← België

A. contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.3 Rolnummer: C.21.0089.N Zaak: A. contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 1172 - laatst gezien 2026-06-19 12:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bijzondere sanctieregeling bepaald in artikel 2, § 1, 6de lid Woninghuurwet geldt ook wanneer het gehuurde goed bij de aanvang van de huur niet voldoet aan de gewestelijke woonkwaliteitsnormen

(1).
(1)Cass. 4 juni 2020, AR C.19.0079.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.13, AC 2020, nr.
  1. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HUISHUUR - Algemeen Vrije woorden: Woninghuurwet - Vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid - Bijzondere sanctieregeling - Gelding Wettelijke bepalingen: Wet houdende wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk wetboek inzake huishuur - 20-02-1991 - Art. 2, § 1 - 33 ELI link Pub nr 1991009232 Annotaties Publicaties: RGDC-Revue générale de droit civil belge - 2022, n° 8, p. 438-
  2. - BERNARD, Nicolas; Note'Insalubrité du logement: la 'solution' de la nullité du bail poursuit son lent reflux' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2022, nr. 9, p. 786-
  3. - VANDROMME, Tom; Noot'De verhouding tussen artikel 2 van de Woninghuurwet en de gewestelijke minimale woningkwaliteitsvereisten' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0089.N
  4. Y. A.,
  5. A. B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen A. P., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 14 oktober
  6. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  7. Krachtens artikel 2, § 1, eerste lid, Woninghuurwet, zoals hier van toepassing, moet het gehuurde goed, onverminderd de normen betreffende de woningen, opgesteld door de Gewesten bij het uitoefenen van hun bevoegdheden, beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. Krachtens het tweede lid van deze bepaling wordt de in het vorige lid voorgeschreven voorwaarde beoordeeld door te verwijzen naar de staat van het gehuurde goed op het moment dat de huurder in het genot ervan treedt. Krachtens het zesde lid van deze bepaling heeft de huurder, indien de door de vorige leden voorgeschreven voorwaarden niet zijn vervuld, de keuze ofwel de uitvoering te eisen van de werken die noodzakelijk zijn om het gehuurde goed in overeenstemming te brengen met de vereisten van het eerste lid, ofwel de ontbinding van de huurovereenkomst te vragen met schadevergoeding.
  8. Aangezien artikel 2, § 1, eerste lid, Woninghuurwet uitdrukkelijk ook verwijst naar de normen betreffende de woningen, opgesteld door de Gewesten bij het uitoefenen van hun bevoegdheden, kan de bijzondere sanctieregeling bepaald in het zesde lid van deze bepaling ook toepassing vinden ingeval het gehuurde goed bij de aanvang van de huur niet voldoet aan de gewestelijke woonkwaliteitsnormen.
  9. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat uit het openbare orde-karakter van de woonkwaliteitsnormen neergelegd in de Vlaamse Wooncode, zoals hier van toepassing, voortvloeit dat de rechter, indien hij vaststelt dat de huurwoning bij de aanvang van de huur niet aan die normen voldeed, ertoe is gehouden om ambtshalve de absolute nietigheid van de huurovereenkomst op te werpen wegens strijdigheid van het voorwerp of de oorzaak van de huurovereenkomst met de openbare orde en de huurder niet langer gerechtigd is om te opteren voor de sanctieregeling van artikel 2, § 1, Woninghuurwet door van de verhuurder de uitvoering van de noodzakelijke werken te vorderen of de ontbinding van de overeenkomst te vragen, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 433,30 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250624.2N.44 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.