.N Zaak: P&V Verzekeringen contra H. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 480 - laatst gezien 2026-06-13 22:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Indien Fedris de bekrachtiging weigert van een overeenkomst tussen de arbeidsongevallenverzekeraar en het slachtoffer van een arbeidsongeval, heeft de bedoelde overeenkomst geen uitwerking en zal de meest gerede partij het geschil met betrekking tot de regeling van de gevolgen van het arbeidsongeval voorleggen aan de arbeidsrechtbank; de arbeidsrechtbank is daarbij niet gebonden aan het akkoord tussen de partijen opgenomen in die overeenkomst; tot de bekrachtiging van de bedoelde overeenkomst is het slechts te aanzien als een ontwerp van overeenkomst
(1).
(1)Zie Cass. 4 februari 1943, AC 1941-1944, 34. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Algemeen Vrije woorden: Fedris - Overeenkomst - Weigering bekrachtiging - Gevolg Wettelijke bepalingen: Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 65, eerste, tweede, zesde en achtste lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Fiche 2 Een niet door Fedris bekrachtigde overeenkomst geldt niet als wet tussen partijen, heeft geen bindende kracht en alle eenzijdige engagementen of akkoorden die aan de bekrachtiging voorafgaan, steeds kunnen worden betwist
(1).
(1)Zie Cass. 4 februari 1943, AC 1941-1944,
- Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Algemeen Vrije woorden: Fedris - Overeenkomst - Weigering bekrachtiging - Bindende kracht bepalingen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1134 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 65, eerste, tweede, zesde en achtste lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Tekst van de beslissing Nr. S.21.0041.N P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.236.531, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen P.H., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 3 september
- Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel Artikel 65, eerste, tweede, zesde en achtste lid, Arbeidsongevallenwet bepaalt: “De partijen zijn verplicht de overeenkomsten betreffende de voor het arbeidsongeval verschuldigde vergoedingen ter bekrachtiging aan Fedris over te leggen, op de wijze en onder de voorwaarden bepaald door de Koning. De overeenkomst heeft slechts uitwerking na bekrachtiging door Fedris. Fedris gaat slechts over tot bekrachtiging van het akkoord, nadat het heeft vastgesteld dat het ongeval overeenkomstig de bepalingen van de wet geregeld werd. Indien Fedris van oordeel is dat een van de in de overgelegde overeenkomst opgenomen elementen niet overeenkomstig de wet vastgesteld werd, weigert het de overeenkomst te bekrachtigen en brengt het zijn gemotiveerd standpunt ter kennis van de partijen. In dat geval maakt de meest gerede partij het geschil aanhangig bij de arbeidsrechtbank en geeft daarbij kennis van het standpunt van Fedris.” Uit deze wetsbepaling volgt dat indien Fedris de bekrachtiging weigert van een overeenkomst tussen de arbeidsongevallenverzekeraar en het slachtoffer van een arbeidsongeval, de bedoelde overeenkomst geen uitwerking heeft en de meest gerede partij het geschil met betrekking tot de regeling van de gevolgen van het arbeidsongeval zal voorleggen aan de arbeidsrechtbank. De arbeidsrechtbank is daarbij niet gebonden aan het akkoord tussen de partijen opgenomen in die overeenkomst. Tot de bekrachtiging van de bedoelde overeenkomst is het slechts te aanzien als een ontwerp van overeenkomst. Hieruit volgt dat een niet door Fedris bekrachtigde overeenkomst niet geldt als wet tussen partijen, geen bindende kracht heeft en alle eenzijdige engagementen of akkoorden die aan de bekrachtiging voorafgaan, steeds kunnen worden betwist. Het oordeel dat de in de overeenkomst-vergoeding van 8 juni 2017 opgenomen bepalingen, waaronder de overeengekomen graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 8 pct., bindende erkenningen zijn die de partijen op grond van artikel 1134 Oud Burgerlijk Wetboek tot wet strekken voor zover ze conform artikel 6, § 2, Arbeidsongevallenwet, geen afbreuk doen aan de bepalingen van de arbeidsongevallenwetgeving die de openbare orde raken, is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Kosten Overeenkomstig artikel 68 Arbeidsongevallenwet dient de eiseres te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van de verweerder bepaalt op 8 pct. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Brussel. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 415,49 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 20 december 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div