id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.10 Rolnummer: C.20.0506.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2023-01-31 Raadplegingen: 1611 - laatst gezien 2026-06-18 20:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.10 Fiche De gebondenheid aan algemene contractvoorwaarden vereist dat de wederpartij voor of bij de contractsluiting kennis had van deze voorwaarden of ten minste de mogelijkheid had om hiervan effectief kennis te nemen en zij hiermee heeft ingestemd zodat de loutere verwijzing naar deze contractvoorwaarden voor of bij de contractsluiting daartoe, in beginsel, ontoereikend is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Toestemming Vrije woorden: Algemene contractvoorwaarden - Gebondenheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1108 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RGAR-Revue générale des assurances et des responsabilités - 2024, n° 6, p. 398-
- - MALENGREAU, Thomas; Note'Paiement de la prime d'assurance et opposabilité des conditions générales' Tekst van de conclusie C.20.0506.N Conclusie van eerste advocaat-generaal Ria Mortier:
- Feiten en procedure. Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat bvba La Maree, waarvan eiseres de zaakvoerster is, bij verweerster een verzekeringsovereenkomst onderschreef met onder andere een waarborg tegen arbeidsongeschiktheid van eiseres. Eiseres was bijgevolg de derde-begunstigde verzekerde van de verzekeringspolis. Toen twee jaar na het ingaan van deze overeenkomst bij eiseres de diagnose van ‘cervicale myelopathie' werd vastgesteld, deed zij in het kader van deze polis een aanvraag tot tussenkomst van verweerster. Deze tussenkomst werd echter door verweerster geweigerd op de grond dat de aandoening van eiseres uitgesloten is in de algemene voorwaarden. Eiseres ging over tot dagvaarding van verweerster in betaling van 41.000 euro meer interesten en tot verdere uitkering van de contractuele voorziene vergoeding tot de einddatum van de polis. De ondernemingsrechtbank te Gent, afdeling Veurne, oordeelde dat de voornoemde algemene voorwaarden gekend noch aanvaard waren door bvba La Maree en een loutere verwijzing naar de algemene voorwaarden in de bijzondere voorwaarden niet volstond. De vordering werd bijgevolg ontvankelijk en gegrond verklaard. Op het hoger beroep van verweerster werd de vordering van eiseres evenwel ongegrond verklaard nu volgens de appelrechter de bvba La Maree door het betalen van de premie wel geacht wordt kennis te hebben gekregen van de algemene voorwaarden en deze te hebben aanvaard. Tegen dit arrest van 19 maart 2020 van het hof van beroep te Gent voert eiseres één middel aan waarin zij stelt dat het feit dat de verzekeringnemer bij het sluiten van een overeenkomst kennis heeft van het bestaan van algemene voorwaarden niet volstaat om ook te besluiten dat de verzekeringnemer kennis had of kon hebben van de inhoud van de algemene voorwaarden. De verzekeraar is derhalve voorafgaand aan de contractsluiting verplicht hetzij kennis te geven van de algemene contractvoorwaarden, hetzij minstens aan de verzekeringnemer mee te delen waar of op welke wijze hij hiervan op eenvoudige wijze kan kennis nemen. Een loutere verwijzing door de verzekeraar naar het bestaan van algemene voorwaarden volstaat hiertoe niet.
- Bespreking. 2.
- De toestemming van de partij die zich verbindt is krachtens artikel 1108 (Oud) Burgerlijk wetboek een grondvoorwaarde voor de geldigheid van de overeenkomst. Deze toestemming in de overeenkomst impliceert uiteraard ook toestemming in de hierop van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Partijen moeten met andere woorden toestemmen met de omstandigheid dat hun relatie aan deze algemene voorwaarden onderworpen zal zijn
(1). De aanvaarding van algemene voorwaarden kan uitdrukkelijk of stilzwijgend gebeuren
(2). Zo kan er een stilzwijgende aanvaarding zijn als dit blijkt uit een gedraging die de wil tot aanvaarden uitdrukt. Het moet daarbij wel gaan om een omstandig stilzwijgen, met andere woorden een stilzwijgen dat niet anders kan worden uitgelegd dan een aanvaarding. Die uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding en dus toestemming vereist echter op zijn minst dat de partijen kunnen kennisnemen van de bedingen waarvoor die toestemming is vereist
(3). Zoals ook eiseres aanvoert in de voorziening, oordeelt Uw Hof dat wat de kennisname van algemene voorwaarden betreft vereist is dat er hetzij effectieve kennis van de algemene voorwaarden heeft plaatsgevonden, hetzij dat de partij de mogelijkheid heeft gehad om ervan kennis te nemen
(4). Bij toepassing van het gemeen verbintenissenrecht wordt derhalve aangenomen dat de algemene voorwaarden van een contractpartij slechts aan een wederpartij kunnen worden tegengeworpen mits aan een drievoudige voorwaarde is voldaan. De wederpartij moet
(1)daadwerkelijk kennis hebben gekregen van de algemene voorwaarden of redelijkerwijze de mogelijkheid hebben gehad om van de contractuele voorwaarden kennis te nemen,
(2)en dit in principe voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst. Bovendien moeten de algemene voorwaarden
(3)uitdrukkelijk of stilzwijgend door de wederpartij zijn aanvaard
(5). Enkel onder die voorwaarden van kennisname en aanvaarding kunnen algemene voorwaarden deel uitmaken van de contractinhoud
(6). Ook in overeenkomsten tussen ondernemingen
(7), zoals in de voorliggende zaak het geval is, worden kennisname én aanvaarding van deze algemene voorwaarden vooropgesteld
(8). 2.2. Ingeval van een effectieve mededeling of overhandiging - waarbij er geen problemen rijzen met betrekking tot de leesbaarheid en de begrijpelijkheid ervan - kan een partij niet stellen dat zij in de onmogelijkheid was om kennis te nemen van deze algemene voorwaarden
(9). In het voorliggende geval stelt de appelrechter nergens vast dat de algemene voorwaarden effectief werden overhandigd of medegedeeld. Er wordt enkel vastgesteld dat de bijzondere voorwaarden opgenomen in het verzekeringscontract verwijzen naar de desbetreffende algemene voorwaarden. De kernvraag is dan ook of dergelijke verwijzing naar algemene voorwaarden volstaat om hieruit een mogelijkheid tot kennisname te kunnen afleiden. De mogelijkheid om kennis te nemen van de algemene voorwaarden betreft een redelijke mogelijkheid. Het beoordelen van het bestaan van een redelijke mogelijkheid tot kennisname is evenwel vaak niet voor de hand liggend. Het betreft een feitenkwestie waarbij de beschikbaarheid, de zichtbaarheid en de begrijpelijkheid van de algemene voorwaarden belangrijke beoordelingscriteria zijn
(10). Meestal wordt in rechtspraak en rechtsleer vooropgesteld dat een verwijzing naar het bestaan van de algemene voorwaarden onvoldoende is opdat er sprake is van een mogelijkheid tot kennisname van de algemene voorwaarden
(11). Daarentegen wordt aanvaard dat dit wel voldoende kan zijn indien tussen ondernemingen onderling regelmatige handelsrelaties bestaan waarin deze voorwaarden worden aangewend of als er sprake is van een zeker gebruik van deze algemene voorwaarden binnen een bedrijfstak
(12). Hoewel feitenrechters er in oudere rechtspraak nog van uitgingen dat ook ondernemingen geacht worden om, van zodra ze kennis hadden van het bestaan van algemene voorwaarden, zelf op zoek te gaan naar deze algemene voorwaarden
(13)op grond van de opvatting dat een contractant niet nalatig
(14)mag zijn en zij, eens op de hoogte van het bestaan van die voorwaarden, zelf het initiatief moeten nemen om deze te bemachtigen
(15), oordeelde Uw Hof dat het feit dat een partij beroepshalve op de hoogte is van het bestaan van bepaalde algemene voorwaarden niet volstaat opdat deze voorwaarden van toepassing zijn in de overeenkomst
(16). Dit standpunt ligt in lijn met de principes van de goede trouw en precontractuele aansprakelijkheid in het verbintenissenrecht die immers tot gevolg hebben dat de wederpartij naar behoren wordt geïnformeerd over de inhoud van de algemene voorwaarden. Dit geldt ook in relaties tussen ondernemingen waar soms snel
(17)contracten worden gesloten. Met andere woorden, niet louter uit de hoedanigheid van handelaar mag zomaar het vermoeden van effectieve kennis of de mogelijkheid tot kennisname van de algemene voorwaarden worden afgeleid
(18). Het is in die zin dus niet meer dan normaal dat, wanneer een onderneming eenmalig of voor de eerste keer een bepaald contract afsluit en zich met de tegenpartij niet in een vaste handelsrelatie met routineuze contracten bevindt, de partij die de algemene voorwaarden ‘opdringt', naast een verwijzing naar de voorwaarden deze ook beschikbaar stelt voor de tegenpartij. 2.3. De rechtspraak van uw Hof met betrekking tot de kennisname van algemene voorwaarden werd in het wetsvoorstel tot hervorming van het verbintenissenrecht
(19)verankerd
(20)waar het voorgesteld artikel 5.27, eerste lid luidt: "De opname van algemene voorwaarden van een partij in het contract vereist hun effectieve kennis door de andere partij of ten minste de mogelijkheid voor deze om er effectief kennis van te nemen
(21), alsook hun aanvaarding". 2.4. Uit wat voorafgaat volgt dat contractuele voorwaarden in de regel steeds moeten worden overhandigd of ter beschikking gesteld zodat er kennis kan van worden genomen opdat zij een wederpartij kunnen verbinden. Niettemin kan er een uitzondering bestaan op deze regel wanneer de partijen regelmatige handelsrelaties onderhouden of vertrouwd zijn met de bedrijfstak waarin zulke bedingen gebruikelijk zijn. Ook wordt in bepaalde rechtsleer- naar het voorbeeld van het Nederlands recht - verdedigd dat een tweede uitzondering kan gelden indien redelijkerwijze niet van de bedinger kan worden verwacht dat hij de algemene voorwaarden spontaan overmaakt voor of tijdens de contractsluiting (wat bij voorbeeld het geval kan zijn indien dat bijzonder duur zou zijn), mits hij de vindplaats ervan meedeelt aan de tegenpartij en hij op het eerste verzoek van de tegenpartij de algemene voorwaarden alsnog toezendt
(22). 2.5. De vraag of een contractspartij kennis heeft genomen van algemene voorwaarden, dan wel redelijkerwijze van de algemene voorwaarden kennis had kunnen nemen, vereist een beoordeling in feite waarbij uw Hof nagaat of de feitenrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Uit de stukken waarop mag worden acht geslagen blijkt dat de appelrechter nergens vaststelt dat de bvba La Maree effectieve kennis had van de algemene voorwaarden. Enkel wordt vastgesteld dat bovenaan de bijzondere voorwaarden uitdrukkelijk is gemeld dat de bijzondere voorwaarden samen met de algemene voorwaarden ref. HYPO 2W 06/2009 een geheel vormen. Nergens wordt nagegaan of er een mogelijkheid tot kennisname was, hetzij via overhandiging, via raadpleging op een eenvoudige locatie of na toezending op verzoek. Evenmin wordt vastgesteld dat er tussen partijen een vaste handelsrelatie bestond waarin op een regelmatige basis verzekeringscontracten worden gesloten aan dezelfde algemene voorwaarden. Evenmin lieten de door de appelrechter vastgestelde feiten toe te oordelen dat er een onmogelijkheid was tot spontane ter handstelling van de algemene voorwaarden voor of op het ogenblik van het contracteren, maar verweerster bereid was dit op eenvoudig verzoek alsnog ter beschikking te stellen. Hieruit volgt dat de appelrechter, die zijn beslissing niet grondt op de effectieve kennis door de bvba van de algemene voorwaarden of op de mogelijkheid om hiervan effectief kennis te nemen, maar louter op de vaststelling dat de algemene voorwaarden waren vermeld op de bijzondere voorwaarden, dat ze er samen een geheel mee vormen en dat de bvba door het betalen van de premie de algemene voorwaarden heeft aanvaard en zij wordt geacht er kennis van te hebben gekregen, en dus op grond van de loutere verwijzing naar de algemene voorwaarden in de bijzondere voorwaarden oordeelt dat deze voorwaarden aan eiseres kunnen tegengesteld worden, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt. Het middel komt gegrond voor. Conclusie: Vernietiging met verwijzing. ___________________________
(1)Zie R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135.
(2)Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273; Cass. 17 oktober 1975, AC 1975, 224; Cass. 11 december 1970, AC 1970, 369.
(3)Cass. 16 september 2016, AR C.14.0424.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160916.2, AC 2016, nr. 499; Cass. 19 december 2011, AR C.10.0587.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111219.4, AC 2011, nr. 696.
(4)Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273; Zie Cass. 16 september 2016, AR C.14.0424.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160916.2, AC 2016, nr. 499; Cass. 19 december 2011, AR C.10.0587.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111219.4, AC 2011, nr. 696.
(5)Cass. 11 december 1970, Pas. 1970, I, 347; S. STIJNS, "Het aankomend verbintenissenrecht in de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie", TBBR 2018, 416-417; P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, Tome I, Introduction - Sources des obligations (première partie), Brussel, Bruylant, 2010, 501-502.
(6)S. STIJNS, "Het aankomend verbintenissenrecht in de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie", TBBR 2018, 416.
(7)Zie: Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273; R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135.
(8)Cass. 12 september 2019, AR C.18.0480.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.3, AC 2019, nr. 455; Zie L. CORNELIS, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 36; I. CLAEYS en T. TANGHE, Algemeen contractenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2021, 137; S. STIJNS, "Het aankomend verbintenissenrecht in de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie", TBBR 2018,
(406)416; P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, I, Brussel, Bruylant, 2010, 502; P. WERY, Droit des obligations, I, Brussel, Larcier, 2011, 206.
(9)R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273 ), TBBR 2019,
(134)135.
(10)R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135.
(11)Vgl.: Cass. 17 oktober 1975, AC 1975, 224; Zie met uitgebreide verwijzing naar de rechtspraak: R. KRUITHOF et al., "Overzicht van rechtspraak (1981-1992) Verbintenissen", TPR 1994,
(171)274. Zie ook: R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135, voetnoot 11; I. CLAEYS en T. TANGHE, Algemeen contractenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2021, 139; A. DE BOECK, "De tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden", TBBR 2019,
(63)67; S. STIJNS, Leerboek verbintenissenrecht, I, Brugge, die Keure, 2016, 130; P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, I, Brussel, Bruylant, 2010, 503; T. VANSWEEVELT en B. WEYTS, "De totstandkoming van de overeenkomst" in Handboek verbintenissenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2019,
(143)167.
(12)R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135, voetnoot 12; R. KRUITHOF et al., "Overzicht van rechtspraak (1981-1992) Verbintenissen", TPR 1994,
(171)274-275; S. STIJNS, "Het aankomend verbintenissenrecht in de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie", TBBR 2018,
(406)417 (spreekt dan over een omkering van deze bewijslast door een vermoeden van kennis van de algemene voorwaarden van de bedinger en van de stilzwijgende aanvaarding door de wederpartij); P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, I, Brussel, Bruylant, 2010, 505.
(13)R. BORREMAN, "Opname van algemene voorwaarden in contracten tussen ondernemingen: over de mogelijkheid tot effectieve kennisname ervan en de vermoedens van kennisname en aanvaarding" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), TBBR 2019,
(134)135, voetnoot 15.
(14)Vgl. L. CORNELIS, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 37.
(15)Zie M. BOSMANS, "Standaardbedingen", TPR 1984,
(33)44. Zie R. STEENNOT, "Beëindigings-, exoneratie- en schadebedingen bij bijzondere overeenkomsten" in Bijzondere overeenkomsten, Mechelen, Kluwer, 2008,
(525)529.
(16)Cass. 9 februari 1973, Pas. 1973, 551.
(17)Zie P. VAN OMMESLAGHE, Droit des obligations, I, Brussel, Bruylant, 2010, 503: R. KRUITHOF et al., "Overzicht van rechtspraak (1981-1992) Verbintenissen", TPR 1994,
(171)274.
(18)Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273; Zie ook P. BRULEZ, "Kennisname van algemene voorwaarden door handelaar" (noot onder Cass. 20 april 2017, AR C.16.0341.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3, AC 2017, nr. 273), NjW 2017,
(540)541.
(19)Wetsvoorstel 16 juli 2019 tot invoeging van boek 5 "Verbintenissen" in het nieuw Burgerlijk Wetboek, Parl.St. Kamer, BZ 2019, nr. 0174/001.
(20)MvT bij het Wetsvoorstel 16 juli 2019 tot invoeging van boek 5 "Verbintenissen" in het nieuw Burgerlijk Wetboek, Parl.St. Kamer, BZ 2019, nr. 0174/001, p. 31.
(21)Zie Cass. 12 september 2019, AR C.18.0480.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.3, AC 2019, nr. 455.
(22)R. STEENNOT, "Beëindigings-, exoneratie- en schadebedingen bij bijzondere overeenkomsten" in Bijzondere overeenkomsten, Mechelen, Kluwer, 2008,
(525)529. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210514.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210514.1N.10 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111219.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160916.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170420.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190912.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div