← België

ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210504.2N.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 mei 2021 ECLI

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Artt. 76, eerste en tweede lid, en 683, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Vrije woorden: Klacht met burgerlijke partijstelling namens de overgenomen vennootschap vóór de openbaarmaking van de akte van overname - Tegenstelbaarheid van de overname aan de onderzoeksrechter en aan personen tegen wie de vennootschap klacht indient - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Artt. 76, eerste en tweede lid, en 683, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Klacht met burgerlijke partijstelling namens de overgenomen vennootschap vóór de openbaarmaking van de akte van overname - Tegenstelbaarheid van de overname aan de onderzoeksrechter en aan personen tegen wie de vennootschap klacht indient - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Artt. 76, eerste en tweede lid, en 683, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Nota: Artt. 76, eerste en tweede lid, en 683, eerste lid Wetboek van Vennootschappen, van toepassing vóór de inwerkingtreding van de Wet van 23 maart 2019 Fiche 6 De betrouwbaarheid van een bewijselement behoort tot de beoordeling van de bewijswaarde ervan; daarover kan enkel de vonnisrechter zich uitspreken. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Vrije woorden: Onregelmatige klacht met burgerlijke partijstelling - Zuivering van nietigheden - Criterium van de betrouwbaarheid van het bewijs - Grens Fiches 7 - 10 De regel van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering geldt voor alle onregelmatigheden, ook al houden zij een inbreuk in op een regel van rechterlijke organisatie

(1); er bestaat geen op straffe van nietigheid voorgeschreven verbod voor de onderzoeksrechter om feiten te onderzoeken waarvoor hij niet is gelast met een ontvankelijke akte; hieruit volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling die uitspraak doet op grond van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, een bewijselement opgeleverd door een onderzoeksdaad voor feiten waarvoor de onderzoeksrechter niet regelmatig was gelast door een ontvankelijke klacht met burgerlijke partijstelling, enkel nietig kan verklaren en als bewijs uitsluiten wanneer zij oordeelt dat het gebruik van dat bewijselement het recht op een eerlijk proces miskent
(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Vrije woorden: Onregelmatige klacht met burgerlijke partijstelling - Uitsluiten van bewijsgegevens verzameld na de klacht - Recht op een eerlijk proces - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 131

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 235bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Regelmatigheid van de procedure - Onregelmatige klacht met burgerlijke partijstelling - Uitsluiten van bewijsgegevens verzameld na de klacht - Recht op een eerlijk proces - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 131

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 235bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Onregelmatige klacht met burgerlijke partijstelling - Uitsluiten van bewijsgegevens verzameld na de klacht - Recht op een eerlijk proces - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 131

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 235bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Onregelmatige klacht met burgerlijke partijstelling - Uitsluiten van bewijsgegevens verzameld na de klacht - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek

Art. 63

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 131

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 235bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de conclusie P.20.1325.N Advocaat-generaal Bart DE SMET heeft in hoofdzaak gezegd: "De regelmatigheid van bewijsgegevens bekomen tijdens een gerechtelijk onderzoek na een niet-ontvankelijke klacht met burgerlijke partijstelling" 1. Het bestreden arrest verklaarde de klacht met burgerlijke partijstelling uitgaande van DEM ASS NV van 30 mei 2013 tegen de verweerders niet- ontvankelijk

(1). Negen dagen vóór deze klacht was de firma rechtsgeldig overgenomen door eiseres AXA BELGIUM NV
(2).
  1. Mij komt voor dat de appelrechters mochten beslissen dat op moment van de klacht met burgerlijke partijstelling DEM ASS NV niet meer bestond, de advocaat die deze rechtshandeling stelde geen mandaat van die vennootschap had.
  2. Artikel 682, 3e lid Wetboek van Vennootschappen, toepasselijk op moment van de klacht
(3), stelt dat bij fusie het vermogen, de rechten en verplichtingen van de ontbonden vennootschap overgaan op de verkrijgende vennootschap. De overgenomen vennootschap houdt dan op te bestaan. De samensmelting ontstaat wanneer de algemene vergaderingen van beide vennootschappen de fusiebesluiten aanvaarden
(4). 4. Het feit dat de opdracht van de overgenomen vennootschap aan haar advocaat om klacht in te dienen dateert van voor de fusie
(5), lijkt mij niet van belang voor de beoordeling van de regelmatigheid van deze klacht. Ingevolge vermelde bepaling ging deze lastgeving van rechtswege over op de verkrijgende vennootschap AXA BELGIUM NV. 5. De klacht met burgerlijke partijstelling ging dus uit van een ontbonden en niet-bestaande vennootschap. De latere klachtbevestiging door eiseres AXA BELGIUM NV bij de politie kan deze onregelmatigheid niet ongedaan maken
(6). Het bestreden arrest is naar recht gemotiveerd. Het eerste middel, eerste onderdeel kan niet worden aangenomen.
  1. Uiteindelijk was de strafvordering deels ontvankelijk, omdat het openbaar ministerie later een gerechtelijk onderzoek heeft ingesteld voor dezelfde feiten.
  2. Uit de stukken blijkt niet dat eiseres voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft aangevoerd dat haar advocaat als een derde niet op de hoogte was van de fusie op moment van de klacht met burgerlijke partijstelling
(7). De schending van artikelen 76 en 683 Wetboek van Vennootschappen en artikel 2008 Oud Burgerlijk Wetboek wordt voor het eerst in cassatie aangevoerd. Het tweede onderdeel is nieuw en bijgevolg niet-ontvankelijk.
  1. Het derde onderdeel houdt verband met de tegenstelbaarheid van de akte van fusie aan verweerders en de onderzoeksrechter. Op moment van de klacht met burgerlijke partijstelling van de overgenomen vennootschap DEM ASS NV was de fusie met AXA BELGIUM NV nog niet in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt. Eiseres voert aan dat als derden de geldigheid van een eenzijdige rechtshandeling kunnen betwisten, voorafgaand aan de officiële kennisgeving, een vennootschap in de periode tussen fusie en bekendmaking (in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad) geen klacht met burgerlijke partijstelling meer zou kunnen indienen.
  2. Het onderdeel lijkt mij te berusten op een onjuiste interpretatie van de (oude) artikelen 76 en 683 Wetboek van Vennootschappen. Derden te goeder trouw, die met een overgenomen vennootschap hebben gehandeld, beschikken over een keuzerecht. Zij kunnen zich beroepen op akten die nog niet zijn bekend gemaakt of zij kunnen eisen dat gegevens waarvan publicatie is voorgeschreven, zoals een akte van fusie, hen niet tegenstelbaar zijn
(8). Deze laatste optie valt evenwel weg als de vennootschap aantoont dat de derde wel kennis had van de fusie nog voor de officiële bekendmaking ervan (oud artt. 76 en 683 W. Venn.)
(9). 10. Deze regels over rechtsbescherming zijn echter gericht op derden die vrijwillig hebben gehandeld met de vennootschap, in een contractuele relatie. Het Hof oordeelde op 2 september 2016: "Derden in de zin van deze wetsbepaling zijn zij die met de vennootschap wegens haar bestaan gehandeld hebben. Deze wetsbepaling beschermt immers de derden die met de vennootschap of met haar organen plegen te handelen en voor wie de openbaar te maken akten om die reden relevant zijn. Derden die op de vennootschap een vordering uit onrechtmatige daad of uit kracht van de wet hebben, zijn geen door deze bepaling beschermde derden"
(10).
  1. De rechtsband tussen de overgenomen vennootschap DEM ASS NV en verweerders steunt op een beweerde onrechtmatige daad, buitencontractuele aansprakelijkheid. Ook de onderzoeksrechter en de onderzoeksgerechten zijn niet te beschouwen als derden in de zin van oud art. 76 W. Venn. In zoverre het derde onderdeel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht.
  2. Voor het geval verweerders toch ‘derden' zouden zijn, verleent oud art. 76 W. Venn. hen het recht zich te beroepen op een akte van fusie die nog niet officieel bekend is gemaakt. Daaruit volgt nog niet dat een overgenomen vennootschap in de periode vóór bekendmaking van de fusie (oud art. 683 W. Venn.) geen geldige klacht met burgerlijke partijstelling zou kunnen uitbrengen. De overgenomen vennootschap kan immers de fusie meedelen aan de personen waartegen zij deze klacht uitbrengt, om op die manier de fusie aan hen tegenstelbaar te maken. Verder heeft oud. artikel 683 W. Venn. alleen als doel de fusie tegenwerkelijk te maken aan derden, zodat deze zich vanaf publicatie niet meer kunnen beroepen op onwetendheid over de fusie. Zoals de appelrechters aangeven, vindt de fusie plaats op moment van aanvaarding van de fusiebesluiten door beide vennootschappen en is de fusie als rechtshandeling dus niet opgeschort tot aan de publicatie van deze besluiten (blz. 21). Ook in de visie van verweerders als ‘derden' faalt het onderdeel naar recht.
  3. Het bestreden arrest geeft correct aan dat de klacht met burgerlijke partijstelling uitgaande van DEM ASS NV is ingesteld op een moment dat deze vennootschap wegens fusie niet meer bestond, en bijgevolg niet-ontvankelijk is. Aangezien DEM ASS NV niet de hoedanigheid heeft van burgerlijke partij, kan eiseres als haar rechtsopvolger evenmin rechten van een burgerlijke partij uitoefenen, zoals het aantekenen van hoger beroep tegen een beschikking van de raadkamer (artt. 63 en 135 § 1 Sv.). De beslissing het hoger beroep van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren is naar recht verantwoord. Het tweede middel kan niet worden aangenomen.
  4. Het derde middel komt op tegen de beslissing om bewijsgegevens nietig te verklaren verkregen na de klacht met burgerlijke partijstelling (30 mei 2013). Daarbij werd ook bewijsinformatie nietig verklaard van na de inleidende vordering van het openbaar ministerie (20 maart 2019), omdat deze informatie steunde op nietige onderzoeksdaden van vóór die vordering, en die nietigheid te maken had met de niet-ontvankelijke klacht met burgerlijke partijstelling.
  5. De regels over de saisine van de onderzoeksrechter en de klacht met burgerlijke partijstelling zijn niet op straffe van nietigheid voorgeschreven (artt. 63 en 66 Sv.). Een onontvankelijke klacht met burgerlijke partijstelling brengt de strafvordering niet op gang, maakt de zaak niet aanhangig bij de onderzoeksrechter
(11). Daaruit volgt echter niet dat het onderzoeksgerecht verplicht is alle door de onderzoeksrechter bevolen onderzoeksopdrachten nietig te verklaren of de strafvordering niet-ontvankelijk te verklaren. 16. Overeenkomstig art. 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, dat ook geldt voor regels over rechterlijke organisatie en de saisine van de onderzoeksrechter
(12), is bij miskenning van een voorschrift dat niet op straffe van nietigheid de sanctie van nietigheid alleen verantwoord als de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs of het recht op een eerlijk proces aantast. Miskenning van regels over het opstarten van een gerechtelijk onderzoek leidt dus niet automatisch tot uitsluiting van de bekomen bewijsgegevens à charge
(13). 17. Het bestreden arrest gaat niet na of het gebruik van bewijsgegevens bekomen vóór de vordering tot gerechtelijk onderzoek van de procureur des Konings, en de daaruit voortvloeiende bewijselementen, het recht op een eerlijk proces miskent. Het oordeelt allen, op basis van art. 235bis § 6 Wetboek van Strafvordering, dat er ‘ontegensprekelijk grond' is om de nietigheid uit te spreken van de onderzoeksdaden gesteld voorafgaand aan de vordering van het openbaar ministerie en van de erna gestelde handelingen die volledig voortvloeien uit de resultaten van het nietige onderzoek
(14). Het derde middel is dan ook gegrond.
  1. Het vierde middel over de rechtsplegingsvergoeding behoeft geen antwoord.
  2. Mijn advies is cassatie met verwijzing van de zaak op grond van het derde middel en verwerping van het eerste en tweede middel. ____________________________
(1)Met dank aan Mevr. Sanne Jansen, referendaris bij het Hof, voor haar studie en aangeleverde documentatie.
(2)Het bestreden arrest stelt vast (blz. 20) dat uit een notariële akte van 21 mei 2013 blijkt dat door de algemene vergadering van zowel DEM ASS NV als AXA BELGIUM NV werd besloten dat het gehele vermogen van NV DEM ASS, met alle rechten en verplichtingen, overgaat naar NV AXA BELGIUM. De notariële akte werd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 10 juni 2013 gepubliceerd.
(3)Vermelde bepaling is opgeheven door art. 34 Wet van 23 maart 2019 (BS 4 april 2019), met ingang op 1 mei 2019.
(4)K. BYTTEBIER, Handboek fusies en overnames, Intersentia, 2012, 96-98 en 132-138.
(5)Eiseres meldt in haar memorie (p. 9) dat de klachtbrief van NV DEM ASS aan de onderzoeksrechter dateert van 13 mei 2013.
(6)Cass. 12 november 2013, AR P.13.0976.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131112.6, AC 2013, nr. 599, NC 2014, 213.
(7)Op p. 36 beroepsbesluiten van eiseres over art. 683 oud W. Venn. Is alleen vermeld dat NV DEM ASS "rechtsgeldig de beslissing heeft genomen om de klacht neer te leggen en daartoe een mandaat heeft gegeven aan haar raadslieden waarbij op datum van neerlegging van de klacht deze klacht niet namens AXA op een aan derden (waaronder de onderzoeksrechter en de inverdenkinggestelden, verweerders in cassatie) tegenstelbare wijze kon worden neergelegd nu de fusie door overneming nog niet in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad was bekend gemaakt.
(8)K. GEENS en M. WYCKAERT, Verenigingen en vennootschappen II, Algemeen Deel, Kluwer, 2011, 382; K. BYTTEBIER, Handboek fusies en overnames, Intersentia, 2012, 116; D. VAN GERVEN, Handboek vennootschappen. Algemeen deel, Larcier, 2020, 1388.
(9)S. RUTTEN, Art. 76 W. Venn., in Vennootschappen en verenigingen. Artikelsgewijze commentaar van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, 2003, p. 2; K. BYTTEBIER, Handboek fusies en overnames, Intersentia, 2012, 117; D. VAN GERVEN, Handboek vennootschappen. Algemeen deel, Larcier, 2020, 515.
(10)Cass. 2 september 2016, AR F.15.0104.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160902.7, AC 2016, nr. 453, met concl. van advocaat generaal D. THIJS. Zie J. RONSE, De vennootschapswetgeving 1973, Story-Scientia, 1973, 21; S. RUTTEN, Art. 76 W. Venn., in Vennootschappen en verenigingen. Artikelsgewijze commentaar van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, 2003, 3; K. GEENS en M. WYCKAERT, Verenigingen en vennootschappen II, Algemeen Deel, Kluwer, 2011, 383; D. VAN GERVEN, Handboek vennootschappen. Algemeen deel, Larcier, 2020, 511.
(11)Cass. 3 april 2007, AR P.07.0041.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.3, AC 2007, nr. 168. Zie R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 264.
(12)Cass. 12 december 2018, AR P.18.1240.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181212.4, AC 2018, nr. 707, met concl. van advocaat generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; Cass. 29 mei 2018, AR P.17.0762.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180529.2, AC 2018, nr. 340, Cass. 23 september 2015, AR P.14.0238.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150923.4, AC 2015, nr. 546, met concl. van advocaat generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas., JLMB 2016, 762 noot M.A. BEERNAERT; Cass. 19 mei 2015, AR P.14.0921.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150519.1, AC 2015, nr. 322, T. Strafr. 2015, 261 noot T. DECAIGNY; Cass. 10 juni 2014, P.14.0282.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140610.4, AC 2014, nr. 413, RW 2014-15, 1190 noot A. DE NAUW. Over de uitsluitingsregel van art. 32 V.T. Sv. Zie J. de CODT, La nouvelle loi sur les nullités: un texte inutile?, R.D.P. 2014, 245-266; F. LUGENTZ, La sanction de l'irrégularité de la preuve en matière pénale après la loi du 24 octobre 2013, JT 2015, 185-195; F. GOOSSENS, De Antigoonwet van 24 oktober 2013: we drinken een glas, ...en alles blijft zoals het was, of toch niet?, in Na rijp beraad. Liber amicorum Michel Rozie, Intersentia, 2014, 213-232; T. DECAIGNY, De stille evolutie inzake de uitsluiting van onbetrouwbaar bewijs, T. Strafr. 2015, 167-172; B. REYNAERTS, De sanctionering van het onrechtmatig verkregen bewijs voor de vonnisgerechten, NC 2013, dossier april 2013, 94-126; F. LUGENTZ, Les effets de l'irrégularité de la preuve dans la procédure pénale. Trois ans d'application de la loi du 24 octobre 2013, JT 2017, 61-68; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2019, 1366-1377; J. VAN DONINCK, Het lot van het onrechtmatig bewijs: een grondslagenonderzoek, RW 2020-21, 1283-1308; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 1345-1365.
(13)In die zin J. de CODT, Na nouvelle loi sur les nullités: un texte inutile?, R.D.P. 2014, 262-264; S. VAN OVERBEKE, Het recht van verdediging: de verdediging van het onrecht?, in De Wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Intersentia, 2010, 559-562; D. VANDERMEERSCH, conclusie in de zaak Cass. 12 december 2018, AR P.18.1240.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181212.4, AC 2018, nr. 707, p. 3, op datum in Pas.; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021, 1361-1362; Contra: F. LUGENTZ, L'irrégularité de la saisine du juge d'instruction et le sort des actes accomplis. Faut-il jeter le bébé avec l'eau du bain?, JT 2009, 87-89.
(14)Het bestreden arrest stelt enkel (blz. 25): Vermits het gerechtelijk onderzoek in deze zaak tot 20 maart 2019 uitsluitend werd gevoerd op basis van een niet-ontvankelijke klacht met burgerlijke partijstelling is er naar het oordeel van het hof ontegensprekelijk grond om de nietigheid uit te spreken van de in die periode verrichte onderzoekshandelingen en dit op basis van artikel 235bis § 6 van het Wetboek van Strafvordering, en verder: is er tevens aanleiding om de nietigheid vast te stellen van de onderzoekshandelingen die werden uitgevoerd ingevolge het kantschrift dd. 20 maart 2019 van de procureur des Konings. Uit de inhoud van die onderzoeksdaden ... blijkt immer dat ze volledig voortvloeien uit de resultaten van het nietige onderzoek dat werd gevoerd in de periode voor 20 maart 2019. Het bestreden arrest stelt vast dat het kantschrift tot aanvullend onderzoek van de afdelingsprocureur dd. 20 maart 2019 een afzonderlijke vordering is tot het instellen van het gerechtelijk onderzoek (blz. 24). PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210504.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210504.2N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131112.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140610.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150519.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150923.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160902.7 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180529.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181212.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.