id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 Rolnummer: P.21.0266.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-07-02 Raadplegingen: 373 - laatst gezien 2026-06-18 20:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10 Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of een beklaagde ten tijde van de hem verweten feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan in de zin van artikel 71 Strafwetboek
(1); indien hij vaststelt dat een beklaagde de hem verweten feiten in een dergelijke toestand heeft gepleegd, kan hij hem niet schuldig verklaren, ongeacht of die toestand van geestesstoornis, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, door de beklaagde zelf werd veroorzaakt
(2).
(1)Cass. 18 maart 1992, AR 9723, AC 1991-92, nr. 382. Over het volledig uitschakelen van de wilsvrijheid als toepassingsvoorwaarde voor art. 71 Sw., te beoordelen door de feitenrechter, zie K. HANOUILLE, “Te gek om los te lopen of net niet? De vergeten groep van de verminderd toerekeningsvatbare daders in het Belgische strafrecht, in Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon, Maklu, 2009, 370; N. COLETTE-BASECQZ en N. BLAISE, Manuel de droit pénal général, Anthémis, 2016, 368; J. ROZIE en D. VANDERMEERSCH, e.a., Commissie voor de Hervorming van het Strafrecht, Voorstel van voorontwerp van Boek I van het Strafwetboek, Die Keure, 2016, 94; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafrecht, Die Keure, 2017, 98-99; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel Svacina, 2019, 341-342; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L'infraction pénale, Larcier, 2020, 378, 402 en 413.
(2)L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 271; J. ROZIE, "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de geestesgestoorde delinquent”, in Verantwoordelijkheid en recht, Kluwer, 2008,
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Vrije woorden: Geestesstoornis - Aard en oorsprong van de geestesstoornis - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Volledige aantasting van het oordeelsvermogen op moment van het misdrijf - Aard en oorsprong van de geestesstoornis - Eigen verantwoordelijkheid van de beklaagde - Invloed Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2021, nr. 436, p.
- - KETELS, Bjorn; Noot'Ook een zélf veroorzaakte geestesstoornis leidt tot vrijspraak' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 18, p. 1752-
- - HANOULLE, Katrien; Noot'Schuld aan de onschuld? Voorafgaande fout sluit vrijspraak wegens geestesstoornis niet uit' Tekst van de conclusie P.21.0266.N, Zitting 2N Kamer van het Hof van 25 mei
- Eiser: S. C., beklaagde, met als raadsman Mr. Liesbeth De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Antwerpen. Conclusie van het openbaar ministerie “Toepassing van de schulduitsluitingsgrond van ontoerekeningsvatbaarheid (art. 71 Sw.) als de geestesstoornis van de beklaagde te wijten is aan overmatig drug-of alcoholgebruik”
- Voorgaanden Eiser wordt vervolgd wegens het besturen van een voertuig onder invloed van verdovende middelen (A) en alcohol (B), wegens vluchtmisdrijf (C), het niet uitvoeren van de nodige rijbewegingen (D) en onaangepaste snelheid (E). Eiser deed een beroep op een technisch raadsman, Dr. R., die na een klinisch-psychiatrisch onderzoek besluit dat eiser zich op het moment van het verkeersongeval (16 maart 2019) bevond “in een toestand van ernstige geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden ernstig heeft aangetast of tenietgedaan”. Op het moment van het klinisch onderzoek (25 februari 2020) vond de technisch raadsman geen aanwijzingen van een geestesstoornis die de controle over eisers daden zou kunnen verminderen of tenietdoen. De politierechtbank van Vilvoorde verwierp het verweer in conclusie dat eiser op het ogenblik van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft teniet gedaan en om die reden dient vrijgesproken te worden. De eerste rechter stelt dat een spoedopname in de psychiatrie op de dag van de feiten, na het verkeersongeval, op bevel van de procureur des Konings te Antwerpen, afd. Mechelen (art. 9 Wet 26 juni 1990), ‘niet noodzakelijk’ inhoudt dat eiser zich op het moment van de feiten bevond in een staat van krankzinnigheid in de zin van art. 71 Strafwetboek. Het beroepen vonnis stelt geen staat van krankzinnigheid of ontoerekeningsvatbaarheid vast in de zin van deze bepaling. De correctionele rechtbank te Brussel verwierp het verweer gesteund op artikel 71 Strafwetboek om andere redenen. Het bestreden vonnis stelt enerzijds (p. 5): “Anders dan de eerste rechter is de rechtbank van oordeel dat beklaagde op het moment van de feiten inderdaad leed aan een ernstige geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan in de zin van artikel 71 van het Strafwetboek, m.n. een psychotische stoornis met wanen”. Dit oordeel over de ontoerekeningsvatbaarheid steunt op het medisch attest van Dr. D, opgesteld in het kader van de collocatieprocedure kort na de feiten, en op het verslag van Dr. R., technisch raadsman van eiser. Anderzijds stelt de correctionele rechtbank dat de geestesstoornis in de zin van artikel 71 van het strafwetboek waaraan eiser op moment van de feiten leed “louter het gevolg is van de eigen keuze van de beklaagde om zich gedurende een periode in zijn leven, blijkbaar op systematische wijze over te geven aan cannabis-en alcoholmisbruik” (p. 6). Om die reden stelt de correctionele rechtbank dat eiser “zich niet kan beroepen op artikel 71 van het Strafwetboek om te worden vrijgesproken en derhalve wel degelijk toerekeningsvatbaar was”.
- Beoordeling Artikel 71 Strafwetboek bepaalt: “er is geen misdrijf wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan, of wanneer hij gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan”. De schulduitsluitingsgrond van art. 71 Sw. is algemeen en omvat alle misdrijven, ook de niet-opzettelijke
- De feitenrechter oordeelt onaantastbaar over de geestestoestand van de beklaagde die zijn vrije wil geheel uitschakelde ten tijde van het misdrijf, met controle door het Hof op de wettigheid van de motieven
- Niet elke persoon die ten tijde van het misdrijf leed aan een geestesstoornis of handelde uit onweerstaanbare dwang kan zich op de schulduitsluitingsgrond van art. 71 Sw. beroepen, om de vrijspraak te bekomen. De geestesstoornis of dwang mag niet aan de dader te wijzen zijn, wat de afwezigheid van een voorafgaande fout of nalatigheid inhoudt
- De toestand van ontoerekeningsvatbaarheid moet aldus onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn
- Wanneer de beklaagde vrijwillig drugs of alcohol tot zich neemt, waardoor hij de controle over zijn daden verloor, kan hij zich niet beroepen op een geestesstoornis of onweerstaanbare dwang in de zin van art. 71 Sw.5 Wanneer de strafrechter vaststelt dat de beklaagde zelf zijn geestesstoornis ten tijde heeft veroorzaakt, bijvoorbeeld wanen of een psychose door overmatig druggebruik, mag hij niet aannemen dat er sprake is van een geestesstoornis in de zin van artikel 71 Strafwetboek. Hij kan dan (zoals de eerste rechter) aangeven dat de schulduitsluitingsgrond van art. 71 Sw. niet van toepassing is of, anders geformuleerd, dat de beklaagde niet leed aan een geestesstoornis in de zin van artikel 71 Strafwetboek. Het bestreden vonnis neemt aan dat eiser wel leed aan een geestestoestand in de zin van art. 71 Strafwetboek, doch stelt dat eiser zich op de erin vermelde schulduitsluitingsgrond niet kan beroepen, omdat de geestestoestand het gevolg is van foutief eigen handelen. Deze redenering lijkt mij niet naar recht verantwoord, zoals eiser terecht aanvoert. Artikel 71 Strafwetboek bevat geen uitzondering van een geestesstoornis die te wijten is aan verwijtbaar gedrag van de beklaagde, zoals overmatig drug-of alcoholgebruik. De oorsprong en aard van de geestestoestand die de schuld opheft zijn naar Belgisch recht niet relevant
- Het bestreden vonnis voegt onterecht een voorwaarde van ‘geen eigen keuze’ toe aan vermelde wetsbepaling. Schulduitsluiting wegens een geestesstoornis is naar Belgisch recht totaal of niet. Een dader met psychische problemen is ofwel toerekeningsvatbaar, dus schuldig, ofwel ontoerekeningsvatbaar
- In het tweede geval volgt de vrijspraak, tenzij internering wettelijk mogelijk is (art. 9 Interneringswet)
- Op dit punt is het bestreden vonnis tegenstrijdig gemotiveerd. Het vonnis stelt dat eiser op het moment van de feiten leed aan een geestesstoornis in de zin van art. 71 Sw. (p.5), dus ontoerekeningsvatbaar was, doch verwerpt de eis tot vrijspraak op basis van art. 71 Sw., met als besluit dat eiser ‘wel degelijk toerekeningsvatbaar is’ (p.6). Het middel is gegrond. Mijn advies is cassatie met verwijzing van de zaak. Brussel, 7 mei 2021 Bart De Smet advocaat-generaal ------------------------------------------------------------ 1 Cass. 4 februari 1998, AR P.97.1015.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980204.3, AC 1998, nr.
- Zie ook L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 274; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, Die Keure, 2019,
- 2 Cass. 18 maart 1992, AR 9723, AC 1991-92, nr.
- Over het volledig uitschakelen van de wilsvrijheid als toepassingsvoorwaarde voor art. 71 Sw., te beoordelen door de feitenrechter, zie K. HANOUILLE, “Te gek om los te lopen of net niet? De vergeten groep van de verminderd toerekeningsvatbare daders in het Belgische strafrecht, in Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon, Maklu, 2009, 370; N. COLETTE-BASECQZ en N. BLAISE, Manuel de droit pénal général, Anthémis, 2016, 368; H. HEIMANS en P. VERPOORTEN, “Een praktijkgerichte benadering van de gevolgen van de beperking van de wettelijke mogelijkheden tot internering door de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, zoals gewijzigd bij wet van 4 mei 2016 (Potpourri III)”, NC 2016, 483; T. VANDER BEKEN, H. HEIMANS en A.E. SCHIPAANBOORD, “Eindelijk een echte nieuwe en goede wet op de internering? Deel III: de reparatie”, R.W. 2016-17, 608; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafrecht, Die Keure, 2017, 98-99; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel& Svacina, 2019, 341-342; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L’infraction pénale, Larcier, 2020, 378, 402 en
- 3 Cass. 22 maart 1989, AR 7174, AC 1988-89, nr. 419, p. 853; Cass. 16 september 2014, AR P.13.1847.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140916.4, AC 2014, 1903, R.W. 2015-16, 786 noot H. BERCKMOES en F. GOOSSENS. Zie L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 275; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch strafrecht, Die Keure, 2017, 99 ; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, Die Keure, 2019, 208; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L’infraction pénale, Larcier, 2020, 378-
- 4 Zie C.J. VANHOUDT en W. CALEWAERT, Belgisch strafrecht, Story-Scientia, Deel 2, 1976, 406 en 417; F. TULKENS en M. VAN DE KERCKHOVE, Introduction au droit pénal, Story-Scientia, 1999,
- 5 Cass. 22 maart 1989, AR 7174, AC 1988-89, nr. 419, p. 853; Cass. 14 oktober 1975, AC 1976,
- Zie J. CONSTANT, Manuel de droit pénal. Les principes généraux, Imp. Des Invalides, 1948, 138; L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 274; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel& Svacina, 2019,
- 6 L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch strafrecht, Acco, 1989, 271 ; J. ROZIE, « De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de geestesgestoorde delinquent”, in Verantwoordelijkheid en recht, Kluwer, 2008,
- 7 J. ROZIE, « De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de geestesgestoorde delinquent”, in Verantwoordelijkheid en recht, Kluwer, 2008, 235; K. HANOUILLE, “Te gek om los te lopen of net niet? De vergeten groep van de verminderd toerekeningsvatbare daders in het Belgische strafrecht, in Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon, Maklu, 2009, 370; J. ROZIE en D. VANDERMEERSCH, e.a., Commissie voor de Hervorming van het Strafrecht, Voorstel van voorontwerp van Boek I van het Strafwetboek, Die Keure, 2016,
- 8 Een vervolging wegens bepaalde verkeersovertredingen sluit internering niet uit, gelet op art. 42 Wegverkeerswet, zie GwH 24 oktober 2019, arrest 159/2019, B.4, www.const-court.be; Cass. 2 juni 2020, AR P.19.1343.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.10, RO 7; Cass. 20 oktober 2020, P.20.0637.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.8, M. TIMPERMAN, conclusie in de zaak Cass. 2 oktober 2018, AR P.18.0578.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181002.8 Over art. 9 Interneringswet zie N. COLETTE-BASECQZ en N. BLAISE, Manuel de droit pénal général, Anthémis, 2016, 375; K. HANOUILLE, “Potpourri III als sluitstuk van de nieuwe interneringswetgeving”, NC 2016, 406-417; H. HEIMANS en P. VERPOORTEN, “Een praktijkgerichte benadering van de gevolgen van de beperking van de wettelijke mogelijkheden tot internering door de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, zoals gewijzigd bij wet van 4 mei 2016 (Potpourri III)”, NC 2016, 479-486; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, Die Keure, 2019, 198-201; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, II, L’infraction pénale, Larcier, 2020,
- --------------- PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.10 citeert: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980204.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140916.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181002.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.10 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div