id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.15 Rolnummer: P.21.1661.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-01-06 Raadplegingen: 871 - laatst gezien 2026-06-19 06:02 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit het enkele feit dat in de stukken die zijn opgesteld ter uitvoering van een aan een Belgische overheid gericht Europees onderzoeksbevel de persoon op wie de gevraagde onderzoekshandelingen betrekking heeft, wordt aangemerkt als verdachte, hij ter gelegenheid van de uitvoering ervan van zijn vrijheid wordt beroofd, hij als verdachte wordt verhoord en hij het voorwerp uitmaakt van een door de uitvaardigende overheid gevraagd telefonie- en BOM-onderzoek, volgt niet dat die persoon in België wordt vervolgd in de zin van artikel 6, 1°, Wet Europees Aanhoudingsbevel voor de feiten waarvoor het Europees onderzoeksbevel is uitgevaardigd. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 6, 1° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wet 22 mei 2017 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken - 22-05-2017 - Art. 4, 1° - 02 ELI link Pub nr 2017012230 Fiche 2 Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel met het oog op strafvervolging heeft enkel te oordelen over de aanwezigheid van de in de artikelen 4 tot en met 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalde weigeringsgronden en waarborgen, na te hebben nagegaan of aan de voorwaarden van de artikelen 3 en 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan; het heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel welke beoordeling immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toekomt; het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Tekst van de beslissing Nr. P.21.1661.N S B, persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiseres, met als raadslieden mr. Christophe Marchand en mr. Crépine Uwashema, beiden advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 december 2021. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel 1. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 6 Wet Europees Aanhoudingsbevel en de artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat uit de door de eiseres neergelegde stukken blijkt dat onderzoeksrechter Tock van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel louter een door een Nederlandse overheid uitgevaardigd Europees onderzoeksbevel heeft erkend en uitgevoerd, miskent het arrest de bewijskracht van het proces-verbaal BR.16.F1.032469/2021 van 9 november 2021 en van de bij appelconclusie van de eiseres gevoegde stukken 1 en 2; uit de inhoud en de bewoordingen van die stukken blijkt dat de eiseres in het dossier BR.10.F1.016076/2021 als verdachte is aangemerkt en dat tegen haar in die hoedanigheid een BOM- en een telefonieonderzoek werd gevorderd. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6 Wet Europees Aanhoudingsbevel, alsmede miskenning van het evenredigheidsbeginsel en de algemene motiveringsverplichting: de eiseres wordt in Belgiê vervolgd voor dezelfde feiten als die waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en er werden reeds eerder Europese onderzoeksbevelen uitgevaardigd waardoor de evenredigheid van het uitvaardigen van het Europees aanhoudingsbevel moet worden beoordeeld; het arrest laat na het door de eiseres in haar appelconclusie ter zake gevoerde verweer te beantwoorden; een correcte proportionaliteitscontrole bij de beoordeling van de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel is van groot belang ter bescherming van de fundamentele rechten van de eiseres; de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel is buitensporig als er andere minder ingrijpende maatregelen bestaan om hetzelfde doel te bereiken. 2. Volgens artikel 4, 1°, van de wet van 22 mei 2017 betreffende het Europees onderzoeksbevel (hierna Wet Europees Onderzoeksbevel) is een Europees onderzoeksbevel een door een rechterlijke autoriteit uitgevaardigde of gevalideerde rechterlijke beslissing die ertoe strekt in een andere lidstaat van de Europese Unie een of meer specifieke onderzoeksmaatregelen te laten uitvoeren met het oog op het verkrijgen van bewijsmateriaal of om bewijsmateriaal te verkrijgen dat reeds in het bezit is van de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat. 3. Uit het enkele feit dat in de stukken die zijn opgesteld ter uitvoering van een aan een Belgische overheid gericht Europees onderzoeksbevel de persoon op wie de gevraagde onderzoekshandelingen betrekking heeft, wordt aangemerkt als verdachte, hij ter gelegenheid van de uitvoering ervan van zijn vrijheid wordt beroofd, hij als verdachte wordt verhoord en hij het voorwerp uitmaakt van een door de uitvaardigende overheid gevraagd telefonie- en BOM-onderzoek, volgt niet dat die persoon in België wordt vervolgd in de zin van artikel 6, 1°, Wet Europees Aanhoudingsbevel voor de feiten waarvoor het Europees onderzoeksbevel is uitgevaardigd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. Het arrest (p. 3) oordeelt als volgt: - het Europees aanhoudingsbevel heeft betrekking op een gewapende overval te Amsterdam op 19 mei 2021 op een door de firma Brinks uitgevoerd waardentransport; - uit de door de eiseres neergelegde stukken blijkt evenwel dat onderzoeksrechter Tock van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel is gevat met een door de Nederlandse autoriteiten uitgevaardigd Europees onderzoeksbevel; - een dergelijk bevel is een door de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat uitgevaardigde of erkende rechterlijke beslissing die ertoe strekt in de uitvoerende staat één of meer specifieke onderzoeksmaatregelen te laten uitvoeren met het oog op het verkrijgen van bewijsmateriaal overeenkomstig wat is bepaald in de richtlijn 2014/41/EU van 3 april 2014 en de Wet Europees Onderzoeksbevel; - noch de erkenning noch de tenuitvoerlegging van een Europees onderzoeksbevel houdt in dat de persoon die het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek in de uitvaardigende staat ook in de uitvoerende staat het voorwerp uitmaakt van een strafvervolging in de zin van artikel 6 Wet Europees Aanhoudingsbevel. Met die redenen, waarmee de appelrechters van de vermelde stukken een uitlegging geven die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat er geen reden is om de facultatieve weigeringsgrond van artikel 6, 1° en 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel toe te passen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. In zoverre het middel die reden niet bekritiseert, kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. 5. Het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel met het oog op strafvervolging heeft enkel te oordelen over de aanwezigheid van de in de artikelen 4 tot en met 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalde weigeringsgronden en waarborgen, na te hebben nagegaan of aan de voorwaarden van de artikelen 3 en 5 Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan. Het heeft in de regel niet te oordelen over de wettigheid en de regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel. Die beoordeling komt immers de rechterlijke autoriteiten van de uitvaardigende staat toe Het staat derhalve aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende staat en niet aan de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende staat te oordelen of het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel het evenredigheidsbeginsel miskent In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 6. Voor het overige is het middel gericht tegen redenen die de bekritiseerde beslissing niet dragen, kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.15 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.