← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 december 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.10 Rolnummer: P.21.0829.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2023-04-21 Raadplegingen: 689 - laatst gezien 2026-06-18 17:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overmacht die alsnog de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan enkel voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden; de rechter oordeelt onaantastbaar of de aangevoerde feiten en omstandigheden bij het instellen van hoger beroep een geval van overmacht uitmaken; het hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht heeft kunnen afleiden; de rechter kan het bestaan van overmacht uitsluiten op grond van de vaststelling dat de betrokkene niet de nodige voorzorgen heeft genomen om de toestand die hij als overmacht aanvoert, te voorkomen

(1).
(1)Cass. 12 februari 2013, AR P.12.0685.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130212.2, AC 2013, nr. 98, JT 2013 494 noot A. DECROES; Cass. 8 april 2009, AR P.08.1907.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090408.3, AC 2009, nr. 248 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.. Zie C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2019, 1420; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021,
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Laattijdig ingesteld hoger beroep - Overmacht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Hoger beroep - Laattijdig ingesteld hoger beroep - Overmacht - Begrip - Beoordeling - Controle op de wettigheid van de motieven door het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0829.N N E H, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 27 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat de termijnen die de wet vaststelt voor het verrichten van een handeling worden verlengd ten voordele van de partij die wegens overmacht die handeling niet heeft kunnen verrichten vóór het verstrijken van die termijn: de appelrechters verklaren het hoger beroep van de eiser niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid; zij oordelen tevens dat er geen sprake is van overmacht; nochtans kan dat oordeel niet wettig worden afgeleid uit de feiten en omstandigheden die de appelrechters vaststellen.
  4. Overmacht die alsnog de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan enkel voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden.
  5. De rechter oordeelt onaantastbaar of de aangevoerde feiten en omstandigheden bij het instellen van hoger beroep een geval van overmacht uitmaken. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht heeft kunnen afleiden. De rechter kan het bestaan van overmacht uitsluiten op grond van de vaststelling dat de betrokkene niet de nodige voorzorgen heeft genomen om de toestand die hij als overmacht aanvoert, te voorkomen.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - namens de eiser werd hoger beroep ingesteld op 19 november 2019; - om de nalatigheid van zijn vorige raadsman bij het instellen van het rechtsmiddel van hoger beroep aan te tonen, verwijst de eiser naar een e-mailbericht dat hij op 18 november 2019 om 15.44 uur verstuurde; daarin bevestigt hij in hoger beroep te willen gaan en verzoekt hij daartoe nog die dag het nodige te doen; - aangezien het eerste vonnis op tegenspraak dateert van 16 oktober 2019 en 15 november 2019 bijgevolg de laatste dag was om tijdig hoger beroep in te stellen, zou ook de instelling ervan op 18 november 2019 hoe dan ook laattijdig zijn geweest; - het is niet aan de correctionele rechtbank om de verdere discussie tussen de eiser en zijn toenmalige raadsman over de al dan niet gevraagde adviezen of gegeven opdrachten te beoordelen of te beslechten; in ieder geval zijn de omstandigheden daarvan geen reden om te besluiten dat de eiser door overmacht was verhinderd om tijdig hoger beroep in te stellen; - de eiser houdt ten onrechte voor in dit verband een leek te zijn; zijn strafrechtelijk verleden spreekt dat tegen en het te beroepen vonnis was op tegenspraak gewezen, zodat de eiser verondersteld wordt daarvan kennis te hebben gehad; - het is in zoverre geen argument dat de eiser de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zou zijn, aangezien het in dergelijk geval aan de eiser zelf is om daarvoor de nodige hulp of bijstand in te roepen; dit kan voor de eiser geen overmacht, te begrijpen als onafhankelijk van zijn wil, uitmaken. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen geval van overmacht uitmaken en dat het hoger beroep wegens laattijdigheid niet-ontvankelijk is. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 december 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211221.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090408.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130212.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.