← België

STAD ANTWERPEN contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.6 Rolnummer: C.18.0487.N Zaak: STAD ANTWERPEN contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-09-28 Raadplegingen: 675 - laatst gezien 2026-06-17 02:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.6 Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat het verslag van vaststelling bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, Decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones niet is ondertekend levert een onregelmatigheid op, maar heeft niet tot gevolg dat de rechter de inhoud ervan buiten beschouwing dient te laten en deze inhoud niet kan gelden als inlichting

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE Vrije woorden: Lage-emissiezone - Verslag van vaststelling - Niet-ondertekend verslag - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 8, § 1, eerste, vierde en vijfde lid - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Algemeen Vrije woorden: Lage-emissiezone - Verslag van vaststelling - Niet-ondertekend verslag - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 8, § 1, eerste, vierde en vijfde lid - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Tekst van de conclusie C.18.0487.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier
  1. Feiten en procedure Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat door middel van een camera werd vastgesteld dat het voertuig van verweerder zich op 17 maart 2017 in de Lage Emissie Zone van de stad Antwerpen bevond. Bij nazicht in de Vlaamse LEZ databank bleek dat dit voertuig geen toegang had tot de LEZ zone. Er werd op 3 april 2017 een verslag van vaststelling opgemaakt dat werd overgemaakt aan de beboetingsambtenaar die op 10 april 2017 een aangetekend schrijven stuurde aan verweerder waarin hem naar aanleiding van de vastgestelde overtreding, namelijk een inbreuk op artikel 2.3 van het gemeentelijk reglement LEZ, een administratieve geldboete van 125 euro werd opgelegd. Verweerder betwistte de regelmatigheid van het verslag van vaststelling omdat dit niet werd ondertekend en er bijgevolg niet naar recht kan worden vastgesteld of dit verslag werd opgesteld door een bevoegd persoon. Vervolgens betwistte verweerder bij bezwaarschrift van 7 mei 2017 de regelmatigheid van de opgelegde geldboete die immers gesteund was op een onregelmatig verslag. Het bezwaar werd bij beslissing van 6 juli 2017 door de beboetingsambtenaar ongegrond verklaard omdat het decreet niet voorschrijft dat een kopie van het verslag van vaststelling moet ondertekend zijn, dit verslag op aantoonbare wijze werd opgesteld door mevrouw W. J. en dit op een unieke wijze die aan haar persoon verbonden is zodat over de identiteit van de vaststeller geen enkele discussie kan bestaan, er te allen tijde inzage kon genomen worden van het ondertekend origineel verslag van vaststelling, en de administratieve geldboete elektronisch werd ondertekend door de beboetingsambtenaar niettegenstaande het decreet geen ondertekening voorschrijft. Tegen deze beslissing stelde verweerder beroep in bij de politierechtbank die ter zake gehouden is tot een wettigheidscontrole. De politierechtbank oordeelt met betrekking tot het verslag van vaststelling dat de handtekening een substantiële vormvoorwaarde is die bewijst dat het stuk uitgaat van de bevoegde ambtenaar, zo niet kan de rechtbank niet achterhalen van wie het document uitgaat en of die wel de bevoegdheid had het document op te stellen. De beboetingsambtenaar kan, aldus de politierechter, de procedure pas starten indien voldaan is aan de authenticiteitsgarantie voor wat betreft de vaststelling en de vaststeller. Vaststellingen die via de handheld door de vaststeller aan de GAS-ambtenaar worden overgemaakt zonder (digitale) handtekening hebben geen garantie van authenticiteit. De rechtbank verklaart op die gronden het beroep ontvankelijk en gegrond en vernietigt de beslissing van de beboetingsambtenaar. Eiseres voert tegen het vonnis van 15 maart 2018 van de politierechtbank te Antwerpen en het hierop volgend vonnis van 17 mei 2018 van dezelfde rechtbank dat enkel statueerde over de rechtsplegingsvergoeding één middel aan bestaande uit zeven onderdelen.
  2. Bespreking De voorliggende zaak betreft de toepassing van het decreet van 27 november 2015 betreffende de Lage Emissie Zones in zijn versie vóór de wijziging ervan bij decreet van 3 mei
  3. 2.
  4. Krachtens artikel 7 van de ter zake toepasselijke versie van dit decreet gebeurt de toepassing van en het toezicht op de LEZ-reglementering, alsook de vaststelling van overtredingen van die reglementering, aan de hand van nummerplaatherkenning, al dan niet met automatisch werkende toestellen. Op basis van de vaststelling die vanuit de automatisch werkende toestellen naar de LEZ-toezichthouders worden doorgestuurd en/of van de eventuele gegevens die door de LEZ-toezichthouders manueel worden verzameld stelt de toezichthouder een verslag van vaststelling op waarvan krachtens artikel 8, § 1, vierde en vijfde lid binnen de vijftien dagen na opstelling kopie ter kennisgeving wordt bezorgd aan de titularis van de nummerplaat die tot bewijs van het tegendeel wordt vermoed de bestuurder van het voertuig te zijn. Voor zover de gemeente met toepassing van artikel 10 administratieve geldboeten bepaalt, wordt eveneens binnen de vijftien dagen een kopie van dat verslag bezorgd aan de beboetingsambtenaar. De door de gemeente als toezichthouder aangewezen personeelsleden kunnen krachtens artikel 8, § 2 alleen toezicht uitoefenen en vaststellingen verrichten indien zij beëdigd zijn. Zij kunnen in die hoedanigheid overtredingen op de LEZ-reglementering opnemen in een verslag van vaststelling waarvan met betrekking tot de vorm en de inhoud waaraan dit verslag moet voldoen niets in het decreet wordt bepaald. Bij wijzigingsdecreet van 3 mei 2019 werd weliswaar in artikel 8, § 1, 3° laatste lid voorzien dat met betrekking tot de vorm en de inhoud de Vlaamse regering nadere regels kan bepalen, maar dergelijk uitvoeringsbesluit bestaat tot op heden niet. Evenmin voorziet het decreet in een sanctie ingeval van afwezigheid van een handtekening in het verslag van vaststelling. In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet werd uitdrukkelijk opgenomen dat de gemeenten de bevoegdheid krijgen om overtredingen op de LEZ reglementering te sanctioneren met een administratieve geldboete en die overtredingen uit het strafrecht gehaald worden
(1). In het oorspronkelijk voorontwerp van decreet was deze strafrechtelijke vervolging wel nog voorzien en werd de verplichting opgelegd de overtreding vast te leggen door middel van een proces-verbaal van de toezichthouder dat bewijswaarde had tot bewijs van het tegendeel. In zijn advies wees de Raad van State evenwel op wettelijke moeilijkheden in verband met deze strafrechtelijke handhaving
(2). Een toepassing van artikel 29, § 2 van de Wegverkeerswet is er, conform het advies van de Raad van State immers niet, omdat een Lage Emissie Zone er niet is in het kader van de verkeerswetgeving om vlot verkeer te creëren maar wel in het belang van het leefmilieu, namelijk de verbetering van de luchtkwaliteit
(3). Bij decreet van 27 november 2015 werd, wat het Vlaams gewest betreft, een bepaling toegevoegd aan artikel 29, § 2 van de Wegverkeerswet op grond waarvan de overtreding van verkeersreglementen die betrekking hebben op een lage-emissiezone niet strafrechtelijk worden bestraft. Strafrechtelijke vervolging en sanctionering van overtreders van LEZ-reglementering is dus uitgesloten
(4).De gemeente kan evenmin beroep doen op de GAS wetgeving gezien de leefmilieumaterie een gewestelijke aangelegenheid is. Het decreet sluit evenwel wat de principes betreft zo nauw mogelijk aan bij de GAS-wet. De Vlaamse decreetgever heeft dus ingezet op bestuurlijke beboeting en daartoe een geheel eigen bestuurlijk beboetingsstelsel uitgewerkt
(5). 2.2. Uit de vaststellingen van de politierechter blijkt dat te dezen geen papieren vaststellingsverslag werd afgeleverd of bewaard en de vaststelling elektronisch werd opgemaakt door middel van een handheld en meteen elektronisch werd doorgestuurd naar de GAS-beboetingsambtenaar die alsdan beschikt over een print uit een softwareprogramma met melding van datum, plaats en uur van vaststelling, beschrijving van het vastgestelde feit, de bepaling van het gemeentereglement LEZ Antwerpen, inzonderheid de toepassing van artikel 2.3 waarin het voertuig als niet toegelaten voertuig wordt omschreven, naam voornaam en adres van de houder van de nummerplaat, merk en nummerplaat van het voertuig, naam en voornaam van de opsteller van de vaststellingsakte maar niet haar functie. Krachtens artikel 10, § 3 werd binnen de vijftien dagen na ontvangst, van dit verslag van vaststelling, te weten dezelfde print uit het softwareprogramma, door de beboetingsambtenaar per aangetekende brief kopie overgemaakt aan de overtreder met vermelding van het bedrag van de administratieve boete. De politierechter stelt vast dat er een gepersonaliseerde toegang van de handheld via inloggegevens bestaat, wat, aldus de beboetingsambtenaar, maakt dat het verslag op aantoonbare wijze is opgesteld door de toezichthouder en dit op een unieke wijze die aan haar persoon is verbonden zodat geen discussie kan bestaan over de identiteit van de vaststeller. De omstandigheid dat dit elektronisch verslag van vaststelling niet de handtekening bevat van de toezichthouder, als dit al als een onregelmatigheid zou kunnen aangemerkt worden, heeft dan mijns inziens geenszins tot gevolg dat de beboetingsambtenaar met de inhoud van het verslag, waarvoor het decreet geen regels omtrent vorm en inhoud voorschrijft, geen rekening kan houden bij het beoordelen van de hem voorgelegde feiten en het in functie daarvan beslissen over een eventuele administratieve geldboete. Het verslag van vaststelling wordt immers, met of zonder handtekening; geacht enkel informatieve waarde te hebben
(6). De vaststellingen opgenomen in zulk verslag gelden derhalve (slechts) als loutere inlichting, waarvan de bewijswaarde vrij kan worden beoordeeld
(7). Het vereisen van een authentieke handtekening bij gebrek waarvan de vaststellingen van nul en generlei waarde zijn en waarbij dus principieel en definitief elke bewijskracht wordt ontzegd aan het verslag van vaststelling, zonder ter zake enig verder onderzoek te doen naar de feiten (die trouwens op zich niet werden betwist) lijkt mij in die context vanwege de politierechter een te formalistische reactie te zijn die een vlotte vaststelling van overtredingen tegengaat. De Raad van State oordeelt weliswaar dat een beslissing moet worden ondertekend omdat de handtekening toelaat om na te gaan wie de werkelijke auteur is van de beslissing en of de beslissing kan worden toegeschreven aan een bevoegd orgaan
(8)maar deze rechtspraak lijkt mij niet zomaar te transponeren gezien het verslag van vaststelling op zich geen beslissing is die rechtsgevolgen teweeg brengt. De uiteindelijke beoordelingsbevoegdheid ligt bij de beboetingsambtenaar. Hij neemt de beslissing die de overtreder raakt. Bovendien wordt in de zienswijze van de politierechter een strengere houding aangenomen in het kader van een bestuurlijke handhaving dan de decreetgever voor ogen had bij de aanvankelijke strafrechtelijke handhaving, niettegenstaande die bestuurlijke handhaving ondergeschikt werd geacht aan de strafrechtelijke bestraffing
(9). Zoals vermeld werd de overtreding in dat geval vastgelegd door de toezichthouder in een proces-verbaal dat bewijswaarde had tot bewijs van het tegendeel. Uit de vaste rechtspraak van Uw Hof volgt in die context dat het gebrek aan ondertekening van het proces-verbaal, als dit niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven, tot gevolg heeft dat het stuk geldt als inlichting
(10)en dit niet tot gevolg heeft dat met de inhoud van het proces-verbaal geen rekening mag worden gehouden bij de beoordeling van de feiten
(11). Het eerste onderdeel komt in die omstandigheden gegrond voor. 2.3. Mocht het Hof niet van deze stelling overtuigd zijn dient er op gewezen te worden dat de politierechter mijns inziens alleszins de bewijskracht miskent van het verslag van vaststelling. Zij oordeelt immers dat het verslag van vaststelling niet werd ondertekend door de ambtenaar die de vaststellingen heeft gedaan terwijl uit de inventaris bij de synthesebesluiten van eiseres wel degelijk het bestaan van een ondertekend origineel verslag blijkt. Het derde onderdeel dat schending van de bewijskracht van dit stuk aanvoert komt gegrond voor. Conclusie: vernietiging met verwijzing. _________________________
(1)Vlaams parlement, Ontwerp van decreet, 2014-2015, 454, 12-13.
(2)Vlaams parlement, Ontwerp van decreet, 2014-2015, 454, 12-13.
(3)Vlaams parlement, Ontwerp van decreet, 2014-2015, 454, 12.
(4)R. MEEUS, De gemeenten en lage-emissiezones, T.Gem., 2016/4, p. 250.
(5)R. MEEUS, De gemeenten en lage-emissiezones, T.Gem., 2016/4, p. 250.
(6)E. VAN GOOL, De GAS-procedure, Rechtsbescherming bij Gemeentelijke Administratieve Sancties, Larcier, 2019, p. 84.
(7)Cass. 8 december 2011, AR C.10.0521.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111208.3, AC 2011, nr. 676, met concl. van advocaat-generaal DUBRULLE.
(8)R.v.St. nr. 207.406 van 17 september 2010 en R.v.St. nr. 193.106 van 8 mei 2009.
(9)Vlaams parlement, Ontwerp van decreet, Advies R.v.St., 2014-2015, 454, 112.
(10)Cass.17 oktober 2006, AR P.06.0860.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061017.5-P.06.0829.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061017.5, AC 2006, nr. 492.
(11)Cass.14 maart 2017, AR P.15.0796.N, arrest niet gepubliceerd. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061017.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111208.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.