id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.4 Rolnummer: C.21.0176.N Zaak: STAD TIENEN contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 487 - laatst gezien 2026-06-17 03:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche De Wet Civiele Veiligheid bevat geen regeling die tot gevolg heeft dat de hulpverleningszone moet instaan voor lasten uit het verleden die verband houden met de tewerkstelling van beroepsbrandweerlieden bij de gemeente in de periode vóór 1 januari
- Thesaurus CAS: AMBTENAAR - AMBTENAAR (GEMEENTEN EN PROVINCIES) Vrije woorden: Wet Civiele Veiligheid - Integratie beroepsbrandweerlieden in hulpverleningszones - Lasten uit het verleden - Hulpverleningszone - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid - 15-05-2007 - Artt. 100, 203 en 220 - 61 ELI link Pub nr 2007000663 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0176.N STAD TIENEN, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3330 Tienen, Grote Markt 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.525.758, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest. tegen
- E. M., verweerder,
- HULPVERLENINGSZONE OOST VLAAMS-BRABANT, met zetel te 3020 Herent, Spoorwegstraat 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0500.928.982, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 juni
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- In zoverre het onderdeel het arrest verwijt niet te beslissen dat de eiseres buiten de zaak moet worden gesteld, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 220, § 1, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid (hierna Wet Civiele Veiligheid), zoals hier van toepassing, worden de brandweerdiensten op 1 januari 2015 in de hulpverleningszones geïntegreerd. Krachtens artikel 220, § 1, tweede lid, Wet Civiele Veiligheid vindt voor de prezones die de mogelijkheid bedoeld in artikel 68, § 2, derde lid, van deze wet benutten de integratie plaats op een door de raad van de prezone vastgestelde datum en ten laatste op 1 januari
- Krachtens artikel 100 Wet Civiele Veiligheid beheren de zones de aanwerving, de benoeming en de loopbaan van het personeel. Luidens artikel 203, eerste lid, Wet Civiele Veiligheid worden de beroepsbrandweerlieden in dienst bij een gemeente operationeel personeel van de zone waarvan de gemeente deel uitmaakt op grond van artikel 220, §
- Uit het geheel van die wetsbepalingen volgt dat de gemeentelijke organisatie van de brandweerdiensten integraal wordt omgevormd tot een zonaal systeem en dat de beroepsbrandweerlieden, die voorheen personeelslid waren van de gemeente vanaf 1 januari 2015 in dienst zijn van de hulpverleningszone. De Wet Civiele Veiligheid bevat geen regeling die tot gevolg heeft dat de hulpverleningszone moet instaan voor lasten uit het verleden die verband houden met de tewerkstelling van beroepsbrandweerlieden bij de gemeente in de periode vóór 1 januari
- Het onderdeel dat voor zover het ontvankelijk is, geheel berust op de veronderstelling dat uit de Wet Civiele Veiligheid volgt dat de hulpverleningszone moet instaan voor lasten uit het verleden die verband houden met de tewerkstelling van brandweerlieden bij de gemeente in de periode v??r 1 januari 2015, faalt in zoverre naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 476,52 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.