← België

D. contra E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.7 Rolnummer: C.21.0130.N Zaak: D. contra E. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 803 - laatst gezien 2026-06-19 14:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit geen enkele bepaling van de Pachtwet volgt dat de pacht niet doorloopt ten voordele van de erfgenamen of rechtverkrijgenden die het gepachte goed niet bedrijfsmatig exploiteren

(1).
(1)Zie Cass. 18 november 2016, AR C.15.0503.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161118.3, AC 2016, nr.
  1. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Einde (Opzegging. Verlenging. Terugkeer. Enz) Vrije woorden: Gebrek aan bedrijfsmatige exploitatie - Erfgenamen of rechtverkrijgenden - Voorzetten van de pacht Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 38 - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Fiche 2 Indien de pachter of zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden het gepachte goed niet persoonlijk exploiteren genieten zij toch een recht van voorkoop indien het gepachte goed geëxploiteerd wordt door één van de in artikel 52, 1°, eerste lid, Pachtwet vermelde verwanten. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Voorkooprecht Vrije woorden: Persoonlijke exploitatie - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 38 - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 47 - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 52, 1° - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0130.N
  2. G.D.S., in eigen naam en als rechtsopvolger van F.D.S.,
  3. J.D.S., in eigen naam en als rechtsopvolger van F.D.S.,
  4. H.M.,
  5. J.D.S.,
  6. B.D.S.,
  7. Y.D.S.,
  8. H.D.S.,
  9. A.D.S.,
  10. E.Y.,
  11. M.Y.,
  12. M.-H. D.K.,
  13. A.D.K.,
  14. C.D.K., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  15. S.E.,
  16. E.D.R., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweerders woonplaats kiezen,
  17. A.V.D.H., verweerster, mede inzake
  18. F.H.,
  19. A.R., , tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 8 juni
  20. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 oktober 2021 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  21. Krachtens artikel 38 Pachtwet loopt in geval van overlijden van de pachter van een landeigendom, de pacht door ten voordele van zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden, tenzij de verpachter, zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden opzegging hebben gedaan. Uit geen enkele bepaling van de Pachtwet volgt dat de pacht niet doorloopt ten voordele van de erfgenamen of rechtverkrijgenden die het gepachte goed niet bedrijfsmatig exploiteren.
  22. Krachtens artikel 47 Pachtwet geniet de pachter bij verkoop van een in pacht gegeven landeigendom het recht van voorkoop voor zichzelf of voor zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of voor die van zijn echtgenoot, of voor de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen die daadwerkelijk aan de exploitatie van dat goed deelnemen. Artikel 52, 1°, eerste lid, Pachtwet bepaalt dat de pachter geen recht van voorkoop heeft indien het goed niet geëxploiteerd wordt door hem persoonlijk of door zijn echtgenoot, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen, of die van zijn echtgenoot of door de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. Uit deze bepalingen volgt dat indien de pachter of zijn erfgenamen of rechtverkrijgenden het gepachte goed niet persoonlijk exploiteren zij toch een recht van voorkoop genieten indien het gepachte goed geëxploiteerd wordt door één van de in artikel 52, 1°, eerste lid, Pachtwet vermelde verwanten.
  23. De appelrechter oordeelt dat: - alleen de erfgenamen of rechtverkrijgenden die de hoedanigheid hebben van pachter van het betreffende goed van het voorkooprecht kunnen genieten; - zij aldus slechts van het voorkooprecht kunnen genieten wanneer zij zelf ook landbouwer zijn en het goed in kwestie beogen te gebruiken in het kader van de exploitatie van hun eigen landbouwbedrijf; - er anders over oordelen, ertoe zou leiden dat personen die manifest buiten het toepassingsgebied van de Pachtwet vallen, niettemin via de omweg van een nalatenschap de bescherming zouden kunnen verkrijgen die voormelde wet in het leven roept exclusief ten gunste van pachters; - de wettige erfgenamen niet bewijzen dat zij landbouwer zijn en dus als pachter kunnen worden beschouwd.
  24. De appelrechter die aldus te kennen geeft dat alleen de erfgenamen of rechtverkrijgenden die het gepachte goed bedrijfsmatig exploiteren, zich kunnen beroepen op de bescherming van de Pachtwet en aldus een recht van voorkoop kunnen laten gelden, verantwoordt zijn beslissing dat geen van de eisers zich op een recht van voorkoop kon beroepen niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 20 december 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211220.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161118.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.