← België

AXA BELGIUM nv contra Chirojeugd-Vlaanderen vzw

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.7 Rolnummer: C.21.0218.N Zaak: AXA BELGIUM nv contra Chirojeugd-Vlaanderen vzw Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-01-27 Raadplegingen: 1209 - laatst gezien 2026-06-19 05:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de beroepsakte van de appellant ter kennis wordt gebracht van een partij die de appellant niet wilde betrekken maar waarvan hij in de beroepsakte enkel bij wijze van informatie opgave heeft gedaan, dan wordt deze daardoor geen partij in het geding voor de rechter in hoger beroep in de zin van artikel 1054, eerste lid Gerechtelijk Wetboek; zij wordt dit evenmin door zich als betrokken partij te gedragen

(1).
(1)Zie Cass. 12 februari 2021, AR C.20.0086.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.5, AC 2021, nr. 113; Cass. 17 december 2020, AR C.20.0025.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201217.1F.2, AC 2020, nr. 787; Cass. 23 oktober 2015, AR C.14.0322.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151023.2, AC 2015, nr. 621, met schriftelijke concl. van advocaat-generaal Th. WERQUIN, op datum in Pas. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Vrije woorden: Partij - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1054, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: JT-Journal des tribunaux - 2022, n° 6887, p. 107-
  1. - HOC, Arnaud; Note'Parties à la cause en degré d'appel: la Cour consolide sa jurisprudence' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0218.N AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen CHIROJEUGD VLAANDEREN vzw, met zetel te 2000 Antwerpen, Kipdorp 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0415.651.928, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 26 oktober 2020, gewezen op verwijzing na het arrest van het Hof van 12 april
  2. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan de gedaagde in hoger beroep te allen tijde incidenteel hoger beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of vóór de betekening erin heeft berust. Elkeen die partij was in de procedure in eerste aanleg en die in het hoger beroep is betrokken, wordt aangezien als partij in het geding voor de rechter in hoger beroep in de zin van deze wetsbepaling. Dat een partij, benevens de appellant zelf, in het hoger beroep wordt betrokken, onderstelt dat de appellant zijn beroepsakte aan deze partij wilde laten betekenen dan wel ter kennis brengen. Brengt de griffie de beroepsakte van de appellant ter kennis van een partij die de appellant niet wilde betrekken maar waarvan hij in de beroepsakte enkel bij wijze van informatie opgave heeft gedaan, dan wordt deze daardoor geen partij in het geding voor de rechter in hoger beroep in de zin van voormelde wetsbepaling. Zij wordt dit evenmin door zich als betrokken partij te gedragen.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - ingevolge een aansprakelijkheidsgeschil naar aanleiding van een verkeersongeval in eerste aanleg een meerpartijengeding voorlag waarbij onder meer de verweerster en haar burgerlijke aansprakelijkheidsverzekeraar, AG Insurance Belgium nv, waren betrokken; - de eerste rechter deze verzekeraar veroordeelde om de verweerster te vrijwaren; - deze verzekeraar hoger beroep instelde enkel tegen de verweerster; - de griffie ook de eiseres, verzekeraar van de bestuurder die het verkeersongeval veroorzaakte, in de procedure in hoger beroep heeft betrokken, hoewel dit door de appellant niet was gevraagd; - de eiseres zich vervolgens als betrokken partij heeft gedragen; - een en ander volstaat om de eiseres te aanzien als partij in het geding voor de rechter in hoger beroep in de zin van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek.
  5. De appelrechters die op grond van deze redenen het incidenteel hoger beroep van de verweerster tegen de eiseres ontvankelijk verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151023.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201217.1F.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.