id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.2 Rolnummer: P.21.1560.N Zaak: P. contra G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-01-13 Raadplegingen: 908 - laatst gezien 2026-06-19 04:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé; digitale verspreiding vormt een dergelijk gelijkaardig procedé
(1).
(1)Cass. 8 november 2016, AR P.16.0958.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161108.8, AC 2016, nr. 632; Cass. 29 januari 2013, AR P.12.1988.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130129.6, AC 2013, nr. 71. Thesaurus CAS: DRUKPERS (POLITIE OVER DE) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 150 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiche 3 Wanneer de procedure lijkt uit te wijzen dat de strafvordering deels betrekking heeft op de vermenigvuldiging en digitale verspreiding van beelden en tekst die een strafbare meningsuiting kunnen inhouden is de correctionele rechtbank onbevoegd om van de vorderingen van het openbaar ministerie en van de burgerlijke partijen kennis te nemen en is er grond tot regeling van rechtsgebied door de beschikking van verwijzing van de raadkamer te vernietigen en de zaak te verwijzen naar de kamer van inbeschuldigingstelling
(1).
(1)Cass. 8 november 2016, AR P.16.0958.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161108.8, AC 2016, nr. 632; Cass. 29 januari 2013, AR P.12.1988.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130129.6, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Aard van het misdrijf Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 526 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1560.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG WEST-VLAANDEREN, AFDELING BRUGGE, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, in de zaak van
- Y G, beklaagde en burgerlijke partij,
- M J J V, beklaagde en burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, verzoekt om regeling van rechtsgebied ingevolge: - de beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 8 mei 2019 en de aanvullende beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 25 september 2019; - het vonnis van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 21 januari
- In een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, worden de redenen van het verzoek uiteengezet. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 8 mei 2019 verwijst Y G naar de correctionele rechtbank wegens de telastleggingen A1 en A2 (opzettelijke slagen of verwondingen aan (ex)partner, namelijk M V, te Tielt op 12 oktober 2016 en op 31 december 2017, inbreuk op de artikelen 392, 398, eerste lid, en 410, eerste en tweede lid, Strafwetboek).
- De aanvullende beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 25 september 2019 verwijst M V naar de correctionele rechtbank wegens de telastleggingen B (laster ten nadele van Y G te Etterbeek op 28 juli 2017, inbreuk op de artikelen 443, eerste lid, 444, eerste en tweede lid, en 450, eerste lid, Strafwetboek), C (belediging van Y G te Etterbeek op 28 juli 2017, inbreuk op de artikelen 444, vijfde lid, 448, eerste lid, en 450, eerste lid, Strafwetboek), D (opzettelijke slagen of verwondingen aan (ex)partner, namelijk Y G, te Tielt op 25 augustus 2017, inbreuk op de artikelen 392, 398, eerste lid, en 410, eerste en tweede lid, Strafwetboek) en E (dracht van een verboden wapen te Tielt op 25 augustus 2017, inbreuk op de artikelen 3, § 1, 5°, 8, eerste lid, en 23, eerste lid, Wapenwet). De aanvullende beschikking van 25 september 2019 werd gewezen op een aanvullende vordering van het openbaar ministerie omdat met de beschikking van 8 mei 2019 de raadkamer geen uitspraak had gedaan over de vordering van het openbaar ministerie tot verwijzing van M V voor de vermelde feiten omschreven onder de telastleggingen B, C, D en E.
- De correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, oordeelt bij vonnis van 21 januari 2021 dat de feiten omschreven onder de telastleggingen B en C als een drukpersmisdrijf moeten worden beschouwd en dit op de volgende gronden: - belediging en laster door geschriften kunnen een drukpersmisdrijf uitmaken; - uit de gegevens van het strafdossier blijkt dat M V middels berichten op haar openbaar facebookprofiel en middels het verspreiden van flyers een lastercampagne voerde tegen Y G; - in de zelf gedrukte flyers zet M V uiteen dat DJ S B alias Y G haar vier jaren geleden heeft besmet met HIV, dat hij 2,5 jaar heeft gelogen over het feit dat hij een moslim is, dat hij heeft gelogen over het feit dat hij in Ivoorkust een kind heeft van 3,5 jaar oud, dat hij bij haar twee kinderen heeft gemaakt om de Belgische nationaliteit te verkrijgen, dat hij haar heeft beloofd dat zij altijd op de eerste plaats zou komen en dat hij haar heeft gezegd dat hij van haar hield, dat hij evenwel vier maanden geleden is vertrokken en dat hij enkel wil feesten, muziek maken, plezier maken en zich bezig houden met vrouwen. In de flyers waarschuwt M V omdat Y G een profiteur is en een grote leugenaar, waarbij ze onder de tekst een aantal foto’s plaatst van G, een foto van zijn identiteitskaart en enkele foto’s van de medicatie die hij neemt tegen HIV; - deze folders werden blijkens de stukken van het strafdossier onder de ruitenwissers gestopt van verschillende geparkeerde voertuigen in de Kloktorenstraat te Brussel en in het café T te Brussel werden een hele stapel flyers neergelegd in de vrouwentoiletten, wat volgens de verklaring van M V zou zijn gebeurd om andere dames te waarschuwen voor Y G. Ook zou M V flyers onder de ruitenwissers hebben gestopt in Lille omdat ze een vermoeden had dat Y G daar een nieuw leven wenste op te bouwen; - deze kwaadwillige negatieve uitlatingen vormen ontegensprekelijk beledigingen en laster ten aanzien van Y G. Persoonlijke beledigingen betreffen een meningsuiting en dat geldt ook voor lasterlijke uitlatingen; - dit betreffen strafbare beledigingen door middel van gedrukte geschriften en prenten die werden verspreid en openlijk tentoongesteld en de lasterlijke uitlatingen kunnen Y G krenken of hem aan de openbare verachting blootstellen, terwijl het bewijs niet wordt geleverd dat Y G M V heeft besmet met HIV; - fotokopies en dus ook flyers moeten worden beschouwd als producten van de drukpers, namelijk het vermenigvuldigen van teksten door een drukpers of een gelijkaardig procedé; - aan de strafbare meningsuitingen is een zekere openbaarheid gegeven aangezien M V erkent dat zij de flyers heeft gemaakt en dat zij deze in Brussel en in de buurt van Lille in Frankrijk onder ruitenwissers van wagens heeft gestoken en in de damestoiletten heeft gelegd; - aangezien derhalve M V een strafbare meningsuiting heeft verspreid via openbare gedrukte schriften is aan alle constitutieve voorwaarden van een drukpersmisdrijf in de zin van artikel 150 Grondwet voldaan; - eenzelfde redenering kan worden gevolgd voor de uitlatingen op het openbaar facebookprofiel van M V.
- De onbevoegdheid die daar een gevolg van is strekt zich volgens dit vonnis ook uit tot de telastleggingen A, D en E omdat er tussen de telastleggingen onmiskenbaar samenhang aanwezig is en een goede rechtsbedeling vereist dat alle telastleggingen samen worden behandeld. Alle telastleggingen hebben betrekking op een relationeel conflict tussen de beide beklaagden en alle handelingen, acties en doelstellingen die de beklaagden tegen elkaar ondernamen zijn daarin te kaderen en hadden tot doel de andere te schaden.
- Tegen de voormelde beschikkingen van de raadkamer staat vooralsnog geen rechtsmiddel open en het vonnis van de correctionele rechtbank heeft kracht van gewijsde.
- De tegenstrijdigheid tussen de vermelde beslissingen doet een conflict van rechtsmacht ontstaan dat de rechtsgang belemmert.
- Artikel 150 Grondwet bepaalt: “De jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn.” Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé. Digitale verspreiding van teksten vormt een dergelijk gelijkaardig procédé.
- De procedure lijkt uit te wijzen dat de strafvordering deels betrekking heeft op de vermenigvuldiging en verspreiding van teksten en ditigale teksten die een strafbare meningsuiting kunnen inhouden.
- De correctionele rechtbank was derhalve onbevoegd om van de vordering van het openbaar ministerie en van de burgerlijke partijen kennis te nemen.
- Bijgevolg is er aanleiding tot regeling van rechtsgebied met toepassing van artikel 526 Wetboek van Strafvordering. Dictum Het Hof, Regelt het rechtsgebied, Vernietigt de beschikkingen van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 8 mei 2019 en van 25 september
- Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beschikkingen. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 11 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130129.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161108.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div