← België

MUO ARCHITECTEN bvba contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 12 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210212.1N.1 Rolnummer: C.20.0066.N Zaak: MUO ARCHITECTEN bvba contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-11-14 Raadplegingen: 1174 - laatst gezien 2026-06-19 13:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1 Fiches 1 - 2 De bijzondere aansprakelijkheid van architect en aannemer voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van zijn hoofdbestanddelen aantasten of in gevaar brengen raakt de openbare orde en kan bijgevolg contractueel niet worden uitgesloten of beperkt, zodat een beding tot beperking van deze aansprakelijkheid dat ertoe strekt, in geval van samenlopende fouten van architect en aannemer, hun aansprakelijkheid te beperken tot hun aandeel in de totstandkoming van de schade, bijgevolg nietig is, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Architect en aannemer - Bijzondere aansprakelijkheid voor ernstige gebreken - Aard - Afwijkend contractueel beding - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Architect en aannemer - Bijzondere aansprakelijkheid voor ernstige gebreken - Aard - Afwijkend contractueel beding - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2021, nr. 5, p. 486-
  1. - BAEYENS, Sander; Noot'Een beding tot beperking van de tienjarige aansprakelijkheid is nietig, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken' Tekst van de conclusie C.20.0066.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier
  2. Feiten en procedure Eerste en tweede verweerder sloten met eiseres een architectenovereenkomst voor het bouwen van een woning. Voor het uitvoeren van de ruwbouwwerken werd een aannemingsovereenkomst gesloten met bvba P., thans failliet. Naar aanleiding van uitvoeringsfouten en constructieve gebreken stelde de bouwheer de architect en de aannemer in gebreke en werd gelet op de ontstane vertrouwensbreuk tussen partijen overeengekomen de overeenkomst minnelijk te beëindigen na plaatsing van het buitenschrijnwerk en voorlopige oplevering van de tot dan uitgevoerde werken. De bouwheer nam noodgedwongen een andere architect onder de arm die een oplijsting deed van de gebreken wat resulteerde in een ontwerp van voorlopige oplevering. De voorlopige oplevering zelf vond evenwel nooit plaats en de bouwheer dagvaardde eiseres in ontbinding van de architectenovereenkomst en de aannemer in ontbinding van de aannemingsovereenkomst met een in solidum gehoudenheid in schadevergoeding. De eerste rechter: - verweet eiseres op grond van het deskundig verslag een quasi onbestaande begeleiding en opvolging van de werf alsook een aantal inhoudelijke tekortkomingen met betrekking tot het lastenboek en de uitvoeringsdetails die samen met de grote uitvoeringsfouten van de aannemer aanleiding gaven tot een in solidum aansprakelijkheid - oordeelde dat de tienjarige aansprakelijkheid van toepassing is gezien het een architectenovereenkomst betreft met betrekking tot een groot werk van onroerende aard dat aangetast is door een gebrek dat de stevigheid in het gedrang brengt - stelde vast dat de overeenkomst nooit minnelijk werd beëindigd en sprak de ontbinding van de overeenkomst uit ten laste van eiseres. De appelrechters bevestigen deze beslissing op alle punten. Tegen dit arrest van 15 juli 2019 van het hof van beroep te Antwerpen voert eiseres één middel tot cassatie aan. In het eerste onderdeel voert eiseres aan dat de contractuele aansprakelijkheid van de architect vóór de aanvaarding van de werken wordt beheerst door de gemeenrechtelijke regels inzake contractuele aansprakelijkheid en de in solidum aansprakelijkheid uitgesloten werd door een beding in de architectenovereenkomst krachtens hetwelk de architect slechts verantwoordelijk is voor eigen fouten en geen enkele verantwoordelijkheid in solidum draagt met andere bouwpartners. De appelrechters die vaststellen dat de voorlopige oplevering niet plaatsvond en de werken bij het afsluiten van de tussenkomst van eiseres nog niet allemaal beëindigd waren, besluiten derhalve ten onrechte tot de toepassing van de tienjarige aansprakelijkheid van eiseres als architect. Verweerders voeren in de memorie van antwoord mijns inziens ten onrechte aan dat het onderdeel nieuw en bijgevolg onontvankelijk is nu het onderdeel zich richt tegen de wijze waarop de appelrechters de tienjarige aansprakelijkheid, die door eiseres werd betwist, toepassen
(1).
  1. Bespreking 2.
  2. De tienjarige aansprakelijkheid vindt haar wettelijke grondslag in de artikelen 1792 en 2270 B.W. De wetgever heeft hiermee een regeling tot stand gebracht, eigen aan aannemingsovereenkomsten met betrekking tot het oprichten van grote bouwwerken waarbij de aansprakelijkheid van architect en aannemer wordt verlengd tot tien jaar na aanvaarding van de werken voor gebreken die de stevigheid van het gebouw in het gedrang brengen
(2). Ook uw Hof oordeelt dat uit de samenhang van voormelde bepalingen volgt dat de tienjarige aansprakelijkheid van de architect en de aannemer t.o.v. de opdrachtgever verband houdt met constructiefouten die de stevigheid van het gebouw of van een aanzienlijk deel ervan in gevaar brengen. Deze bijzondere aansprakelijkheid is van openbare orde
(3)en kan derhalve contractueel niet worden uitgesloten of beperkt. Een dergelijk beding in de overeenkomst met de bouwheer is strijdig met de openbare orde en bijgevolg nietig. Met de tienjarige aansprakelijkheid wordt een dubbele bescherming nagestreefd
(4). Artikel 1792 BW voert een extra bescherming in voor de bouwheer. Hoewel het werk werd aanvaard krijgt hij de benodigde tijd om zekerheid te hebben dat het goedgekeurde werk hecht en deugdelijk is
(5). De mogelijkheid om een vordering in te stellen wegens het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een bouwwerk door een fout van aannemer of architect wordt immers met tien jaar verlengd in vergelijking met de gemeenrechtelijke bepalingen. Artikel 2270 BW houdt een waarborg in voor aannemer en architect in die zin dat zij na afloop van de termijn definitief bevrijd zijn van hun aansprakelijkheid jegens de bouwheer. Ook de openbare veiligheid vereist stevige gebouwen en in die optiek vormt de tienjarige waarborgtermijn een garantie voor de stevigheid, de duurzaamheid en de deugdelijkheid van het gebouw. De ontwerper en uitvoerder van een bouwwerk moeten er tijdens de uitvoering van hun opdracht voor zorgen dat een werk tot stand komt dat ook na verloop van tien jaar nog hecht en deugdelijk zal zijn. Dit is hun garantieplicht
(6). Indien het bouwwerk de periode van tien jaar goed doorstaat geldt een vermoeden dat aannemer en architect hebben voldaan aan hun contractuele verplichtingen en een deugdelijk bouwwerk hebben afgeleverd
(7). De tienjarige aansprakelijkheidstermijn wordt ook wel waarborgtermijn, garantietermijn of duurzaamheidstermijn genoemd
(8). De tienjarige waarborg is van contractuele aard ook al is hij het door de wet georganiseerde gevolg van verplichtingen die voortvloeien uit het architectencontract. De redenering hierachter is dat de tienjarige aansprakelijkheid voortvloeit uit de contractuele verhouding tussen de architect en de opdrachtgever
(9)2.2. De aanvang van de termijn van tien jaar wordt zowel door Uw Hof
(10)als door de rechtsleer gesitueerd bij de aanvaarding van het werk
(11). In beginsel geldt immers dat indien de opdrachtgever de werken aanvaardt, hij erkent dat de aannemer en de architect aan hun contractuele verplichtingen hebben voldaan. De aanvaarding van de werken is een eenzijdige en onherroepelijke rechtshandeling waarbij de opdrachtgever aangeeft dat deze vakman zijn opdracht naar behoren heeft uitgevoerd
(12). Hierbij ontslaat de bouwheer hem in beginsel van elke contractuele aansprakelijkheid voor de uitgevoerde werken en de door hem geleverde diensten. Er moet immers worden aangenomen dat de opdrachtgever het werk naziet teneinde mogelijke gebreken te ontdekken. Wanneer de opdrachtgever het werk aanvaardt, wetende dat het behept is met een gebrek, doet hij daarmee afstand van de mogelijkheid om nog een vordering in te stellen met betrekking tot dat gebrek. In de regel gebeurt die aanvaarding bij de rondgang die wordt gehouden na de beëindiging van de werken en die geldt als ‘unieke' oplevering. Indien er contractueel voorzien wordt in een dubbele oplevering - dus een voorlopige én een definitieve - maar er niets wordt overeengekomen m.b.t. het startpunt van de tienjarige aansprakelijkheid, dan geldt de definitieve oplevering als ‘aanvaarding' van het werk. Ook de voorbehoudsloze ingebruikname van het goed of de betaling van de laatste factuur van de werken, kan als aanvaarding worden beschouwd
(13). Wanneer partijen in onderling akkoord een einde maken aan hun samenwerking
(14)of wanneer de bouwheer van een gebouw dat vatbaar is voor oplevering verzuimt het werk op te nemen en in gebreke wordt gesteld
(15), geldt dat ogenblik als aanvangspunt van de tienjarige aansprakelijkheidstermijn. De tienjarige waarborgtermijn vormt in al deze situaties waar de samenwerking tussen bouwheer en architect eindigt in een onderling akkoord over de uitvoering van de werken, een uitzondering op het principe van de hierdoor gerealiseerde bevrijding van aansprakelijkheid. Die uitzondering wordt verantwoord door het feit dat de opdrachtgever op het ogenblik van de aanvaarding of de beëindiging van de samenwerking geen kennis heeft van het feit dat het gebrek zoals dat op dat ogenblik kon worden waargenomen, een gebrek was dat de stevigheid van het gebouw in het gedrang kan brengen
(16). De aanvaarding of de goedkeuring van het werk heeft dus niets te maken met de hechtheid en de deugdelijkheid van het gebouw omdat de goedkeuring over die aspecten geen zekerheid kan verstrekken. 2.3. De aanvaarding speelt wel een cruciale rol voor het bepalen van de aard van de aansprakelijkheid van de architect
(17). Zolang de werken nog in uitvoering zijn en zij niet werden aanvaard speelt de contractuele aansprakelijkheid en is de architect gehouden tot de contractuele verbintenissen die hij heeft aangegaan ten aanzien van de opdrachtgever. Hij is verplicht zijn contractuele verplichtingen volgens de regels van goed vakmanschap na te komen. Wanneer hij hierin tijdens de uitvoering dermate te kort schiet dat verdere samenwerking is uitgesloten, kan de bouwheer zich tot de rechter wenden om het contract te doen ontbinden en schadevergoeding te eisen
(18). De aansprakelijkheid van de architect dient dan beoordeeld te worden op grond van de artikelen 1146 BW en volgende
(19). In de overeenkomst kan een exoneratiebeding opgenomen zijn waardoor de aansprakelijkheid van de architect wordt beperkt. Dergelijk beding is in beginsel geldig tenzij in geval van strijdigheid met de openbare orde of indien het beding de overeenkomst alle betekenis ontneemt en volledig uitholt
(20). Van zijn kant moet de bouwheer die zijn schade vergoed wil zien, een contractuele wanprestatie in hoofde van de architect aantonen
(21). Hij moet aantonen dat hij schade heeft geleden, dat de architect een toerekenbare tekortkoming heeft begaan bij de uitvoering van een contractuele verbintenis en er een oorzakelijk verband bestaat tussen de contractuele fout en de schade
(22). Zijn de fouten van de architect nog te herstellen en kunnen ontwerper en uitvoerder het bouwwerk alsnog tot een goed einde brengen kan de rechter een termijn bepalen om de herstellingen uit te voeren waarna het contract vermoedelijk niet zal worden ontbonden worden maar er waarschijnlijk wel een veroordeling in schadevergoeding zal volgen. De ontbinding van de wederkerige overeenkomst krachtens artikel 1184 BW heeft tot gevolg dat de overeenkomst met terugwerkende kracht wordt ongedaan gemaakt. Partijen worden dus geplaatst in een toestand waarin zij zich zouden bevonden hebben indien zij niet gecontracteerd hadden
(23). Deze regel sluit niet uit dat contractuele bedingen die tot voorwerp hebben de gevolgen van de ontbinding tussen partijen te regelen verder uitwerking krijgen
(24). Eens de werken aanvaard is de vakman bevrijd van zijn contractuele aansprakelijkheid. Deze bevrijding geldt evenwel niet voor verborgen gebreken die de stevigheid van het gebouw niet aantasten
(25), en dus niet onder de tienjarige aansprakelijkheid vallen omdat een opdrachtgever door de aanvaarding geen afstand kan doen van zijn recht op herstel voor de gebreken die hij op het ogenblik van de aanvaarding niet kende. Een aanvaarding kan immers maar gebeuren met kennis van zaken en kan dus per definitie niet gelden ten aanzien van verborgen gebreken. Die gemeenrechtelijke aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken na aanvaarding van de werken is van contractuele aard
(26). Vanaf de aanvaarding, waarmee de wederzijdse verbintenissen betreffende het werk uitgevoerd zijn
(27), begint de garantieperiode onder de vorm van een tienjarige bijzondere aansprakelijkheidstermijn en kan de architect gedurende die termijn aangesproken worden voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van zijn hoofdbestanddelen aantasten of in gevaar brengen
(28). Deze aansprakelijkheid is geen objectieve aansprakelijkheid. De bouwheer moet met andere woorden het bewijs leveren van een contractuele tekortkoming in hoofde van de architect
(29). 2.4. De tienjarige aansprakelijkheidstermijn is een vervaltermijn die in tegenstelling tot de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidstermijn niet vatbaar is voor stuiting of schorsing
(30). Door het verstrijken ervan gaat niet enkel het vorderingsrecht van de opdrachtgever verloren maar ook het recht zelf dat de opdrachtgever recht geeft op herstel in natura of schadeloosstelling wegens het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van zijn bouwwerk ten gevolge van gebreken in de constructie
(31)2.5. Indien geen aanvaarding van de werken gebeurt, omdat tussen partijen onenigheid ontstaat over de wijze van uitvoering van de werken
(32)en de overeenkomst ten laste van de architect wordt ontbonden wegens contractuele wanprestatie, heeft dit uiteraard niet tot gevolg dat de aansprakelijkheid van aannemer en architect voor de grove gebreken die zich hebben voorgedaan, niet bestaat. Zij bestaat immers ongeacht of het werk al dan niet is opgeleverd en of de gebreken zichtbaar dan wel verborgen zijn. Maar bij gebrek aan aanvaarding van het werk en de hiermee samenhangende bevrijding van contractuele aansprakelijkheid kan de tienjarige bijzondere aansprakelijkheidstermijn in dat geval geen toepassing krijgen. De appelrechters die de overeenkomst tussen bouwheer en eiseres ontbinden ten laste van eiseres wegens wanprestatie oordelen bijgevolg ten onrechte dat de tienjarige aansprakelijkheidstermijn van toepassing is en oordelen, ondanks een contractueel exoneratiebeding, ten onrechte tot een in solidum gehoudenheid van eiseres met de aannemer. Het eerste middel komt gegrond voor. Het tweede middel behoeft geen antwoord. Conclusie: vernietiging met verwijzing. ____________________________
(1)Zie Cass.21 februari 2014, AR C.13.0277.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140221.1, AC 2014, nr. 138; Cass. 6 november 1995, AR S.95.0034.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951106.1, AC 1995, nr. 476: Niet nieuw is het tot staving van een voorziening aangevoerde middel dat schending aanvoert van een wettelijke bepaling waarvan de rechters, volgens de redenen van hun beslissing, toepassing hebben gemaakt.
(2)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p. 383.
(3)Cass. 5 september 2014, AR C.13.0395.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140905.4, AC 2014, nr. 495.
(4)Cass. 11 april 1986, AR 4903, AC 1985-86, nr. 491.
(5)Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De tienjarige garantie in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer(losbladig), VI.3-5.
(6)Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De tienjarige garantie in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI.3-5.
(7)G. BAERT, Aanneming van werk, Antwerpen, Story-scientia, 2001, 494 en 497.
(8)Een pand bouwen en verbouwen. Praktijkgids vastgoedrecht, D. MEULEMANS (ed.), Acco Leuven, 2005, 144.
(9)F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Intersentia, 2019, p. 225, nr. 710.
(10)Cass. 18 november 1983, AR 3855, AC 1983, nr. 152.
(11)Dit standpunt wordt ook gedeeld door de Franse rechtsleer, zie ter zake B. SOINNE, « La responsabilité des architect et entrepreneurs après la réception des travaux », Paris, Librairie générale de droit et de jurisprudence, 1969, p.18-19.
(12)S. STIJNS, B. TILLEMAN, W. GOOSSENS, B. KOHL, E. SWAENEPOEL en K. WILLEMS, "Bijzondere overeenkomsten: Koop en aanneming (1999-2006), TPR, 2008, 1691.
(13)F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Intersentia, 2019, p. 589; Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De vordering tot garantie in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI.4-42a.
(14)J.F. HENROTTE en L.O. HENROTTE, L'architecte. Contraintes actuelles et statut de la profession en droit belge, Bruxelles, Larcier, 2013, p. 383.
(15)Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De vordering tot garantie in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI.4-40.
(16)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p. 395.
(17)A. COLPAERT, Een wandeling door het bouwrecht, in Bouwrecht van A(anneeming) tot Z(akenrecht), Larcier, 2009, p. 35 en volgende.
(18)Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, Aansprakelijkheid tot oplevering en opneming, in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI.1-14.
(19)Zie ook voor Frankrijk B. SOINNE, "La responsabilité des architect et entrepreneurs après la réception des travaux", Paris, Librairie générale de droit et de jurisprudence, 1969, p. 19. Le régime de cette responsabilité contractuelle ne présente aucune originalité par rapport au droit commun.
(20)F. BURSSENS, Handboek aannemingsrecht, Intersentia, 2019, p. 204, nr. 649; Cass. 25 september 1959, AC 1960, p. 86.
(21)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p. 375-376.
(22)K. UYTTERHOEVEN, "De aansprakelijkheid van de architect" in K. DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.) Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2004, 852.
(23)Cass. 19 mei 2011, AR C.09.0645.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110519.1, AC 2011, nr. 326.
(24)Cass. 23 oktober 2017, AR C.17.0234.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171023.1, AC 2017, nr. 581.
(25)Cass. 25 oktober 1985, AC 1985-86, 270.
(26)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p. 409-410; Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De garantie voor verborgen gebreken na de opneming, in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI.2-5.
(27)DE PAGE, IV, nr. 882.
(28)Zie W. GOOSSENS, "De aansprakelijkheid van de aannemer" in K. DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.) Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 885.
(29)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p. 395.
(30)Cass. 27 oktober 2006, AR C.04.0380.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.5, AC 2006, nr. 522.
(31)K. UYTTERHOEVEN, Aansprakelijkheid in het bouwrecht, in Actueel aansprakelijkheidsrecht, Larcier, 2012, p.398.
(32)Aansprakelijkheid van architecten en aannemers, De vordering tot garantie, in Bestendig handboek privaatrechtelijk bouwrecht, Kluwer (losbladig), VI-4-41: indien de bouwheer de opneming betwist en een deskundige wordt benoemd om advies te verlenen over de opneembare staat van het gebouw is de datum van de dagvaarding of de neerlegging van het deskundigenverslag niet relevant als aanvang van de garantieperiode. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210212.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1 citeert: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951106.1 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110519.1 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140221.1 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140905.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171023.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.