id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.4 Rolnummer: S.20.0051.N Zaak: V. contra SCANIA BELGIUM nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2021-11-29 Raadplegingen: 476 - laatst gezien 2026-06-16 06:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.4 Fiche Onder sluiting wordt verstaan, de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Vrije woorden: Ontslag om technische of economische redenen - Sluiting van afdeling - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Annotaties Publicaties: JTT-JTT: Arbeidsrecht,sociale zekerheid, sociaal procesrecht, sociaal strafrecht - 2022, nr. 1431, p. 285-
- - BOUCIQUE, Ward; Noot'Wet 19 maart 1991: stopzetting activiteit bij sluiting afdeling-maar op welk niveau?' Tekst van de conclusie S.20.0051.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
- Eiser tot cassatie komt op tegen een arrest van het Arbeidshof te Brussel, gewezen op 14 januari
- Door eiser wordt er één middel aangevoerd.
- Het middel. a. Ontvankelijkheid. (…) b. Probleemstelling. De problematiek in huidig geschil kadert in de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Meer in het bijzonder betreft het de toepassing van artikel 3 van deze wet wanneer de werkgever tot het ontslag van een beschermde werknemer wil overgaan omwille van technische of economische redenen. Indien de technische of economische redenen niet worden erkend door het paritair comité of de arbeidsrechtbank dan mag de werkgever enkel tot ontslag overgaan zo het de sluiting van een onderneming of de sluiting van een afdeling betreft. In het geschil dat aan Uw Hof wordt voorgelegd, stelt zich de vraag of er sprake is van de sluiting van een afdeling. c. Beoordeling. In de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden wordt het begrip “afdeling” niet gedefinieerd. Uw Hof oordeelde in het arrest van 4 februari 2002 dat een afdeling van een onderneming, in de zin van de voormelde wet, een onderdeel is van de onderneming dat een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door een eigen technische onafhankelijkheid en door een onderscheiden duurzame activiteit of bedrijvigheid en personeelsgroep
(1). Het gaat dus om een deel van de onderneming dat op technisch vlak een activiteit heeft die zich onderscheidt ten opzichte van de hele onderneming, maar er is evenwel geen sprake van een sociale en economische autonomie die eigen is aan een technische bedrijfseenheid. Het onderscheidt zich dus van de onderneming door haar activiteit meer nog dan door het eigen personeel of machinepark
(2). Tussen partijen staat niet meer ter discussie dat de “Scania Academy Benelux”, waar eiseres was tewerkgesteld, inderdaad een afdeling is in de zin van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Het twistpunt tussen partijen betreft de vraag of er inderdaad sprake is van een sluiting van die afdeling. Voor de invulling van het begrip “sluiting” voorziet de voormelde wet wel in een definitie. Ingevolge artikel 1, § 2, 6° is er sprake van een sluiting indien definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan. Wat betreft de onderneming moet in herinnering worden gebracht dat het begrip “onderneming” voor de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden dezelfde invulling kent als deze inzake de regels tot de oprichting van een ondernemingsraad of comité voor preventie en bescherming op het werk. Het betreft dus de technische bedrijfseenheid die wordt bepaald op grond van economische en sociale criteria waarbij de sociale criteria primeren in geval van twijfel
(3). De technische bedrijfseenheid valt dus niet noodzakelijk samen met de juridische entiteit. Een afdeling kan echter, in tegenstelling tot een technische bedrijfseenheid, geen zelfstandig bestaan hebben in een juridische entiteit. Immers een afdeling wordt niet gekenmerkt door een economische en sociale autonomie die eigen is aan een technische bedrijfseenheid. Een afdeling maakt dus altijd deel uit van een technische bedrijfseenheid. Dit blijkt uit artikel 3, § 1, van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. In het derde lid van het voormelde artikel kan men lezen: “sluiting van de onderneming of van een afdeling van de onderneming” en in het vierde lid: “sluiting van de onderneming of van een afdeling hiervan”. Wat de afdeling een eigenheid geeft binnen de onderneming is, zoals hoger aangehaald, de activiteit die ze uitoefent meer nog dan het personeel dat deze activiteit uitoefent. Er moet natuurlijk sprake zijn van personeel want net zo min als men kan spreken van een technische bedrijfseenheid wanneer de juridische entiteit geen personeel tewerkstelt
(4)kan er geen sprake zijn van een afdeling zonder personeel. Maar de kern van de afdeling is wel de activiteit die ze verricht. Derhalve zal zolang deze activiteit in de onderneming wordt uitgeoefend door personeel er sprake zijn van een afdeling. Dit standpunt ligt in het verlengde van het arrest van Uw Hof van 3 december 2012
(5). Uit de vaststellingen van de toenmalig bestreden beslissing bleek dat de activiteiten, die kenmerkend waren voor de afdeling, werden uitbesteed aan een reeks gespecialiseerde aannemers al naargelang hun aard en specificiteit. Het standpunt van de appelrechters, op grond van deze vaststellingen, was toen dat de activiteit die werd uitgeoefend door de afdeling heeft opgehouden te bestaan. Uw Hof oordeelde dat de appelrechters naar recht hun beslissing verantwoordden dat er sprake was van de sluiting van een afdeling. In de zaak van 2012 was het duidelijk dat de hoofdactiviteit van de afdeling definitief werd stopgezet. Ze werd immers uitbesteed aan aannemers. De activiteit van de afdeling verdween zodoende uit de onderneming zodat er inderdaad sprake was van de sluiting van de afdeling. In onderhavig geschil stellen de appelrechters vast dat de vroegere activiteit van de afdeling geabsorbeerd en geïntegreerd is in de gewone werking van verweerster. Dienvolgens stellen de appelrechters niet vast dat er een stopzetting is van de hoofdactiviteit. Zij wordt immers in de onderneming verder uitgeoefend, zij het door andere personen. In de gegeven omstandigheden verantwoorden de appelrechters dan ook niet naar recht hun oordeel dat er sprake is van de sluiting van een afdeling. Het middel is gegrond. Conclusie: Cassatie. _______________________________
(1)Cass 4 februari 2002, AR S.00.0179.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4, AC 2002, nr. 80.
(2)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, “Beschermde werknemers – Ondernemingsraad en comité voor preventie en bescherming op het werk”, Brussel, Larcier 2013, p. 185.
(3)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, o.c., p. 5 en artikel 1, § 2, 5° Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden.
(4)L. ELIAERTS en I. VAN HIEL, o.c., p. 5 en Cass. 30 november 1987, AR 5821, AC 1987, nr. 195, met concl. toenmalig advocaat-generaal H. LENAERTS.
(5)Cass. 3 december 2012, AR S.11.0114.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3-S.11.0115.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3, AC 2012, nr. 658. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211004.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211004.3N.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121203.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div