← België

B. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.41 Rolnummer: C.19.0417.N Zaak: B. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Familierecht - Insolventierecht Invoerdatum: 2022-05-11 Raadplegingen: 908 - laatst gezien 2026-06-16 04:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.41 Fiches 1 - 2 Wanneer een goed wordt verkocht dat behoort tot de post-communautaire onverdeeldheid die ontstaat door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen en de goederen bevat die deel uitmaakten van de gemeenschap op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijk, valt de opbrengst daarvan in de onverdeeldheid om aldaar voorafgaandelijk aan de regels van de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap te worden onderworpen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - WETTELIJK STELSEL Vrije woorden: Gemeenschap van goederen - Ontbinding - Postcommunautaire onverdeeldheid - Verkoop van een goed - Opbrengst - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1427 en 1430, eerste, tweede en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN Vrije woorden: Gemeenschap van goederen - Ontbinding - Postcommunautaire onverdeeldheid - Verkoop van een goed - Opbrengst - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1427 en 1430, eerste, tweede en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Wanneer het faillissement wordt uitgesproken vooraleer de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, omvat de faillissementsboedel benevens het eigen vermogen van de echtgenoot-gefailleerde ook de volledige huwelijksgemeenschap en dienen de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen door de curator te gelde te worden gemaakt ten behoeve van de faillissementsschuldeisers, rekening houdend met de regels in verband met de verhaalbaarheid van schulden ten aanzien van echtgenoten; wanneer het faillissement daarentegen wordt uitgesproken na het ogenblik waarop de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, moet in eerste instantie de huwelijksgemeenschap worden vereffend en verdeeld, waarna het netto-aandeel van de gefailleerde echtgenoot aan de curator dient te worden overgemaakt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - Algemeen Vrije woorden: Echtscheiding - Gevolgen ten opzichte van derden - Tussenkomend faillissement van één van de echtgenoten - Tijdstip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1278, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 96 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Echtscheiding - Tussenkomend faillissement van één van de echtgenoten - Tijdstip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1278, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 96 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Annotaties Publicaties: Rev.dr.ULB-Revue de droit de l'U.L.B. - 2021, nr. 443, p. 450-
  1. - AERTS, Michelle; Noot'Echtscheiding en faillissement: wie het eerst komt, het eerst maalt' Acc. Fisc.-Accountancy Fiscaliteit. Wekelijkse nieuwsbrief - 2021, nr. 6, p. 777-
  2. - VAN DEN HOUTE, Bert; Noot'Interferentie van de faillissementsprocedure met de huwelijksvermogensrechtelijke vereffening-verdeling' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 14, p. 1382-
  3. - GOOSSENS, Laura Virginia; VERGAUWEN, Christel; Noot'Is het faillissement de luis in de pels bij de vereffening en verdeling na echtscheiding van een huwelijksvermogensstelsel... Tekst van de conclusie C.19.0417.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier
  4. Feiten en procedure Eiseres en tweede verweerder huwden in 1986 onder het wettelijk stelsel. Zij richtten in 2000 een bvba op en kochten in 2006 een appartement aan zee waarvan de vennootschap het vruchtgebruik had en zijzelf de naakte eigendom. Er volgt echtscheiding in 2012 en de vereffening-verdeling van de ontbonden huwgemeenschap is thans nog steeds lopende. Bij vonnis van 2 mei 2014 van de vrederechter worden eiseres, de vennootschap en tweede verweerder solidair veroordeeld tot betaling aan de VME van het gebouw waar het appartement zich bevindt. Het betreft een gemeenschappelijke schuld, daterend van voor de echtscheiding en de schuldeiser legt hangende de vereffening-verdeling beslag op het appartement en laat overgaan tot gedwongen verkoop na beslag. Op 3 maart 2016 wordt het appartement verkocht. Bij vonnis van 3 november 2016 wordt tweede verweerder failliet verklaard. Eerste verweerder werd aangesteld als curator. De schulden in het faillissement betreffen eigen na-huwelijkse schulden van tweede verweerder, zodat het faillissement geen gemeenschappelijke schulden bevat. Op 16 februari 2017 wordt betreffende het appartement een rangregeling opgesteld. De notaris gaat er van uit dat eiseres en tweede verweerder elk voor de helft naakte eigenaar zijn en dat alle schulden van de man dateren van na de echtscheiding zodat de opbrengst deels wordt toegewezen aan de vennootschap in vereffening, deels aan tweede verweerder, te betalen aan de curator en te verdelen onder zijn schuldeisers en deels aan eiseres. Eiseres betwist dit. Zij stelt dat zij in het kader van de vereffening van de huwgemeenschap een vergoedingsrekening heeft nu zij het gemeenschappelijk vermogen heeft gefinancierd met 125.000 euro eigen gelden. Deze verrekening moet eerst plaatsvinden en pas dan kan de curator over gelden beschikken die aan tweede verweerder toekomen. De eerste rechter verklaart de vordering van eiseres ongegrond. Ook de appelrechters volgen eiseres op dit punt niet. Zij oordelen dat ingevolge het tussengekomen faillissement van tweede verweerder, hetwelk tot de buitenbezitstelling van de gefailleerde leidt, het bedrag dat hem toekomt bij toepassing van de artikelen 16 en 25, tweede lid van de Faillissementswet aan de curator moet worden overgemaakt. De vordering van de VME wordt voor het bedrag van het veroordelend vonnis opgenomen in de rangregeling en de notaris dient enkel in die mate de rangregeling aan te passen. Tegen dit arrest van 28 juni 2019 van het hof van beroep te Gent voert eiseres één middel aan. Eiseres voert aan dat wanneer de echtscheiding zoals te dezen dateert van vóór het faillissement van één van de echtgenoten, rekening moet worden gehouden met de regels die de post-communautaire onverdeeldheid beheersen en de vereffening moet worden afgewacht om te weten welk het aandeel is van de gefailleerde ex-echtgenoot dat in de boedel zal vallen. Door het batig saldo van de openbare verkoop van de naakte eigendom van het onroerend goed te verdelen onder de ex-echtgenoten, wat neerkomt op een partiële verdeling van de post-communautaire onverdeeldheid zonder akkoord van alle deelgenoten, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.
  5. Bespreking 2.
  6. Eiseres voert aldus aan dat de persoonlijke schuldeisers van de tweede verweerder zich niet kunnen verhalen op de opbrengst van het appartement, maar slechts op het aandeel van de tweede verweerder in de post-communautaire onverdeeldheid. De volledige verkoopopbrengst moet daarom aan de notaris belast met de vereffening - verdeling afgegeven worden om daar eerst de verrichtingen van vereffening - verdeling van de huwgemeenschap te ondergaan. Eiseres heeft daar in het bijzonder belang bij nu zij een vergoedingsrecht claimt ten aanzien van de huwgemeenschap wegens de financiering van het gemeenschappelijk appartement met eigen gelden. Dit standpunt, dat impliceert dat te dezen de vergoedingsgerechtigde echtgenoot voorgaat op de eigen schuldeisers van de echtgenoten, lijkt mij correct en in lijn te zijn met de regels inzake vereffening-verdeling van een ontbonden huwgemeenschap. 2.
  7. De huwgemeenschap is een onverdeelde boedel of boedelgemeenschap waarbij de echtgenoten een aandeel hebben in het geheel van de goederen maar niet in elk goed afzonderlijk. De boedel manifesteert zich als het ware als een “boel” goederen: meerdere goederen die als een eenheid het voorwerp uitmaken van de onverdeeldheid
(1). Eiseres en tweede verweerder hebben aldus ingevolge het door hen gekozen huwelijksvermogensstelsel geen aandeel in het appartement op zich, maar wel in de onverdeelde boedel waarvan het appartement deel uitmaakt. Door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen ontstaat tussen de gewezen echtgenoten een post-communautaire onverdeeldheid. Deze onverdeeldheid bevat de goederen die deel uitmaakten van de gemeenschap op het ogenblik waarop de ontbinding van het huwelijk tussen de echtgenoten terugwerkt. Het bevat ook de vruchten die die goederen nadien hebben opgebracht. In het kader van het vereffenen en verdelen van deze onverdeelde boedel wordt overeenkomstig artikel 1430, tweede en derde lid B.W. vooraf voor elke echtgenoot een rekening opgemaakt van de vergoedingen tussen het gemeenschappelijk vermogen en diens eigen vermogen. Daarna wordt overgegaan tot het verrekenen van de lasten en de verdeling van de netto baten. De gewezen echtgenoten ontvangen dus slechts het netto aandeel na betaling van de gemeenschappelijke schulden en de verrekening van de vergoedingen. Indien een goed uit de boedel wordt verkocht, vervangt de prijs dat goed in de boedel. Er is alsdan sprake van een verkoop voor rekening van de boedel
(2). De opbrengst van de verkoop van een goed dat behoort tot de post-communautaire onverdeeldheid komt dus terecht in de onverdeeldheid om daar eerst aan de regels van de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap te worden onderworpen. Waar algemeen wordt aanvaard dat men een goed van de onverdeelde boedel kan verdelen, hoewel de overige goederen van de boedel nog in onverdeeldheid zijn, kan dit slechts op voorwaarde dat alle deelgenoten daarmee instemmen
(3). Te dezen stemde de eiseres duidelijk niet in met een dergelijke partiële verdeling. 2.3. Krachtens artikel 1278, eerste lid Ger.W. heeft het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, ten aanzien van derden gevolg vanaf de melding van dit vonnis of arrest op de huwelijksakte of vanaf de opmaak van de akte van echtscheiding. De echtscheiding wordt dus tegenstelbaar aan derden vanaf de overschrijving van het echtscheidingsvonnis in de registers van de burgerlijke stand. De gemeenschapsschuldeisers die tijdens het huwelijk beslag konden leggen op gemeenschapsgoederen kunnen na echtscheiding nog steeds beslag leggen op goederen van de post-communautaire onverdeeldheid. De eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij kon dus als gemeenschappelijke schuldeiser overgaan tot het leggen van uitvoerend beslag. Ook de persoonlijke schuldeisers van één van de echtgenoten, hetzij met betrekking tot eigen huwelijkse schulden hetzij met betrekking tot schulden ontstaan na echtscheiding, kunnen beslag leggen op elementen van de ontbonden huwgemeenschap. Zij moeten de verdeling niet afwachten om tot beslag over te gaan, maar dat beslag kan evenwel geen voortgang vinden tot na de verdeling en bij die verdeling zullen zij de gemeenschapsschuldeisers moeten laten voorgaan
(4). De door de wetgever ingestelde volgorde van de vereffeningsverrichtingen heeft immers tot gevolg dat de gemeenschapsschuldeisers en de vergoedingsgerechtigde echtgenoot voorrang genieten op de persoonlijke schuldeisers van de echtgenoten
(5). De schuldeisers die zich niet kunnen verhalen op het gemeenschappelijk vermogen, maar slechts op het aandeel van hun schuldenaar in de boedel zullen om dat aandeel te bepalen, dus eerst de vereffening-verdeling van de huwelijksgemeenschap moeten laten plaatsvinden
(6). 2.4. De gevolgen van het faillissement van de ene echtgenoot ten opzichte van de andere worden geregeld door de artikelen 96 en volgende van de Faillissementswet. Evenwel is de chronologie tussen het faillissement en de ontbinding van het huwelijk van belang in het kader van de vereffeningsverrichtingen. Wanneer de echtscheiding wordt uitgesproken tijdens de faillissementsvereffening, met andere woorden, wanneer het faillissement wordt uitgesproken vooraleer de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, omvat de faillissementsboedel naast het eigen vermogen van de gefailleerde echtgenoot ook de volledige huwgemeenschap
(7). De regels van het faillissement hebben hierbij voorrang. De curator dient de goederen die tot die gemeenschap behoren ten gelde te maken ten behoeve van de schuldeisers in het faillissement. De curator kan echter niet het eigen vermogen van de niet-gefailleerde echtgenoot aanspreken
(8). Wanneer daarentegen de echtscheiding werd uitgesproken vóór de opening van de faillissementsprocedure, en het faillissement dus wordt uitgesproken na het tegenstelbaar worden van de echtscheiding, zoals te dezen het geval is, moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de echtscheiding en zal de vereffening van de huwgemeenschap moeten worden afgewacht om te weten wat daarin het netto- aandeel is van de gefailleerde ex-echtgenoot dat dan vervolgens in de faillissementsboedel zal worden opgenomen. De faillissementsschuldeisers kunnen dus enkel aanspraak maken op dit netto-aandeel na afwikkeling van de vergoedingsrekeningen
(9). 2.5. Uit de chronologie van de feiten zoals vastgesteld door de appelrechters blijkt dat tweede verweerder werd failliet verklaard nadat de echtscheiding tussen hem en eiseres tussenkwam. Het positieve saldo van de verkoop van het appartement kwam toe aan de post-communautaire onverdeeldheid en niet zoals de notaris aannam, aan eiseres en tweede verweerder in verhouding tot hun aandeel (i.c. de helft) in het appartement. Eiseres en tweede verweerder hebben immers geen aandeel in het appartement op zich, maar wel in de boedel waarvan het appartement deel uitmaakt. De opbrengst van het appartement zal in het kader van de vereffening-verdeling van de boedel worden verdeeld tussen de gewezen echtgenoten, waarna het netto aandeel van de gefailleerde ex-echtgenoot tot de failliete boedel zal behoren. Door het volgen van het standpunt van de notaris dat de opbrengst van de verkoop van het appartement wordt verdeeld onder de gewezen echtgenoten, wat neerkomt op een partiële verdeling van de post-communautaire verdeeldheid zonder akkoord van eiseres, en door te beslissen dat het bedrag dat aldus aan tweede verweerder toekwam (rechtstreeks) aan de curator moet worden overgemaakt zonder de vereffening verdeling van de huwgemeenschap af te wachten, verantwoorden de appelrechters derhalve hun beslissing niet naar recht. Het middel komt gegrond voor. Conclusie: Vernietiging met verwijzing. ____________________________
(1)M.E. STORME, “Van trust gespeend? Trusts en fiduciaire figuren in het Belgisch privaatrecht”, TPR 1998,
(703)795, nr. 144; J. VANANROYE, Onverdeelde boedel en rechtspersoon, Antwerpen, Biblio, 2014, 29, nr. 46. Een boedelgemeenschap onderscheidt zich van een zaakgemeenschap waar er slechts één goed in onverdeeldheid is.
(2)Cass. 19 februari 1953, AC 1953, 425: “Overwegende dat de veiling van een niet behoorlijk te verkavelen onroerend goed een verrichting is welke aan de verkaveling voorafgaat; dat de verkoop geschiedt voor rekening van de “boedel” en dat “de schuldvordering van de prijs” zonder dat trouwens enig begrip van persoonlijkheid van de boedel behoeft te worden ingeroepen, in de te verdelen activa valt om aan de gewone regelen der verdeling te worden onderworpen”; Cass. 18 november 1977, AC 1978, 324; J. VANANROYE, Onverdeelde boedel en rechtspersoon, Antwerpen, Biblio, 2014, 163, nr. 243; 163, nr. 243; J. DU MONGH, “Artikel 1401.5 BW bevat een eigendomsregeling van de lidmaatschapsrechten die vatbaar zijn voor gedwongen overname of overdracht” (noot onder Cass. 20 februari 2015), T.Fam. 2015,
(235)237: “In die visie komt een bevolen overdracht na echtscheiding onvermijdelijk neer op een partiële verdeling van de aandelen, waarbij de aandelen worden toebedeeld aan één echtgenoot en de tegenwaarde ervan wordt bepaald die principieel toekomt aan de post-communautaire onverdeeldheid om daarin samen met de restgoederen te worden verdeeld”.
(3)R. JANSEN, “Art. 815 BW” in Comm.Erf. 2011, 15; J. VANANROYE, Onverdeelde boedel en rechtspersoon, Antwerpen, Biblio, 2014, 135, nr. 206 e.v.
(4)E. DIRIX, “Executierechten en huwelijksvermogensrecht” in H. CASMAN en M. VAN LOOK (eds.), Huwelijksvermogensrecht, Antwerpen, Kluwer, 2012, 77, nr. 22.
(5)H. DE DEKKER, De staat van vereffening-verdeling, X, Vereffening – verdeling, 1992, 69-127.
(6)R. JANSEN, “Beslag op een onverdeeld onroerend goed en samenloop” (noot onder Cass. 13 juni 2005), RW 2005-06,
(902)903; E. DIRIX, “Overzicht van rechtspraak. Beslag en collectieve schuldenregeling (2002-2007)”, TPR 2007,
(2039)2115, nr. 147; E. DIRIX, “Executierechten en huwelijksvermogensrecht” in H. CASMAN en M. VAN LOOK (eds.), Huwelijksvermogensrecht, Mechelen, Kluwer, 2012, 77, nr. 22; R. BARBAIX en R. JANSEN, “Vereffeningsperikelen na de toelating van één van de ex-echtgenoten tot een collectieve schuldenregeling” (noot onder Arbh. Antwerpen 27 april 2011), Not.Fisc.M. 2012,
(159)162; M. DE COSTER en M. CARBONE, “Samenloop van procedures”, Not.Fisc.M. 2012,
(150)154.
(7)E. DIRIX, “Executierechten en huwelijksvermogensrecht”, in H. CASMAN en M. VAN LOOK (eds.), Huwelijksvermogensrecht, Antwerpen, Kluwer, 77., nr. 22.
(8)F. APS, “Huwelijksvermogensrechtelijke implicaties van het faillissement” in H. CASMAN en M. VAN LOOK (eds.), Huwelijksvermogensrecht, Antwerpen, Kluwer, p. 32
(9)E. DIRIX, “Executierechten en huwelijksvermogensrecht”, in H. CASMAN en M. VAN LOOK (eds.), Huwelijksvermogensrecht, Antwerpen, Kluwer, 77-
  1. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.41 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.41 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.