id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 oktober 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.3 Rolnummer: C.20.0040.N-C.20.0041.N-C.20.0169.N Zaak: MIVB contra ELECTRABEL Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-11-16 Raadplegingen: 700 - laatst gezien 2026-06-18 14:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.3 Fiche 1 Ook al geniet een contractspartij een vrijstelling van een cijns, belasting of taks, zelfs voor verstrekte diensten, door de provincie Vlaams-Brabant, de stad Brussel of de Brusselse gemeenten opgelegd uit hoofde van de concessies of vergunningen welke zij zal verkregen hebben, dan kan die contractspartij aan de leveranciers die haar bevoorraden, niettemin de terugbetaling niet weigeren van een gemeentelijke belasting die opgelegd is aan de netbeheerders als vergoeding voor het wegenisrecht van die netbeheerders en die de netbeheerders aan de leveranciers hebben doorgerekend, wanneer de leveringsovereenkomsten tussen die contractspartij en de leveranciers bepalen dat aan die contractspartij alle belastingen worden doorgerekend
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Vergoeding voor wegenisrecht - Doorrekening wegenisbijdrage aan een contractspartij met fiscale immuniteit - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 juni 1953 op de inrichting van het gemeenschappelijk vervoer in de streek van Brussel - 17-06-1953 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1953061701 Fiche 2 De inwerkingtreding op 1 januari 2007 van het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie belet niet dat de toepassing van dat artikel onderworpen is aan nadere regels die door de regering moeten worden uitgewerkt en die moeten vaststellen hoe de maximumbegrenzing van artikel 28, § 3, eerste lid, Gasordonnantie in de diverse gemeentelijke belastingreglementen moet worden geïmplementeerd; zolang de regering die nadere regels niet heeft vastgesteld, kan het gewijzigde artikel 28, § 3, Gasordonnantie niet worden toegepast, ook al is deze ordonnantie reeds in werking getreden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Vergoeding voor wegenisrecht - Begrenzing in de Gasordonnantie - Implementatie in de gemeentelijke belastingreglementen - Uitvoeringsbesluit - Vereiste Wettelijke bepalingen: Ordonnantie 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie ... - 01-04-2004 - Art. 28 - 50 ELI link Pub nr 2004031172 Fiche 3 Het feit dat tussen partijen discussie bestond over de verschuldigdheid van de wegenisbijdrage en er daarom gewacht werd met de betaling van de facturen vormt op zich geen rechtsgrond om de toekenning van interest bij toepassing van artikel 15, § 4, AAV weigeren. Thesaurus CAS: INTERESTEN - MORATOIRE INTERESTEN Vrije woorden: Artikel 15 Algemene Aannemingsvoorwaarden - Rechtsgrond tot weigering toekenning interest Wettelijke bepalingen: Algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken - 26-09-1996 - Art. 15 - 46 Link Justel databank 19960926-46 Nota: Art. 15 Algemene Aannemingsvoorwaarden bij KB 26 september
- Tekst van de conclusie C.20.0040.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (…) EERSTE MIDDEL. 2.
- Het eerste cassatiemiddel bekritiseert in wezen de beslissing van de appelrechters dat de betwiste retributie van artikel 28 van de gasordonnantie van 1 april 2004 door de netbeheerders moet worden betaald, vervolgens kan worden doorgerekend aan de energieleveranciers en vervolgens aan de MIVB, en dat de retributie derhalve niet in strijd is met de fiscale immuniteit van de MIVB, aangezien deze laatste, die slechts bij wijze van doorberekening moet betalen, niet aan deze belasting is onderworpen. De MIVB voert aan dat de appelrechters op die manier de fiscale immuniteit hebben miskend die door de wet aan haar is toegekend en die van openbare orde is, derwijze dat zij niet omzeild kan worden door partijen bij wege van de tussen hen afgesloten private overeenkomsten waarin de wegenisbijdrage wordt doorgerekend aan de MIVB als deel van de prijs van de geleverde goederen. (Schending van de artikelen 170, §§ 1-2 en 4 en 172 van de Grondwet, artikel 2 (voorheen 6) Oud B.W., artikel 11 van de MIVB-Wet, artikel 16 van de MIVB-Ordonnantie, en voor zoveel als nodig, artikel 28, §§ 1-2 van de Gasordonnantie, de in het middel ingeroepen gemeentelijke reglementen en de artikelen 1108, 1131 en 1133 Oud B.W.) 2.
- Het middel kan m.i. niet worden aangenomen. Artikel 11 van de MIVB-wet van 17 juni 1953 en artikel 16, lid 3 en 4, van de MIVB -Ordonnantie van 22 november 1990 regelen de relatie tussen de MIVB en de gemeentelijke overheden, maar regelen niet de relatie tussen de MIVB en haar medecontractanten van privaat recht. Deze artikelen verbieden de Brusselse gemeenten om belastingen aan de MIVB op te leggen (zij het niet alle belastingen, maar enkel vergoedingen/belastingen voor de concessies of vergunningen of bouwtoelatingen die de MIVB door de gemeentelijke overheden worden verleend), maar creëren geen enkele verplichting voor medecontractanten van de MIVB en leggen die medecontractanten geen verbod op tot doorrekening van belastingdruk. Een in onderling akkoord afgesloten regeling die voorziet in het doorschuiven van een belasting naar de MIVB lijkt mij geen afbreuk te doen aan de (beperkte) vrijstelling van belastingen in hoofde van de MIVB. Zij kan immers niet worden aangesproken voor de belastingschuld, maar wordt slechts belast met de financiële lasten die overeenkomen met het bedrag van de belasting door middel van overeenkomsten die zij zelf heeft gesloten en dus uit eigen vrije wil heeft aanvaard. Het loutere feit dat kostprijsverhogende belastingen door de belastingplichtige bedrijven worden geïncorporeerd in de kostprijs van hun producten of diensten, en aldus geheel of gedeeltelijk worden afgewenteld op hun klanten, impliceert nog niet dat deze klanten de belastingplichtige worden van de belastingen. Gelet op het legaliteitsbeginsel is het overigens onmogelijk om de status van belastingplichtige contractueel over te dragen aan een derde partij. De doorrekening van de wegenisheffing, waarbij de MIVB als eindgebruiker deze kost uiteindelijk draagt via een doorrekening in de prijs nadat ELECTRABEL zelf deze kost reeds kreeg doorgeschoven van de belastingplichtige netbeheerders, betekent dus niet dat aan de MIVB een belasting wordt opgelegd en/of dat deze doorrekening in strijd zou zijn met de fiscale immuniteit van de MIVB. De vrijstelling van belastingen van de MIVB blijft in haar verhouding tot de gemeentelijke overheden onverkort bestaan
(1). TWEEDE MIDDEL. 2.
- De appelrechters overwegen dat artikel 28, § 3 van de Gasordonnantie weliswaar in maximumbedragen voorziet voor de wegenisbijdrage, doch dat de Regering de nadere regels met betrekking tot de toepassing daarvan dient vast te stellen. Zij oordelen dat, bij gebrek aan uitvoeringsbesluit, de maximumbedragen en begrenzingen niet van toepassing zijn en de gemeenten niet tot wijziging van hun respectieve gemeentereglementen kunnen overgaan. De MIVB voert samengevat aan dat de maximumbedragen zijn ingevoegd bij Ordonnantie van 14 december 2006 die artikel 28, § 3 van de Gasordonnantie in die zin heeft gewijzigd; dat de Ordonnantie van 14 december 2006 krachtens artikel 102 ervan in al zijn bepalingen in werking is getreden op 1 januari 2007; dat de Regering de uitvoering van een ordonnantie niet kan opschorten of op enigerlei andere manier de toepassing ervan kan verhinderen; en dat voormelde ‘nadere regels’ zuivere uitvoeringsmaatregelen betreffen die vreemd zijn aan de inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 28, §
- De MIVB voert voorts aan dat de ordonnantiegever op duidelijke en allesomvattende wijze een begrenzing aan de wegenisbijdrage heeft willen toevoegen aan artikel 28, § 3 van de Gasordonnantie; dat deze begrenzing in werking is getreden en verbindend is; en dat de Regering geen bevoegdheid wordt verstrekt om het beginsel van de begrenzing zelf uit te werken doch enkel de modaliteiten van deze begrenzing eventueel verder kan uitwerken, derwijze dat de toepassing van artikel 102 van de Ordonnantie van 14 december 2006 geenszins afhankelijk is of kan worden gemaakt van de aan- of afwezigheid van deze uitvoeringsmaatregelen. 2.
- Het middel faalt m.i. naar recht. Krachtens artikel 108 van de Ordonnantie van 14 december 2006 treedt deze ordonnantie in werking op 1 januari
- De inwerkingtreding op 1 januari 2007 van deze wijzigingsordonnantie belet niet dat de toepassing van het maximumbedrag van de retributie onderworpen is aan nadere regels die door de Regering moeten worden uitgewerkt. Een delegatie aan de Regering is niet in strijd met het fiscaal legaliteitsbeginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de wetgever zijn vastgelegd
(2). Een machtiging om de nadere regels vast te stellen met betrekking tot de toepassing van een gedetailleerde regeling die in een maximumbedrag voorziet voor een retributie, lijkt mij in dat opzicht in overeenstemming met het legaliteitsbeginsel. Zolang deze nadere regels niet zijn vastgesteld, kan m.i. artikel 102 van de Ordonnantie van 14 december 2006 niet kan worden toegepast, ook al is deze Ordonnantie reeds in werking getreden. Wanneer nog een uitvoeringsbesluit moet worden genomen om de in de wet vastgestelde rechten te preciseren, kan men vóór het uitvaardigen van dat besluit geen rechten uit de wet afleiden
(3). (…) Besluit: Vernietiging. __________________________________
(1)Vergelijk met Cass. 11 februari 1999, AR C.97.0320.F, AC 1999, nr. 80, ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990211.17: “Ook al geniet een internationale organisatie belastingvrijstelling, zij kan aan de eigenaar van een pand dat ze huurt, de terugbetaling niet weigeren van een gewestbelasting die opgelegd is aan eigenaars van niet voor bewoning bestemde panden, wanneer de huurovereenkomst bepaalt dat de huurder alle belastingen, heffingen of aanslagen van welke aard ook betaalt die op de gehuurde ruimten rusten of zullen rusten.”
(2)Cass. 24 maart 2017, AR F.15.0064.N, AC 2017, nr. 208, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170324.2; zie ook Grondwettelijk Hof nr. 131/2007 van 17 oktober 2007, ECLI:BE:GHCC:2007:ARR.131.
(3)Vgl. Cass. 2 juni 2005, AR C.04.0110.F, AC 2005, nr. 310, ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050602.15. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211014.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211014.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990211.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050602.15 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170324.2 ECLI:BE:GHCC:2007:ARR.131 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div