← België

TANDARTSPRAKTIJK DE BOECK GREET c. Kristelijk Medico-So

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220113.1N.7 Rolnummer: C.21.0357.N Zaak: TANDARTSPRAKTIJK DE BOECK GREET c. Kristelijk Medico-So Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-31 Raadplegingen: 1670 - laatst gezien 2026-06-19 04:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 In geval van eenzijdige opzegging van een overeenkomst van onbepaalde duur waarvoor geen wettelijke of conventionele opzeggingsmodaliteiten gelden, beoordeelt de rechter, bij gebrek aan akkoord tussen de contractspartijen aangaande de vergoeding door de opzeggende contractspartij te betalen aan de opgezegde contractspartij, de gegeven opzeggingstermijn en bepaalt hij zo nodig de opzeggingsvergoeding

(1).
(1)Zie Cass. 9 september 2021, AR C.20.0099.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 28 juni 2019, AR C.18.0410.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.4, AC 2019, nr.
  1. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Vrije woorden: Overeenkomst van onbepaalde duur - Geen wettelijke of conventionele opzeggingsmodaliteiten - Eenzijdige opzegging - Gebrek aan akkoord over de opzeggingsvergoeding - Taak van de rechter Fiche 2 De rechter moet zich bij de beoordeling van de vergoeding door de opzeggende contractspartij te betalen aan de opgezegde contractspartij, de gegeven opzeggingstermijn en zo nodig de opzeggingsvergoeding, plaatsen op het ogenblik van de opzegging van de overeenkomst en onder meer rekening houden met de verlopen duur van de overeenkomst, de door de partijen reeds gemaakte kosten en het nadeel dat de opzegging door de opzeggende contractspartij voor de opgezegde contractspartij meebrengt. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Vrije woorden: Overeenkomst van onbepaalde duur - Geen wettelijke of conventionele opzeggingstermijn - Eenzijdige opzegging - Gebrek aan akkoord over de opzeggingstermijn - Opzeggingsvergoeding - Beoordeling door de rechter - Criteria Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 36, p. 1433-
  2. - TANGHE, Thijs; Noot'Opzegging van een overeenkomst van onbepaalde duur: hoe zijn de redelijke opzeggingstermijn en de vervangende schadevergoeding te bepalen?' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0357.N T. D. B. G. bv, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65/11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KRISTELIJK MEDICO-SOCIAAL LEVEN vzw, met zetel te 2300 Turnhout, Korte Begijnenstraat 22, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0408.032.379, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 maart
  3. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Een overeenkomst van onbepaalde duur waarvoor geen wettelijke of conventionele opzeggingsmodaliteiten gelden, kan door elke contractspartij steeds eenzijdig worden opgezegd mits inachtneming van een redelijke termijn. Indien geen redelijke opzeggingstermijn wordt in acht genomen, moet de opzeggende contractspartij aan de opgezegde contractspartij een vergoeding betalen tot compensatie van de schade die zij hierdoor lijdt.
  5. Bij gebrek aan akkoord tussen de contractspartijen beoordeelt de rechter de gegeven opzeggingstermijn en bepaalt hij zo nodig de opzeggingsvergoeding. Hij moet zich daarbij plaatsen op het ogenblik van de opzegging van de overeenkomst en onder meer rekening houden met de verlopen duur van de overeenkomst, de door de partijen reeds gemaakte kosten en het nadeel dat de opzegging door de opzeggende contractspartij voor de opgezegde contractspartij meebrengt.
  6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de partijen gedurende jaren professioneel samenwerkten op basis van een mondelinge samenwerkingsovereenkomst van onbepaalde duur; - zij niet in conventionele opzeggingsmodaliteiten hebben voorzien; - de verweerster een einde heeft gesteld aan de samenwerkingsovereenkomst met uitnodiging aan de eiseres om overleg te plegen over de opzeggingsmodaliteiten; - de eiseres in die context voorstelde de beëindiging van de overeenkomst op korte termijn te laten intreden, maar aanspraak maakte op een opzeggingsvergoeding; - de verweerster geenszins instemde met enige opzeggingsvergoeding; - een overeenkomst van onbepaalde duur te allen tijde kan worden opgezegd door elke partij; - daarbij een redelijke opzeggingstermijn moet worden nageleefd om ervoor te zorgen dat de opgezegde contractspartij zich enigszins kan voorbereiden op de nieuwe situatie na het einde van de overeenkomst; - de eiseres echter, bij het overleg met de verweerster over de opzeggingsmodaliteiten, zelf voorstelde de opzegging van de overeenkomst op korte termijn te laten intreden; - voorts blijkt dat de eiseres na de opzegging hetzelfde inkomstenniveau heeft bereikt dan gedurende de laatste jaren van de samenwerkingsovereenkomst.
  7. De appelrechter oordeelt vervolgens dat, “gelet op het feit dat [de eiseres] zelf de beëindigingsdatum voorop heeft gesteld en gelet op het ontbreken van financiële gevolgen van de stopzetting voor [de eiseres], aan [de verweerster] niet verweten [kan] worden, zoals [de eiseres] doet, dat zij de samenwerkingsovereenkomst heeft stopgezet zonder inachtname van een redelijke opzegtermijn”, “[de eiseres] dan ook geen recht [heeft] op een vervangende opzegvergoeding” en “aangezien het niet vaststaat dat [de verweerster] de overeenkomst heeft stopgezet zonder redelijke opzeggingstermijn (…), [een] morele schadevergoeding [evenmin is] verschuldigd”. De appelrechter oordeelt aldus dat de omstandigheid dat, na de opzegging door de opzeggende contractspartij, de opgezegde contractspartij met haar een akkoord nastreeft over de opzeggingstermijn dan wel de opzeggingsvergoeding en in die context voorstelt de opzegging van de overeenkomst op korte termijn te laten intreden, afbreuk doet aan het recht op een opzeggingsvergoeding van de opgezegde contractspartij, en dat geen recht op een opzeggingsvergoeding bestaat omdat achteraf blijkt dat de opgezegde contractspartij slechts een beperkt financieel nadeel lijdt. Door aldus te oordelen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220113.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.