← België

VLAAMS GEWEST'c. GROM Groen-en omgevingswerken

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 02 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210402.1N.2 Rolnummer: F.20.0002.N Zaak: VLAAMS GEWEST'c. GROM Groen-en omgevingswerken Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2023-01-31 Raadplegingen: 557 - laatst gezien 2026-06-18 15:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210402.1N.2 Fiches 1 - 2 In geval van herhaalde overtredingen op de kilometerheffing, binnen de grenzen bepaald in artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, VCF, kan voor dezelfde overtreding een nieuwe sanctie worden opgelegd, ook wanneer de overtreder geen kennis heeft van de eerste overtreding, maar het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboete voor dezelfde overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: Kilometerheffing - Herhaalde overtredingen - Nieuwe sanctie voor dezelfde overtreding - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 3.18.0.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Vrije woorden: Kilometerheffing - Herhaalde overtredingen - Nieuwe sanctie voor dezelfde overtreding - Mildering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 3.18.0.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de conclusie F.20.0002.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: 1. Situering Verweerster, een onderneming actief in groen- en omgevingswerken beschikt over een wagenpark met onder meer een kleine vrachtwagen Iveco. Op 15 september 2016
(2x), 27 september 2016, 28 september 2016
(2x), 4 oktober 2016 en 7 oktober 2016 werd met betrekking tot deze vrachtwagen vastgesteld dat geen dienstverleningsovereenkomst was afgesloten en de vrachtwagen niet was uitgerust met een elektronische registratievoorziening voor de registratie van het aantal kilometers inzake de kilometerheffing. De Vlaamse Belastingdienst verzond naar verweerster zeven processen-verbaal waarin telkens werd verzocht om een geldboete van 1.000 euro te betalen. Op 11 oktober 2016 richtte verweerster met betrekking tot de eerste 6 processen-verbaal een brief aan de Vlaamse Belastingdienst waarin ze o.a. stelde dat ze de eerste processen-verbaal pas ontving op 5 oktober 2016 en dat zij totaal onwetend was dat de kleine vrachtwagen onder de kilometerheffing viel. Verweerster verzocht de belastingdienst om de administratieve geldboeten te verminderen. Met een brief van 21 november 2016 deelde de belastingdienst aan verweerster mee dat de boeten terecht waren uitgeschreven omdat het voertuig van verweerster onder het toepassingsgebied van de kilometerheffing valt en hiervoor geen kilometerheffing was betaald. Het gerechtelijk verhaal tegen deze administratieve beslissing leidde tot een arrest van het hof van beroep te Gent dd. 21 mei 2019 waarbij de opgelegde administratieve boete voor de overtreding begaan op 15 september 2016 zoals vastgesteld in het proces-verbaal dd. 16 september 2016 in toepassing van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1 VCF tot 800 euro werd verminderd en de overige administratieve boeten nietig werden verklaard. Eiser komt op tegen dit arrest met één middel tot cassatie. 2. Bespreking van het enig middel (...) TWEEDE ONDERDEEL Eerste subonderdeel 2.3. In het eerste subonderdeel wordt aangevoerd dat de appelrechters artikel 3.18.0.01, § 4/1, lid 3 VCF schenden door
(1)te oordelen dat de overtreder voor de tweede (zelfde) overtreding slechts strafwaardig is in zoverre hij kennis heeft van de eerste (zelfde) overtreding en dat bij gebreke van enig gegeven met betrekking tot de juiste datum van de verzending en de kennisgeving van de eerste overtreding, de belastingdienst niet gemachtigd was om nadien voor dezelfde overtredingen en hetzelfde voertuig bijkomende administratieve boeten op te leggen en
(2)op die grond de overige boeten nietig te verklaren. De zinsnede in zoverre een administratieve boete werd opgelegd voor de eerste overtreding houdt volgens eiser niet in dat deze boete ook ter kennis werd gebracht van de overtreder. Nergens wordt dit vereist in de toepasselijke bepalingen. Door aldus te oordelen zouden de appelrechters aan voormelde bepaling van de VCF een voorwaarde toevoegen en zodoende deze bepaling schenden. 2.
  1. De appelrechters stellen met betrekking tot de administratieve boeten voor de overtredingen begaan op 15 september 2016 (pv nr. 167/1026/04763 van 19 september 2016) en voor de overtreding op 28 september 2016 (pv nr. 167/1026/54879 van 30 september 2016) vast en oordelen dat: • overeenkomstig punt B van de nieuwe tabel voorzien in artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, lid 4, VCF, zoals ingevoegd door artikel 97, 2°, Decreet van 22 december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018, de boete 800 euro bedraagt indien er geen elektronische registratievoorziening voor België aan boord is van of er geen dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor het betrokken voertuig, hetgeen eiser zelf aangeeft; • de toepassing van de milderere strafwet inhoudt dat slechts één administratieve boete kan worden opgelegd voor het totaal van de overtredingen die gepleegd zijn met hetzelfde voertuig en vastgesteld zijn op dezelfde kalenderdag en aangezien zowel op 15 september 2016 als op 28 september 2016 tweemaal dezelfde overtreding is vastgesteld, voor deze twee dagen in toepassing van de mildere strafwet slechts één geldboete van 800 euro kan worden opgelegd. In zoverre het subonderdeel er van uitgaat dat de appelrechters de administratieve boete voor de overtreding op 15 september 2016 (pv nr. 167/1026/04763 van 19 september 2016) en de administratieve boete voor de overtreding op 28 september 2016 (pv nr. 167/1026/54879 van 30 september 2016) hebben vernietigd op grond van de overweging dat de overtreder voor de tweede zelfde overtreding slechts strafwaardig is in zoverre hij kennis heeft van de eerste zelfde overtreding en dat, bij gebreke van enig gegeven met betrekking tot de juiste datum van de verzending en de kennisgeving van de eerste overtreding door de overtreder, de belastingdienst niet gemachtigd was om nadien voor dezelfde overtredingen en hetzelfde voertuig bijkomende administratieve boeten op te leggen, berust het m.i. op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag. 2.
  2. Uitgangspunt bij de interpretatie van fiscale regelgeving is dat zij strikt moet worden geïnterpreteerd, zij het dat het beginsel van strikte interpretatie er niet aan in de weg staat dat een specifieke bepaling wordt geïnterpreteerd rekening houdend met de betekenis welke uit de gezamenlijke bepalingen van deze wet blijkt
(1). Artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, lid 3 VCF bepaalt dat onverminderd de toepassing van het tweede lid, er geen administratieve geldboete wordt opgelegd voor iedere overtreding die werd begaan binnen een ononderbroken tijdvak van drie uren vanaf de vaststelling van een eerdere overtreding op de bepalingen van deze codex en de uitvoeringsbesluiten ervan of van de wetgeving van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waalse Gewest met betrekking tot de kilometerheffing, in zoverre de betrokken overtredingen werden begaan met hetzelfde voertuig en in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerst begane overtreding. Uit de tekst van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, lid 3 VCF blijkt derhalve niet uitdrukkelijk dat de overtreder in kennis moet worden gesteld van de eerste overtreding, opdat hij opnieuw zou kunnen worden beboet voor een tweede overtreding. In tegenstelling tot wat de appelrechters argumenteren, volgt zulks m.i. niet uit het gebruik van de bewoordingen in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerste begane overtreding. Ik treed de stelling van eiser bij, ontwikkeld in de toelichting van voorziening, dat met de zinsnede in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerst begane overtreding wordt bedoeld dat wanneer er bv. in het Waals Gewest een boete werd opgelegd wegens een eerste overtreding er binnen de drie uren geen boete mag worden opgelegd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Vlaams Gewest. Er wordt geenszins bedoeld dat die eerste boete reeds ter kennis moet zijn gebracht aan de overtreder alvorens er een volgende boete kan opgelegd worden. Het is dus wél mogelijk dat in het Waals Gewest een boete wordt opgelegd en dezelfde dag ook in het Vlaams Gewest als er meer dan drie uren verstreken zijn tussen de eerste overtreding en de tweede overtreding. Een contextuele interpretatie van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1 VCF noopt tot eenzelfde analyse. Het laatste lid van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1 VCF bepaalt dat het bevoegde personeelslid de administratieve geldboete, vermeld in het vierde lid, voor hetzelfde type van overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne kan verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde. Daaruit volgt m.i. ontegensprekelijk dat een boete voor een tweede overtreding kan worden opgelegd, ook wanneer de overtreder niet van de eerste overtreding op de hoogte werd gebracht. Anders zou het laatste lid van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1 VCF wellicht geen zin hebben. De appelrechters die de administratieve boeten voor de overtreding begaan op 27 september 2016 (pv nr. 167/1026/48516 van 29 september 2016), 28 september 2016 (pv nr. 167/1026/54778 van 30 september 2016), 3 oktober 2016 (pv nr. 167/1026/80343 van 4 oktober 2016) en 4 oktober 2016 (pv nr. 167/1027/18032 van 7 oktober 2016) nietig verklaren bij gebrek aan bewijs van de voorafgaande kennisgeving van de eerste administratieve boete, verantwoorden m.i. hun beslissing niet naar recht. Het subonderdeel komt mij in zoverre gegrond voor. De overige grieven kunnen m.i. niet tot een ruimere cassatie leiden. 3. Besluit: Vernietiging van het bestreden arrest in zoverre het de administratieve boeten voor de overtredingen begaan op 27 september 2016, 28 september 2016, 3 oktober 2016, 4 oktober 2016 nietig verklaart. ____________________
(1)Zie Cass. 16 mei 1975, ECLI:BE:CASS:1975:ARR.19750516.12. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210402.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210402.1N.2 citeert: ECLI:BE:CASS:1975:ARR.19750516.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.