id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.12 Rolnummer: S.20.0019.N Zaak: M. contra HUBISCO NV Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 1038 - laatst gezien 2026-06-19 04:13 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211220.3N.12 Fiche 1 Uit de structuur en bewoordingen van de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek, samen gelezen met de wetsgeschiedenis, blijkt dat artikel 162, eerste lid, 1° Sociaal Strafwetboek wel van toepassing is op wat als loon verschuldigd is wegens de uitvoering of de schorsing van de dienstbetrekking, maar niet op vergoedingen die verschuldigd zijn omdat de dienstbetrekking een einde neemt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: LOON - BESCHERMING Vrije woorden: Sociaal Strafwetboek - Artikel 162, eerste lid, 1° - Vergoedingen einde dienstbetrekking Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 162, eerste lid, 1° - 06 ELI link Pub nr 2010009589 Fiche 2 Uit de bepalingen van CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag volgt dat die CAO als dusdanig geen verbod van kennelijk onredelijk ontslag inhoudt en dat de werkgever zich niet eerder schuldig maakt aan het niet of niet volledig betalen van de in de CAO nr. 109 bedoelde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag dan nadat de rechter op vordering van de ontslagen werknemer heeft geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is en aan de werknemer op die grond een gepaste schadevergoeding heeft toegekend die overeenstemt met minimaal 3 en maximaal 17 weken loon
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Allerlei Vrije woorden: Kennelijk onredelijk ontslag - Verbod - Miskenning - Gevolg Wettelijke bepalingen: CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 1, tweede lid - 02 Link Justel databank 20140212-02 CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 8 - 02 Link Justel databank 20140212-02 CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 9 - 02 Link Justel databank 20140212-02 Fiche 3 De werknemer die aanvoert dat hij kennelijk onredelijk werd ontslagen en op die grond de toekenning van een schadevergoeding in het kader van artikel 9, § 2, CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag vordert, stelt geen vordering in wegens inbreuk op CAO nr. 109, maar vraagt slechts toepassing te maken van die collectieve arbeidsovereenkomst, zodat de betreffende vordering niet gegrond is op artikel 189 Sociaal Strafwetboek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Allerlei Vrije woorden: Kennelijk onredelijk ontslag - Schadevergoeding - Rechtsgrond Wettelijke bepalingen: Wet 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek - 06-06-2010 - Art. 189 - 06 ELI link Pub nr 2010009589 CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 1, tweede lid - 02 Link Justel databank 20140212-02 CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 8 - 02 Link Justel databank 20140212-02 CAO nr. 109 van 12 februari 2014, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de motivering van het ontslag - 12-02-2014 - Art. 9 - 02 Link Justel databank 20140212-02 Nota: Artt. 1, tweede lid, 8 en 9 CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 maart
- Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2022, n° 689, p.
- - GILSON, Steve; Note'Quel délai de prescription pour une demande de dommages et intérêts pour licenciement manifestement déraisonnable?' Tekst van de beslissing Nr. S.20.0019.N S.M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen HUBISCO nv, met zetel te 8647 Lo-Reninge, Gravestraat 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0450.414.550, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 20 november
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 22 november 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 162, eerste lid, 1°, Sociaal Strafwetboek wordt met een sanctie van niveau 2 bestraft de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die het loon van de werknemer niet heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is.
- Uit de structuur en bewoordingen van de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek, samen gelezen met de wetsgeschiedenis, blijkt dat deze bepaling wel van toepassing is op wat als loon verschuldigd is wegens de uitvoering of de schorsing van de dienstbetrekking, maar niet op vergoedingen die verschuldigd zijn omdat de dienstbetrekking een einde neemt.
- In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de opzeggingsvergoeding verschuldigd krachtens artikel 39, § 1, Arbeidsovereenkomstenwet en de artikelen 11/5 en 11/11 van de Wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag in toepassing van de artikelen 1, tweede lid, en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 maart 2014 (hierna: CAO nr. 109), loon zijn in de zin van artikel 162, eerste lid, 1°, van het Sociaal Strafwetboek, faalt het naar recht.
- Krachtens artikel 189, eerste lid, Sociaal Strafwetboek, wordt bestraft met een sanctie van niveau 1 de werkgever die, in strijd met de CAO-wet, een inbreuk pleegt op een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst die niet reeds door een ander artikel van dit Wetboek wordt gesanctioneerd.
- Krachtens artikel 1, tweede lid, CAO nr. 109 voert deze collectieve arbeidsovereenkomst het recht in voor de werknemer op een schadevergoeding indien zijn ontslag kennelijk onredelijk is. Krachtens artikel 8 CAO nr. 109 is het kennelijk onredelijk ontslag een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever. Krachtens artikel 9, § 1, CAO nr. 109 is de werkgever in geval van een kennelijk onredelijk ontslag een schadevergoeding aan de werknemer verschuldigd. Krachtens artikel 9, § 2, CAO nr. 109 stemt die schadevergoeding overeen met minimaal 3 weken loon en maximaal 17 weken loon.
- Uit de bepalingen van CAO nr. 109 volgt dat die CAO als dusdanig geen verbod van kennelijk onredelijk ontslag inhoudt en dat de werkgever zich niet eerder schuldig maakt aan het niet of niet volledig betalen van de in de CAO nr. 109 bedoelde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag dan nadat de rechter op vordering van de ontslagen werknemer heeft geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is en aan de werknemer op die grond een gepaste schadevergoeding heeft toegekend die overeenstemt met minimaal 3 en maximaal 17 weken loon.
- De werknemer die aanvoert dat hij kennelijk onredelijk werd ontslagen en op die grond de toekenning van een schadevergoeding in het kader van artikel 9, § 2, CAO nr. 109 vordert, stelt bijgevolg geen vordering in wegens inbreuk op CAO nr. 109, maar vraagt slechts toepassing te maken van die collectieve arbeidsovereenkomst, zodat de betreffende vordering niet gegrond is op het voormelde artikel 189 Sociaal Strafwetboek.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser aanvoerde dat zijn ontslag kennelijk onredelijk is en op die grond toekenning van de schadevergoeding zoals bepaald in artikel 9 CAO nr. 109 vorderde. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van artikel 189, eerste lid, Sociaal Strafwetboek, kan het niet worden aangenomen.
- Voor het overige zijn de aangevoerde wetsschendingen en de aangevoerde miskenning van het algemene rechtsbeginsel inzake de taak van de rechter volledig afgeleid uit voormelde vergeefs aangevoerde grieven en mitsdien niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 768,28 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 20 december 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211220.3N.12 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250324.3F.7 ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230517.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div