← België

HEWLETT-PACKARD bvba contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1134

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Krachtens het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt dat voor overeenkomsten is neergelegd in artikel 1134, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, kan de rechter die vaststelt dat een partij die een recht dat de overeenkomst haar toekent heeft uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon, het recht tot zijn normale uitoefening herleiden of het herstel opleggen van de schade die door het misbruik is teweeggebracht

(1).
(1)Cass. 19 oktober 2018, AR C.15.0086.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181019.1, AC 2018, nr. 570. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Vrije woorden: Sanctie Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1134

, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Verbod van rechtsmisbruik - Sanctie Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1134

, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Annotaties Publicaties: JTT-JTT: Droit du travail, droit de la sécurité sociale, droit judiciaire social, droit pénal social - 2022, nr. 8, p.

  1. - LAHAYE, Cecilia; Noot'Goede trouw en rechtsmisbruik-geen rechterlijk panacea' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 14-15, p. 1045-
  2. - DOOMS, Vincent; Noot'Het al dan niet sanctioneren van de miskenning van goede trouw' Tekst van de beslissing Nr. S.18.0089.N HEWLETT-PACKARD BELGIUM bv, met zetel te 1831 Machelen (Diegem), Hermeslaan 1A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0402.220.594, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen J.C., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het arbeidshof te Brussel van 13 oktober 2017 en 22 juni
  3. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Vierde onderdeel
  4. Krachtens artikel 1134, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die deze hebben aangegaan tot wet. Krachtens artikel 1134, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek moeten overeenkomsten te goeder trouw worden ten uitvoer gebracht.
  5. De omstandigheid dat een partij een gevolg van de overeenkomst miskent en aldus de overeenkomst niet te goeder trouw uitvoert, laat de rechter niet toe te oordelen, in strijd met artikel 1134, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, dat de wederpartij als sanctie aanspraak kan maken op een voordeel uit de overeenkomst zonder vast te stellen dat aan de voorwaarden die de overeenkomst aan de toekenning van dat voordeel stelt, is voldaan.
  6. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt dat voor overeenkomsten is neergelegd in artikel 1134, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, kan de rechter die vaststelt dat een partij die een recht dat de overeenkomst haar toekent heeft uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon, het recht tot zijn normale uitoefening herleiden of het herstel opleggen van de schade die door het misbruik is teweeggebracht.
  7. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - binnen de eiseres een systeem van variabele wedde bestaat; - de algemene voorwaarden van dit systeem voor het boekjaar 2014 werden vastgelegd in een bonus plan, FY14 ES Sales Compensation Sales Incentive Plan, en de bijzondere voorwaarden voor de verweerder in een individuele ‘sales letter’; - de eiseres terecht stelt dat de toekenning van deze bonus onderworpen is aan een aantal voorwaarden en het algemene bonusplan in dit verband bepaalt dat om commissieloon te kunnen ontvangen, de werknemer actief betrokken moet zijn bij de deal en dat de betaling van het commissieloon gewijzigd kan worden op basis van het niveau van de bijdrage van de verkoper; - de eiseres het recht heeft te oordelen of aan die voorwaarden voldaan is; - de eiseres stelt dat zij eenzijdig heeft beslist om slechts 25% van de commissie uit te betalen na de vaststelling dat de bijdrage van de verweerder ondermaats zou zijn geweest; - uit de uiteenzetting van de feiten die hebben geleid tot de beslissing van de eiseres om het commissieloon te verminderen, zoals die ondersteund wordt door diverse verklaringen, inderdaad blijkt dat tijdens de uitvoering van het Bellucci project begin 2014 door de heer C. een bevraging werd gedaan van een aantal ‘kernleden’ van het team, waarbij een ‘algemeen negatief beeld voortkwam over de prestaties en de houding van de verweerder binnen het team’; - in de verklaring van de heer C. te lezen is dat hij in de loop van februari 2014, enkele maanden voor de toewijzing van de opdracht aan de eiseres, gesprekken had met een aantal personen die naar zijn zeggen ‘door hun functie een goed beeld hebben van de werking van het sales team voor Belucci’ en dat het beeld dat deze personen geschetst hebben of zouden hebben van de bijdrage van de verweerder aan het Bellucci project ronduit vernietigend is: “hij doet niets, weet niets en kent niets”; - een zelfde beeld naar voor komt uit de verklaring van de heer C.: “[de verweerder] heeft geen kennis van de markt en het speelveld, heeft niet bijgedragen tot het uitvouwen van een verkoopstrategie, heeft slechts op enkele zeldzame momenten gecommuniceerd met het team, vertoont geen leiderschap en levert geen werkproducten af”; - dat beeld wordt bevestigd in de verklaring van andere betrokkenen en door de nauwkeurige analyse van de aanwezigheid van de verweerder in de data room van het project; - nadat was gebleken dat de bijdrage van de verweerder ondermaats was, een proces volgde dat uitmondde in de beslissing om de commissie te herleiden. Zij oordelen vervolgens dat: - het merkwaardig is dat de eiseres het niet nodig achtte om naar aanleiding van de evaluatie van de verweerder ook de betrokkene zelf toe te laten om zijn visie te geven, wat niet anders kan beschouwd worden dan als een schending van het meest elementaire recht van verdediging; - men de verweerder minstens op de hoogte had moeten stellen van het feit dat zijn prestaties als ondermaats werden beoordeeld, wat hem dan de gelegenheid zou hebben gegeven om beterschap te vertonen indien de opmerkingen terecht waren, of de bevindingen te betwisten; - de houding van de eiseres die de prestaties van de verweerder achter zijn rug evalueerde zonder hem enige inspraak of verweer te gunnen om vervolgens eenzijdig te beslissen tot herleiding van het commissieloon tot één vierde, andermaal zonder de verweerder te horen, beschouwd dient te worden als een miskenning van de verplichting tot goede trouw die op elke partij bij een overeenkomst rust; - een aangepaste sanctie erin bestaat de verweerder het recht toe te kennen op het overeengekomen commissieloon.
  8. De appelrechters die aldus, - zonder vast te stellen dat de eiseres bij de uitvoering te goeder trouw zou hebben geoordeeld dat de verweerder dermate voldeed aan de voorwaarden van het bonusplan dat hem het maximumpercentage van het overeengekomen commissieloon moest worden toegekend, en - zonder vast te stellen dat de eiseres haar recht om te oordelen in hoeverre aan de voorwaarden om het commissieloon te verkrijgen is voldaan en in het licht daarvan het toe te kennen percentage te bepalen, op een kennelijk onredelijke wijze heeft uitgeoefend en de normale uitoefening van dat recht de toekenning van het maximumpercentage van het overeengekomen commissieloon zou hebben geïmpliceerd, oordelen dat aan de verweerder als sanctie voor de schending van de goede trouw het maximumpercentage van het overeengekomen commissieloon wordt toegekend, schenden zodoende artikel 1134, eerste en derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek en miskennen het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten in zoverre zij uitspraak doen over het commissieloon, de aanvullende opzeggingsvergoeding en de aanvullende uitwinningsvergoeding, en oordelen over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde arresten. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 20 december 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181019.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.